Schotpoort Transport Groep uit Eerbeek heeft elektrische vrachtwagens. Die opladen met eigen zonne-energie bleek een uitdaging. Dankzij hulp van de logistiek makelaar van provincie Gelderland komt er een semipubliek snellaadpunt. Met batterij, zodat de zonne-energie altijd beschikbaar is. Voor eigen en andere vrachtwagens.

Duurzaam ondernemen betekent duurzaam vervoer

Schotpoort Transport Groep uit Eerbeek heeft meer dan 70 chauffeurs, 200 koeriers en 150 eigen bezorgers in dienst. Dit familiebedrijf bestaat inmiddels ruim 125 jaar. Sociaal en duurzaam ondernemen is voor het bedrijf heel belangrijk. Marc Seesing, directeur van Schotpoort Transport Groep: “Meer dan 30% van ons personeel bestaat uit collega’s met een afstand tot de arbeidsmarkt.” Duurzaam ondernemen betekent ook minder CO2 uitstoten. “We zoeken continu naar manieren om onze dienstverlening te verduurzamen. We willen onze ecologische voetafdruk zo klein mogelijk houden. Het grootste deel van onze CO2-uitstoot komt van ons wagenpark. We investeren dan ook flink om onze vrachtwagens, bestelbussen en auto’s duurzamer te maken.” Inmiddels hebben ze 4 elektrische vrachtwagens en dat worden er meer. “Het zijn grote investeringen, maar we denken hiermee op de behoeften van onze opdrachtgevers in te spelen. Opdrachtgevers en klanten verwachten steeds vaker duurzaam vervoer.”

Zelf opgewekte stroom efficiënt gebruiken

Om de elektrische vrachtwagens concurrerender te maken dan dieselvrachtwagens, zocht Schotpoort Transport naar manieren om de vrachtwagens duurzaam op te laden. “Op het dak van ons gebouw liggen zonnepanelen, vooral om ons kantoor van duurzaam opgewekte stroom te voorzien. Ook op de grote panden die wij iets verderop in Eerbeek verhuren aan Schotpoort Logistics, konden we zonnepanelen plaatsen. Schotpoort Logistics heeft inmiddels ook meerdere elektrische vrachtwagens besteld, dus die duurzaam opgewekte stroom biedt kansen voor beide ondernemingen. Nu er 3.000 panelen op die daken liggen, kunnen we onze elektrische vrachtwagens opladen met stroom die we zelf opwekken. De uitdaging is om dat efficiënt te doen. Overdag zijn de vrachtwagens onderweg. Dan leveren we eigenlijk te veel stroom terug aan het net. Dat leidt tot uitdagingen bij de netbeheerder. ’s Nachts laden we de vrachtwagens op, maar dan schijnt de zon niet.” 

Laadplein ’s nachts voor henzelf, overdag voor anderen

Samen met Schotpoort Logistics bedacht Schotpoort Transport Groep een oplossing: een laadplein voor 8 elektrische vrachtwagens bij Schotpoort Logistics. De stroom wordt geleverd door een batterij die gekoppeld is aan de zonnepanelen. “Met onze eigen opgewekte stroom kunnen we onze vrachtwagens ’s nachts opladen. Overdag is er ruimte voor vrachtauto’s van andere vervoerders. Het laadpunt is vooral bedoeld als steunpunt om even bij te tanken als de chauffeur bang is zijn bestemming net niet te halen. We hopen dat het laadplein in het 2e kwartaal van 2024 klaar is.”

Advies aan werkgevers

“De sleutel tot succes is samenwerking en ‘commitment’. Zoek elkaar op en geef elkaar het vertrouwen. Dat geldt voor transporteurs onderling en transporteurs en opdrachtgevers. Door die samenwerking gaat het sneller. En je moet ervoor gaan, anders lukt het niet. Ik geef dit advies graag aan mijn collega-werkgevers mee.” 

Logistiek makelaar helpt

“Succes zit in samenwerking”, bevestigt Soufiane Benslimane. Hij is een van de logistiek makelaars van provincie Gelderland en hielp het bedrijf op weg. Samen onderzochten ze hoe het bedrijf in verbinding kon komen met andere bedrijven. Ook hielp ze mogelijkheden voor subsidie te vinden, beantwoordde vragen en hield hen op de hoogte van het subsidieonderzoek. Het bedrijf kreeg subsidie van de provincie, waardoor het laadplein er kan komen. Ook legde de logistiek makelaar contacten met gemeente Brummen. “Dat zorgde voor meer draagvlak voor dergelijke initiatieven. Ik vind het prachtig om bedrijven en overheden met elkaar te verbinden.”

15-02-2024
Achtergrond
Strijkviertel Utrecht: vliegwiel voor transitie naar circulaire stad
Strijkviertel Utrecht: vliegwiel voor transitie naar circulaire stad

Het toekomstige bedrijvenpark Strijkviertel is een belangrijk vliegwiel in de transitie van Utrecht naar een circulaire stad. De lat ligt hoog, want de gemeente streeft in dit plan naar circulariteit op alle vlakken van energie, openbare ruimte, bedrijfsvoering, bouw tot en met mobiliteit. ‘We gaan bij Strijkviertel voor het totale plaatje.’  Dit is een ingekorte versie van het artikel uit BT magazine van maart 2024. BT is het vakblad voor de professional die zich bezighoudt met werklocaties, regionale innovatiekracht en het economische vestigingsklimaat.     Tussen de Strijkviertelplas, sportpark Rijnvliet en Knooppunt Oudenrijn wil de gemeente Utrecht als alles volgens plan verloopt vanaf 2026 beginnen met de realisatie van het bedrijvenpark Strijkviertel.   Bij de vaststelling van het Stedenbouwkundig Plan in 2021, dat de basis vormt voor het ontwerp en het programma van het bedrijvenpark, komt 19 hectare aan uitgeefbare bedrijfskavels beschikbaar, voor met name arbeidsintensieve MKB-bedrijven, die circulair ondernemen.   ‘Dit is voorlopig het laatste bedrijventerrein dat in Utrecht wordt ontwikkeld. Daar is de stad heel zuinig op’, zegt Belinda van Woerkom, binnen de gemeente Utrecht als projectmanager verantwoordelijk voor het Strijkviertel-project.   Er bestaat in Utrecht een enorme behoefte aan extra arbeidsplaatsen. Om de werkgelegenheid gelijk te laten toenemen met de groei van het aantal inwoners in de Domstad moeten er voor 2040 in totaal 70.000 extra arbeidsplaatsen worden gerealiseerd. Van dit totaal zijn 13.000 mensen werkzaam op de bedrijventerreinen.   ‘Voor Strijkviertel zetten we in op de vestiging van arbeidsintensieve bedrijven om te kunnen voldoen aan onze tienminuten-stad ambitie, en in het verlengde in het verlengde daarvan ook om zoveel mogelijk werkgelegenheid te scheppen’, zegt Van Woerkom.   Dit is voorlopig het laatste bedrijventerrein dat in Utrecht wordt ontwikkeld De ambitie van de gemeente Utrecht is om op het bedrijvenpark uiteindelijk 1900 extra arbeidsplaatsen te realiseren.  Inzetten op verdichten In de keuze voor het scheppen van werkgelegenheid is in het ontwerpbestemmingsplan vooral ingezet op intensieve bebouwing. ‘Circulariteit zit al van meet af in de genen van het hele plan en met deze ontwikkeling, willen we ook een bijdrage leveren aan de transitie naar een ‘circulair Utrecht’. Betekent wel dat we in dit plan moeten inzetten op verdichten want we hebben als grote stad een ruimte tekort voor alle functies.’   Het is de ambitie om op bedrijvenpark Strijkviertel met name koplopers te huisvesten en ook pioniers op het gebied van circulair ondernemen. De voorwaarde die de gemeente Utrecht daarbij stelt is dat de bedrijven grondstoffen minder hergebruiken en onderzoek verrichten naar minder grondstofverbruik.   ‘Het type bedrijven dat zich op Strijkviertel gaat vestigen is arbeidsintensiever dan bedrijven die grondstoffen recyclen of verbranden’. Ook is er één kavel beschikbaar voor duurzame last mile stadslogistiek. Verder is het een voorwaarde straks dat de arbeidsintensieve bedrijven die zich op het bedrijvenpark willen vestigen een binding hebben met stad en regio, ook weer in lijn met de tienminuten-stad ambitie van Utrecht. De bedrijven zijn maximaal 5.000 vierkante meter groot met een maximale milieucategorie is 3.1.   Praktische banen creëren  Het accent van de banen op het nieuwe bedrijvenpark ligt op mbo-niveau. Hierdoor draagt Strijkviertel volgens Van Woerkom bij aan de opgave van ongelijk investeren voor gelijke kansen.   ‘Door het ontwikkelen van een nieuw bedrijvenpark creëren we extra praktische banen. Voor een tienminuten-stad is het belangrijk om praktisch geschoold werk in de nabijheid van woonwijken te programmeren. Praktisch geschoolde mensen zijn essentieel voor het functioneren van een stad zeker als die groeit.’   De goede ligging van het bedrijvenpark en de schaarste aan werklocaties dwingt de gemeente Utrecht bovendien zuinig om te gaan met de indeling van de kavels en tegelijkertijd maximaal in te zetten op groen en water. De kansen liggen er voor ontwikkelaars volgens Van Woerkom om te komen tot nieuwe, gestapelde, geschakelde en circulaire gebouwconcepten, zodat de werkgelegenheid kan meegroeien met de ‘verdichtende stad’.  Aanbod werklocaties in Utrecht loopt achter bij vraag In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) is de ambitie dat Utrecht de werkgelegenheid mee wil laten groeien met het toenemende aantal inwoners. Dat betekent dat er rond 2040 ruim 70.000 banen nodig zijn, waarvan 13.000 op bedrijventerreinen. Boven op de nog beperkte beschikbare capaciteit in de stad voor nieuwe bedrijventerreinen (waaronder Strijkviertel), is er in de stad Utrecht behoefte aan ruim 74 hectare bedrijventerrein tot 2040.   Ook in de regio blijft het aanbod aan werklocaties achter bij de vraag. Door verdichting en functiemenging moet dit tekort deels worden opgelost in zowel de stad als regio. Voor Strijkviertel kan de eerste tender, als de raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, starten in het derde kwartaal van dit jaar. Gunning van de grond vindt naar verwachting plaats in het tweede kwartaal 2025. De eerste bouwwerkzaamheden starten naar verwachting in 2026.   ‘We willen gebouwen anders vormgeven (in elkaar laten grijpen) door functies met elkaar te delen. Daarbij is het uitgangspunt het realiseren van bedrijfspanden met meerdere verdiepingen in plaats van een standaard indeling van bedrijfshal met kantoor op maaiveld. In de planfase hebben stedenbouwkundigen hierop gestudeerd en gezegd dat het delen van functies zoals distributiestraten, parkeren, erfafscheidingen en bouwen tot op het grensvlak van een kavel mogelijk is.’  ‘We willen gebouwen anders vormgeven door functies met elkaar te delen' Het voordeel van delen is dat 25 tot 30 procent aan extra ruimte wordt gewonnen die weer gebruikt kan worden voor de bedrijfsgebouwen. ‘Met deze voorwaarden willen we ontwikkelaars uitdagen om te investeren en vooral ook te innoveren op het gebied van nieuwe gebouwconcepten en circulariteit. Zo verwachten we dat straks bij de bouw van de panden zoveel mogelijk circulaire bouwmaterialen worden toegepast die in de toekomst kunnen worden hergebruikt doordat ze ‘losmaakbaar’ zijn gemonteerd.’  Ambitie en haalbaarheid  De kwaliteit van de invulling van de eerste kavel wordt volgens de projectmanager de lakmoesproef voor de daaropvolgende uitgiftes. ‘We beseffen dat dit vernieuwende concept van bedrijfshuisvesting nog niet vaak is gerealiseerd. We zoeken op elke kavel, en zeker bij de eerste uitgifte, de balans tussen ambitie en haalbaarheid, waarbij we ook de (maak)bedrijven nauw willen betrekken, want die hebben toch vaak specifieke eisen voor een pand. De kavelvelden geven we in eerste instantie uit aan ontwikkelaars en zodra we een aantal kavels hebben ontwikkeld wellicht ook aan groepen van bedrijven.’  ‘We verwachten niet direct honderd inschrijvingen op dit plan’  Gezien het innovatieve karakter van het plan is de verwachting voor Strijkviertel dat het uitgifteproces langer duurt dan gebruikelijk voordat alle kavels zijn uitgegeven. De reden is dat de gemeente Utrecht verwacht dat nog niet alle bedrijfsontwikkelaars zijn voorbereid op een dergelijk concept met circulaire toepassingen.   Ten tweede is de uitgifte in kavelvelden groter en complexer dan gebruikelijk. Dit vergt wellicht een langere tijd om te ontwerpen, te bouwen en om de voorverkoop of -verhuur te realiseren. ‘We moeten realistisch zijn en verwachten niet direct honderd inschrijvingen op dit plan.’  Circulair in alle facetten  Dankzij het gemeentelijke grondeigendom dat rust op bijna alle kavels kan de gemeente Utrecht een actief grondbeleid voeren. De uitgifte van de kavels gebeurt via tenders, of aanbesteding. Met een tender geeft de gemeente de grond in erfpacht uit aan de ontwikkelaar die het meest bijdraagt aan de gemeentelijke ambities waar het gaat om circulariteit en nieuwe gebouwconcepten.   ‘Eigenlijk is dit plan circulair in al zijn facetten. Vaak zie je vanaf de start van de planvorming bij circulaire bedrijventerreinen-initiatieven dat dit een term is voor een beperkt aantal elementen. Bij Strijkviertel geldt dit voor het totale plaatje voor wat betreft de energie-concepten, openbare ruimte, bedrijfsvoering, bouw, het mobiliteitsconcept en een sociale component met bewegen en verblijven en werken in het groen.’  Met de gekozen aanpak heeft Utrecht volgens Van Woerkom circulaire gebiedsontwikkeling concreet gemaakt voor zowel de openbare ruimte als de ontwerpprincipes voor de bedrijfskavels.   ‘We streven ernaar dat de te realiseren gebouwen op de uit geven kavelvelden in de loop van de jaren een staalkaart vormen voor de ontwikkeling van circulair bouwen en van nieuwe concepten van bedrijfsgebouwen. We realiseren ons dat honderd procent circulair bouwen op dit moment nog niet haalbaar is. Daar staat tegenover dat de ontwikkelingen en vernieuwingen in de markt ontzettend snel gaan.’ 

11-03-2024
Nieuws
Rijk investeert miljoenen in verduurzaming mkb en bedrijventerreinen
Rijk investeert miljoenen in verduurzaming mkb en bedrijventerreinen

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties reserveert ruim 23 miljoen euro voor kleine mkb’ers die hun bedrijfspand of -proces willen verduurzamen. Ook stelt het ministerie samen met het ministerie Economische Zaken en Klimaat 22 miljoen euro beschikbaar voor het verduurzamen van bedrijventerreinen.   De gelden zijn door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken ondergebracht in twee programma’s: het Ontzorgingsprogramma verduurzaming mkb en het Programma verduurzaming bedrijventerreinen. De uitvoering van beide programma’s ligt bij de twaalf provincies. Door deze decentrale aanpak valt volgens de ministeries beter in te spelen op de lokale situatie bij ondernemers en op bedrijventerreinen.  Uitvoering bij provincies  De uitvoering van beide programma’s ligt bij de twaalf provincies. Door deze decentrale aanpak valt volgens de ministeries beter in te spelen op de lokale situatie bij ondernemers en op bedrijventerreinen.   Bovendien is eenvoudiger aansluiting mogelijk op bestaande lokale en regionale structuren zoals de Regionale Energiestrategieën (RES) en de Transitievisies Warmte van gemeenten, schrijft het Biza in een persbericht.  De miljoenen voor beide programma’s komen beschikbaar voor begeleiding en advisering, niet voor de bekostiging van de maatregelen zelf. Iedere provincie geeft een eigen invulling aan de programma’s.   Provincies moeten volgens het ministerie zelf de keuze maken welke kleine mkb’ers en bedrijventerreinen zij binnen het programma kunnen verder helpen.  Vanaf 15 februari tot en met 15 maart kunnen provincies budget aanvragen via de RVO. Provincies kunnen vanaf 1 mei het programma vormgeven en verder uitwerken.  RVO en het landelijk programma Verduurzaming Bedrijventerreinen ondersteunen provincies bij het uitwisselen van kennis en afstemming van beide programma’s.  

30-01-2024