Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) start een interdepartementale werkgroep om de kansen en belemmeringen voor de verduurzaming van bedrijventerreinen te onderzoeken. Daartoe heeft de ministerraad deze week besloten. ‘Samenhang en ondernemingsgerichtheid moeten centraal staan in de aanpak van verduurzaming van bedrijventerreinen.’ 

Daarmee omarmt het kabinet het advies ‘Samen werken; kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen’ uit oktober van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli).

Dit advies benadrukt volgens het ministerie van EZK de Rijksoverheid de ‘enorme mogelijkheden voor verduurzaming en toekomstbestendigheid van de ruim 3.400  bedrijventerreinen door middel van verbeterde samenwerking’, aldus een nieuwsbericht op de website van de Rijksoverheid. 

Het kabinet omarmt dit advies en gaat samen met ondernemers, provincies en gemeentes kijken hoe de samenwerking op bedrijventerreinen versterkt kan worden en welke obstakels overwonnen moeten wonnen.

Interdepartementale werkgroep

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat start met een interdepartementale werkgroep om de kansen en belemmeringen voor de verduurzaming van bedrijventerreinen te onderzoeken. Dit zal leiden tot voorstellen om de bestaande initiatieven en programma’s meer in samenhang te brengen en meer te richten op ondernemers. Ook worden dit jaar samen met bedrijventerreinen, provincies en gemeenten proefprojecten gestart om slimmere uitvoeringen te toetsen.  

De Rli constateert in bovengenoemd advies dat slechts één op de vijf bedrijventerreinen een georganiseerde vorm van samenwerking heeft. Dit gebrek aan samenwerking bemoeilijkt de aanpak van belangrijke uitdagingen zoals de energietransitie, duurzame mobiliteit, bevorderen van een circulaire economie, klimaatadaptatie en verbetering van de landschapskwaliteit en biodiversiteit. 

Ook zijn veel investeringen voor afzonderlijke ondernemers te hoog, terwijl de praktijk al bewijst dat gezamenlijk investeren erg lonend kan zijn; voor de ondernemers zelf en de samenleving. Goed voorbeeld hiervan is het in goede afstemming opwekken, opslaan en gebruiken van duurzaam opgewekte stroom. Bedrijven kunnen hier van profiteren omdat het gebruik van elektriciteit zo goedkoper wordt en het kan bijdragen aan oplossingen voor de huidige krapte op het elektriciteitsnetwerk (netcongestie).

Ongeveer de helft van het aardgasverbruik en een derde van het elektriciteitsverbruik in Nederland vindt volgens het Kabinet plaats op bedrijventerreinen. TNO heeft in opdracht van het ministerie van EZK recent uitgezocht wat het besparingspotentieel is op alle bedrijventerreinen. De conclusies uit dit onderzoek laten zien dat het besparingspotentieel fors is en benadrukt het belang van een samenhangende en ondernemersgerichte aanpak voor de verduurzaming van deze bedrijventerreinen.  

De voorgestelde aanpak voor verduurzaming bedrijventerreinen grijpt aan op lopende initiatieven en programma’s. Zo is het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB) gericht op het bevorderen van samenwerking op bedrijventerreinen. Met de regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor klimaat- en energiebeleid kunnen gemeenten en provincies extra capaciteit en deskundigheid inhuren om de verduurzaming van bedrijventerreinen ook met de ondernemers op te pakken.

Lees het volledige artikel op Stadszaken.nl

02-04-2024
Event
Studiereis: Campussen, innovatiedistricten en startup-hubs
Studiereis: Campussen, innovatiedistricten en startup-hubs

Startups en scale-ups zijn een belangrijke motor voor economische groei en verdienvermogen. Veel startups en scale-ups zijn gevestigd op campussen. Het zijn dé plekken waar bedrijven innoveren en waar talent wordt opgeleid, met belangrijke spin-off naar de regionale arbeidsmarkt en economie. Op 1 en 2 april 2026 organiseren BT en TwynstraGudde de zesde 'campusreis'. Dit keer naar de zuidelijke Randstad. Campusomgevingen treken veel talent aan, wat voor overheden, bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen een motief is samen te werken aan de ontwikkeling van een campus- of innovatiedistrict. Het is dan ook niet gek dat bijna elke gemeente of regio in Nederland haar eigen campus, innovatiedistrict of startup-hub wil hebben. Tweedaagse studiereis Na vijf succesvolle eerdere edities zetten we bij deze zesde ‘Studiereis campussen, innovatiedistricten en startup-hubs’ koers naar de Zuidvleugel van de Randstad. We bezoeken een innovatiedistrict en publieke en private campussen. Soms voortgekomen uit een onderwijscampus die bedrijven naar zich toetrekken, of een bedrijfscampussen met een kennis- en onderwijscomponent. Meestal volwassen campussen, maar dit jaar ook een campus/innovatiedistrict dat nog in een pril stadium verkeert, maar waar een grote gebiedsontwikkelaar uit de Brainport-regio zich al financieel aan heeft verbonden en medio 2025 het eerste bedrijfsgebouwen opleverde. We volgen daarbij nagenoeg de route van de ‘Oude Lijn’ van Leiden naar Dordrecht, die zich steeds meer ontwikkelt als een kennis-as. De te bezoeken campussen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien.  Tijdens de reis, die onder inhoudelijke leiding staat van campus-expert Gregor Heemskerk (partner TwynstraGudde), onderzoeken we wat de lessons learned zijn van de onderstaande innovatiehotspots: LEIDEN BIO SCIENCE PARK Van universiteits- en bedrijvencampus naar innovatiedistrict UNMANNED VALLEY Van vliegveld naar hét Nederlandse testcentrum voor onbemande technologie TITAAN DEN HAAG Van tabaksopslag naar private broedplaats voor creatieve startups en bedrijven BIOTECH CAMPUS DELFT/ PLANET B.IO Van DSM-site naar witte biotech-bedrijvencampus met opschaalcapaciteit LEERPARK DORDRECHT/DUURZAAMHEIDSFABRIEK Van MBO-campus naar maritime onderwijs- en bedrijvencampus MECHATRONICA INNOVATIE CAMPUS SCHIEDAM (MICS) Van verouderd bedrijventerrein naar high tech systems- en materialencampus Centrale vraag deze editie is:  Hoe ontwikkel, organiseer en financier je een campus en wie speelt daarbij welke rol? Subvragen zijn: Hoe stuur je als overheid op de totstandkoming van een campus en hoe werk je daarbij samen met de markt? Hoe stuur je als private organisatie(s) op de totstandkoming van een campus en hoe werk je daarbij samen met de overheid? Hoe betrek je onderwijs- en zorginstellingen en bedrijven bij de campus? Hoe organiseer je vastgoedontwikkeling op campussen/in innovatiedistricten? Hoe zorg je voor huisvesting voor start-ups, hoe bekostig je deze onrendabele faciliteit? Hoe zet je een triple helix-community of campusorganisatie op en hoe bekostig je dit? Hoe zorg je voor een cultuur van kennisuitwisseling en open innovatie waar bedrijven en onderwijs kunnen samenwerken en wat is daarbij de rol van de campusorganisatie? Hoe zet je een innovatieprogramma op? Hoe zorgt je voor levendigheid op de campus/het innovatiedistrict? Facts & Figures Wat: 2-daagse campusreis*; Wanneer: woensdag en donderdag 1 & 2 april 2026; Voor wie: iedereen die bij het ontwikkelen en organiseren van campussen, innovatiedistricten en start-up hubs betrokken is, of daarmee bezig wil; Inclusief: compleet verzorgd met lunches, diner, consumpties, overnachting, mogelijke entreegelden, vervoer, reisbegeleiding en een reisverslag achteraf; Kosten: € 1.550,00  AANMELDEN  

01-04-2026
Nieuws
Zo maakt Dordrecht ruimte voor wonen en maritieme industrie
Zo maakt Dordrecht ruimte voor wonen en maritieme industrie

Dordrecht en Havenbedrijf Rotterdam werken aan een uitvoeringsagenda om industriële groei in de zeehaven mogelijk te maken. Tegelijk is nabij grootschalige woningbouw gepland in de toekomstige stadswijk Maasterras. Dat kan schuren, erkent wethouder Burggraaf: ‘Met slimme planologie willen we economie en woningbouw laten samengaan.’  Dordrecht Inland Seaport, de meest landinwaarts gelegen zeehaven van Nederland, vormt een economische motor voor de regio Drechtsteden. De haven verbindt Rotterdam met het achterland en biedt ruimte aan maritieme industrie en bulkoverslagbedrijven. Tegelijkertijd staat Dordrecht voor een grote woningbouwopgave.  Maarten Burggraaf erkent de spanning tussen economische groei en verstedelijking. 'De zeehaven biedt 4.300 banen en versterkt de stad, maar woningbouw is minstens zo noodzakelijk. We moeten slim balanceren tussen bedrijvigheid en leefbaarheid.' Dordrecht en Havenbedrijf Rotterdam zoeken oplossingen via ruimtelijke inpassing, verduurzaming en afspraken over transport en bedrijfsactiviteiten.  Hoe bied je ruimte voor groei in de haven en tegelijkertijd een aangenaam woonklimaat?  'De filosofie van Dordrecht is dat economische ontwikkeling en woningbouw hand in hand moeten gaan. Dit komt terug in de toekomstvisie voor de zeehaven. Deze bedrijven zorgen voor werkgelegenheid voor onze inwoners. Bedrijven hebben er belang bij dat hun werknemers op een fijne plek wonen met een gezond leefklimaat. De kunst wordt om de schaarse ruimte slim te benutten.’   ‘Ons investeringsprogramma via de regionale ontwikkelingsmaatschappij ROM-D investeert in locaties die watergebonden zijn, maar niet bedrijfsmatig zo worden gebruikt, of in plekken die zo dicht bij woongebied zitten dat het bedrijf niet kan groeien, terwijl de omgeving er last van heeft.'  Wat zegt de uitvoeringsagenda hierover?  'We hebben vastgesteld dat haven en stad elkaar nodig hebben. De eerste fase van Maasterras ligt verder van het zeehavengebied. In de tweede fase komen we aan de rand van het havengebied. Uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen in synergie met de haven moeten plaatsvinden. In dit toekomstige stadsgebied richten we een economische transitiezone in als overgang tussen wonen en werken.'  Wat houdt dat precies in?  ‘Als haven en woningbouw dichter bij elkaar komen en je ontwikkelt dat met visie en planologisch slim, kan er een mooie mixed-use zone ontstaan.'  Maatschappelijke meerwaarde Wat voor bedrijvigheid komt er in die zone?  'Het plan is nog niet scherp omlijnd. Belangrijk is dat er stadslogistieke functies komen, zoals hubs. Bedrijven in de maritieme sector kunnen zich hier vestigen. Ook bedrijven in de engineeringsector willen dicht bij hun maakklanten in de haven zitten. Het gaat om activiteiten zonder hoge geluid- of milieucategorie die wel aansluiten bij de havenindustrieën. Een goede overgangszone zorgt dat beide naast elkaar kunnen bestaan.'  Is er schuifruimte voor bedrijven in de zeehaven die daar eigenlijk niet horen?  'Ruimte is schaars. Voor bedrijfsuitgifte gelden zware criteria. We geven alleen uit aan bedrijven met maatschappelijke meerwaarde voor de stad of die oplossingen bieden voor ruimtelijke schuifpuzzels. Via ROM-D en ons accountmanagement onderhouden we nauw contact met bedrijven, waardoor we sneller weten wanneer zich een nieuw investeringsmoment aandient.'   Wat heeft de betrokkenheid van bedrijven bij de uitvoeringsagenda opgeleverd?  'Het inzicht dat de haven niet alleen logistiek belangrijk is, maar ook voor het maritieme maakindustrie cluster in Drechtsteden. Bij heruitgifte van gronden gaat het niet alleen om het aantal vervoerde producten, maar bieden we ook de maritieme maakindustrie een plek in de zeehaven.'  Havenspoorlijn en containerterminal Er was veel te doen om de havenspoorlijn, die blijft. Hoe voorkom je overlast in het woongebied?  'Volgens onze analyse zal de stamlijn de geplande woningbouw niet in de weg zitten. Het volume en de aard van de gevaarlijke stoffen die het plangebied passeren, zijn niet zodanig dat dit een risico vormt voor de toekomstige bewoners. Door slim te ontwerpen kan de stamlijn op veilige afstand blijven zonder de functie van de havenspoorlijn te belemmeren. Verder gaan we in overleg met de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid bekijken of het aantal passerende wagons met gevaarlijke stoffen aanleiding is om op gebouwniveau aanvullende (brandwerende) maatregelen te treffen. Railinfra-bedrijven geven aan dat er een innovatieagenda ligt voor de elektrificatie van hun materieel. Dat betekent uiteindelijk dat op de stamlijn alleen nog elektrische locomotieven komen te rijden, met een andere milieu- en geluidimpact. Er is ook een plan voor een containerterminal. Wat is het nut daarvan?  ‘Er zijn al veel bedrijven in de regio, wat een grote potentie biedt voor een terminal in Dordrecht om bestaande logistieke stromen te verplaatsen van weg naar water. De logistieke stromen zijn veelal regionaal en gaan nu nog via de weg. Uit onze analyse blijkt dat die stromen ook over water kunnen plaatsvinden. Er zijn genoeg inlandterminals in de regio. De containerterminal moet bedrijven stimuleren om een modal shift te maken naar binnenvaart, waardoor er minder druk komt op de snelweg A16.'  Langjarig investeringsprogramma Is de samenwerking met het Havenbedrijf verbeterd door de gezamenlijke uitvoeringsagenda?  'Tien jaar geleden gaven we het havengebied in beheer aan Havenbedrijf Rotterdam. Het ontbrak van beide kanten aan een scherpe visie op de ontwikkeling van het gebied en de bijbehorende investeringsagenda.   Dit traject heeft ons geholpen die visie te formuleren en concreet te maken. Een belangrijk resultaat is dat we nu beter kunnen inspelen op thema's als walstroom en verduurzaming, als onderdeel van een bredere investeringsagenda.   Door deze scherpere visie kunnen we andere mede-investeerders beter betrekken. Waar investeringen voorheen individueel werden opgepakt, is er nu meer samenhang en efficiëntie. We kunnen nu gezamenlijk langjarige investeringsprogramma's opstellen.'  Is er al een beeld van de omvang van die investeringen?  ‘We zijn bezig met de uitwerking. De visie staat, en de uitvoeringsagenda is naar verwachting binnenkort afgerond. Het Toekomstperspectief geeft de ontwikkelkoers voor het zeehavengebied weer, waar allereerst bedrijven zelf hun investeringen op kunnen enten zoals de eigen nautisch-maritieme voorzieningen. Gemeente en Havenbedrijf zorgen aan de hand van de uitvoeringsagenda voor een helder overzicht op inhoud en in tijd van wat er nog aan ontwikkelingen in de zeehaven nodig is. Daarmee kunnen dan bestaande investeringsprogramma's voor het hele havenindustriële complex worden benut voor de Dordtse zeehaven en kunnen we beter aansluiten bij nationale of Europese subsidieregelingen.’ Komen er minder woningen in Maasterras nu de stamlijn én het spooremplacement behouden blijven? ‘Waarschijnlijk enkele honderden minder dan de geambieerde 2.200, maar we blijven dicht bij dit aantal. Het behoud van spoorvoorzieningen zorgt voor een ander woonklimaat. We moeten bijvoorbeeld beter kijken naar de situering van groen. Voor Maasterras zetten we in op gestapelde bouw en stadswoningen. Het wordt een hoogstedelijk woonmilieu. Naar verwachting zal de gemeenteraad voor de zomer een besluit nemen over het bestemmingsplan.’  Foto: gemeente Dordrecht | © Wethouder Maarten Burggraaf

23-04-2025
Aanmelden nieuwsbrief