‘Economisch motorblok bedrijventerreinen verdient ook in nieuwe Regeerakkoord aandacht om brede welvaart mogelijk te maken!’

Het belang van bedrijventerreinen als economisch motorblok wordt nog niet genoemd in het nieuwe Regeerakkoord op hoofdlijnen. Positief al die fiscale maatregelen voor ondernemend Nederland en ook positief de aandacht voor ons vestigingsklimaat. Deze positieve houding zien we ook terug in de reactie van ondernemend minnend Nederland. Echter, met fiscale maatregelen alleen creëer je geen ruimte waar ondernemers zich kunnen vestigen en uitbreiden. En juist ruimte is een schaars goed in Nederland. Net zoals energie en binnenkort ook water. We spreken dan ook de verwachting uit dat het onderwerp bedrijventerreinen, dan wel werklocaties, een belangrijk onderdeel wordt van de uitwerking van het regeerakkoord. De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) pleit al langer voor een economische en maatschappelijke herwaardering van werklocaties.

Aanbevelingen
Het nieuwe Regeerakkoord is nog met nadruk een akkoord op hoofdlijnen dat nog verder uitgewerkt dient te worden. Vandaar dat SKBN de volgende aanbevelingen doet om de maatschappelijke en economische betekenis van bedrijventerreinen te optimaliseren in de verdere uitwerking van het regeerakkoord:
 

  • Overheden doen er verstandig aan om in kaart te brengen welke plannen leven bij de (maak)industrie, zodat ze daar in hun ruimtelijke planning nadrukkelijk rekening mee kunnen houden.
     
  • Bedrijventerreinen dienen een wezenlijk onderdeel te zijn van de regiodeals c.q. regionale investeringsagenda’s. Zowel in het programmeren van de kwantiteit en kwaliteit, als ook in het investeren op bestaande terreinen om deze schoon, heel en veilig te krijgen. Dit vraag ook afstemming van de plannen tussen regio’s en provincies. Extra aandacht voor de regionale investeringsagenda’s is van groot belang en zal leiden tot goede situatie-afhankelijke oplossingen. Zeker indien ook regie wordt gevoerd over de juiste richting en er een gelijk speelveld field wordt gecreëerd op nationaal niveau. Regio’s komen op die manier niet in de verleiding om elkaar te beconcurreren, maar elkaar te stimuleren om tot goede woonwerkbalansen te komen. Juist deze samenhang en samenwerking tussen de diverse overheidsniveaus vraagt extra aandacht en regie om voldoende ruimte te behouden voor werken in Nederland.
     
  • Overheden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het beter benutten van bedrijventerreinen op nationaal en regionaal niveau, maar dat vraagt ook voldoende financiële slagkracht om samen met de markt te kunnen investeren en meefinancieren in de herontwikkeling van bedrijventerreinen.
     
  • Een zorgvuldige planning én inpassing binnen de regio‘s is wenselijk voor nieuwe logistieke centra. Stadsdistributie, regionaal gebonden logistiek of meer ‘footloose’ logistiek verschillen wezenlijk qua functie en nabijheid. De SKBN pleit voor duidelijke kaders met het oog op verduurzaming, landschappelijke kwaliteit en economische waarden onder meer zoals het GRIP die heeft uitgewerkt.
     
  • Overheden moeten werk maken van de circulaire economie en doen er verstandig aan om zuinig te zijn op bedrijventerreinen die hier goed voor zijn geëquipeerd: voldoende grote kavels, hoge Hinderwet-categorieën en goed ontsloten (weg ,water en/of spoor). Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderstreept deze ruimtebehoefte en voorspelt in al haar scenario’s voor 2050 een toenemende vraag naar ruimte voor bedrijvigheid door de overstap van een lineaire naar een circulaire economie. Noodzakelijk in termen van duurzaamheid én economische onafhankelijkheid.
     
  • Ook leveren bedrijventerreinen nu en in de toekomst een belangrijke bijdrage aan het oplossen van de acute netcongestie en de energietransitie op de lange termijn. De mogelijkheden van bedrijventerreinen voor een goed elektriciteitsbeheer worden nog onderbenut. Deze kansen zijn op bedrijventerreinen ook zeker sneller te realiseren dan het aanpakken van het energievraagstuk in bestaande woonwijken. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor het creëren van ruimte voor waterberging.
     
  • Natuurlijk is het creëren van woningen van belang in Nederland. Echter met het uitbouwen van de woonfunctie zien we ook een toename van de benodigde werkfunctie. Ook woningbouwcoöperaties geven aan dat de beste woonbestemmingen juist ook panden (lees werklocaties) omvatten die de leefbaarheid en sociale cohesie van een wijk verbeteren. Eenzijdig binnenstedelijke werklocaties ombouwen naar woonlocaties is geen bestendige oplossing. Creëer win-win situaties op die locaties door het combineren van wonen met stedelijke bedrijventerreinen. Hierdoor wordt tegengegaan dat de productieve arbeid van praktisch geschoolden naar slechter bereikbare locaties aan de randen van de stad, of verder de regio in wordt verplaatst.
     

Lees hier de achtergrond bij deze aanbevelingen.

23-05-2024
Event
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland

SKBN, Steenbreek en Werklandschappen van de Toekomst nodigen je mede namens de provincie Flevoland van harte uit voor een inspirerende middag bij het Proeflokaal in Almere. In Flevoland werken zes gemeenten actief aan het herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen, ondersteund door verschillende provinciale trajecten. Tijdens deze bijeenkomst deelt de gemeente Noordoostpolder haar aanpak binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe wordt de stap gezet naar vergroening? Hoe worden economische ruimte, klimaat en natuur gecombineerd? En wat vraagt dit van interne samenwerking en commitment?Daarnaast gaan we in een interactieve workshop in op de verschillende stakeholders binnen bedrijventerreinen en hun rollen en belangen. Zo ontstaat een compleet beeld van wat nodig is om te komen tot toekomstbestendige, gezonde en groene werklandschappen. De urgentie is groot. Uit recent onderzoek blijkt dat 70% van de Nederlandse bedrijventerreinen onvoldoende voorbereid is op wateroverlast door klimaatverandering. Bovendien heeft 5 op de 6 terreinen een tekort aan groen. Tijdens deze middag krijgt u concrete inzichten, praktijkvoorbeelden en handvatten om zelf aan de slag te gaan in je eigen regio. Het aantal plaatsen is beperkt tot 50 deelnemers. Meld je daarom tijdig aan.Programma13.00 | Inloop met koffie en thee13.30 | Welkom door moderator Margot Ribberink en Erik-Jan van Dijk, senior adviseur Ruimtelijke Economie bij provincie Flevoland.Over het traject dat de provincie doorloopt met en voor haar zes gemeenten om tot groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen te komen.13.40 | De aanpak van Nagelerweg, gemeente Noordoostpolder. Hoe kom je tot een juiste aanpak, hoe ga je van start?Gemeente Noordoostpolder is recent gestart als ambassadeursterrein binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe begin je als gemeente, in samenwerking met de ondernemers, en wat heb je daarbij nodig? Wat heeft de gemeente gedaan, óók intern. Er wordt gewerkt aan een Transitieplan, hoe ziet dat eruit? En op welke manier heeft het programma hen op weg geholpen? We kijken met 3 stakeholders in deze aanpak wie welke rol heeft, en wat het vergt om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Inclusief gesprek met de zaal.14.15 | Aan de slag met hulp van IVN FlevolandSamen met landschapsbeheer Flevoland heeft IVN Flevoland een concreet project- en handelingsperspectief voor gemeenten om samen met bedrijven aan de slag te gaan met de aanplant van heggen en eetbare buitenlunch plekken. Uitgevoerd door hun eigen medewerkers als bedrijfsactiviteit. IVN biedt bedrijven advies over plantmateriaal, financiering en ondersteuning in aanplant.Lourens Formsma, IVN Flevoland14.25 | Korte pauze14.45 | Workshop: Samen naar een groen resultaatWorkshop in drie groepen o.l.v. Idverde. Concreet aan de slag met vergroening op bedrijventerreinen. Wie heeft welke rol en hoe kom je tot een groen resultaat?15.45 | Inspelen op een groene behoefteWaar zit de intrinsieke motivatie van ondernemers, en hoe kun je dat stimuleren met beleid?Hugo Kranenburg, directeur Stichting Greendustry16.00 | Samenvatting en afronding door moderator.16.15 | BorrelFacts&FiguresWat >> Estafettetop FlevolandWanneer >> Donderdag 25 juniTijdstip >> 13.00 - 16.30 uur (inclusief borrel) Locatie >> Het Proeflokaal in Almere, Arboretum West 100, 1325 WB AlmereDoelgroep >> dit programma is bestemd voor vertegenwoordigers van medeoverheden, ondernemers en parkmanagers. Andere geïnteresseerden komen op de wachtlijst te staan.Meld je aan

25-06-2026
Nieuws
Ruim € 2 miljoen voor verbetering bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden in Noord-Holland
Ruim € 2 miljoen voor verbetering bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden in Noord-Holland

Noord-Holland stelt in 2026 ruim € 2 miljoen beschikbaar voor het verbeteren van bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden. Gemeenten en ondernemers kunnen een subsidie aanvragen om werklocaties energiezuiniger en klimaatbestendiger te maken. De provincie Noord-Holland wil bedrijven ondersteunen die aandacht hebben voor energiegebruik, watergebruik, natuurinclusiviteit, circulariteit, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit. De subsidies Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TOBED) en Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW) gaan open van 10 februari tot en met 1 oktober 2026.  Gedeputeerde Esther Rommel: “Op werklocaties zoals bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden werken duizenden mensen en vinden veel economische activiteiten plaats. Met deze 2 subsidies ondersteunt de provincie initiatieven die bijdragen aan energiezuinige en klimaatbestendige werklocaties.”  Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TOBED) De subsidie Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TOBED) kan door gemeenten aangevraagd worden voor maatregelen die bijdragen aan de verduurzaming en ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen en haventerreinen. Denk aan het planten van meer groen om wateroverlast tegen te gaan. Of maatregelen die de infrastructuur en (verkeers)veiligheid verbeteren.  Voor deze subsidie is in 2026 € 1,5 miljoen beschikbaar. Hiervan is € 300.000 beschikbaar voor zonnepanelen op grote daken en € 1,2 miljoen voor maatregelen voor verduurzaming en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.  Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW) De subsidie Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW) is voor onderzoek en procesondersteuning, wanneer ondernemers op een bedrijventerreinen en in winkelgebieden beter willen samenwerken om te verduurzamen. Denk aan het opzetten van een samenwerkingsverband, het initiëren van duurzame maatregelen of onderzoek naar het optimaal benutten en hergebruiken van grondstoffen. Deze subsidie kan worden aangevraagd door gemeenten of door de beheerders van een bedrijventerrein of winkelgebied.  Voor de OTW-subsidie is in 2026 € 650.000 beschikbaar. Hiervan is € 400.000 bedoeld voor bedrijventerreinen en € 250.000 voor winkelgebieden.  Aanvragen subsidies 10 februari tot en met 1 oktober 2026 Meer informatie over de regeling Toekomstbestendige Bedrijventerreinen Meer informatie over de regeling Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties

08-01-2026
Nieuws
Vlaams-Nederlands dilemma: wie stuurt doelgericht op ruimte voor economie?
Vlaams-Nederlands dilemma: wie stuurt doelgericht op ruimte voor economie?

Schaarste aan ruimte, energie en netcapaciteit dwingt Vlaanderen en Nederland tot scherpere keuzes. Op het eerste Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres in Brugge werd zowel vanuit Vlaamse als Nederlandse zijde duidelijk dat economische weerbaarheid niet ontstaat door afwachten, maar door actief sturen op waar, hoe en voor wie ruimte voor economie beschikbaar wordt gesteld.Kennisdeling over de grens is niet nieuw, maar zelden was die uitwisseling zo doelgericht als tijdens deze eerste gezamenlijke Vlaams-Nederlands Bedrijventerrein Congres. Zo’n tweehonderd beleidsmakers, ontwikkelorganisaties en experts zowel Vlamingen als Nederlanders spraken afgelopen week in het Bruges Meeting & Convention Centre (BMCC) over de vraag hoe bedrijventerreinen en economische ruimte kunnen bijdragen aan een weerbare economie, in een context waarin uitbreiden niet langer vanzelfsprekend is.In zijn opening via een videoverbinding plaatste Vlaams minister-president en minister van Economie Matthias Diependaele de centrale opgave expliciet in het hart van het economisch beleid. Productiviteit en competitiviteit zijn kernambities van het Vlaamse regeerakkoord, maar staan steeds vaker onder druk door fysieke grenzen.‘Economische groei en innovatie hebben ruimte nodig’, stelde Diependaele. ‘Ruimte voor ondernemingen om te investeren, te produceren en te innoveren. En precies daar ligt vandaag een van de grootste uitdagingen: ruimte is schaars.’Die schaarste vraagt volgens hem om doelgerichter sturen. ‘We moeten de ruimte die we hebben strategisch inzetten en expliciete keuzes maken over waar en hoeveel ruimte we voorzien voor economische activiteiten.’Met het Vlaamse actieplan ruimte voor bedrijvigheid wil de regering voorkomen dat economische ontwikkelingsruimte versnipperd raakt of langdurig onbenut blijft. Daarbij ziet hij een actieve rol voor de overheid, samen met lokale besturen en Vlaamse intercommunales. Via VLAIO wil Vlaanderen optreden als partner bij de complexe opgave om ruimte voor economie daadwerkelijk mogelijk te maken.Het Vlaams-Nederlandse karakter van het congres noemde hij daarbij essentieel. ‘We kunnen veel van elkaar leren. Ik ben ervan overtuigd dat we samen de Rijn-Maas-Scheldedelta verder kunnen uitbouwen tot een van de belangrijkste economische motoren van Europa.’Weerbaarheid centraalDe keynote van econoom Johan Albrecht (Itinera Institute, Universiteit Gent) plaatste die bestuurlijke ambities in een bredere Europese context. Volgens Albrecht is Europa de afgelopen jaren vooral bezig geweest met het compenseren van crises, in plaats van het versterken van zijn economische fundamenten.‘In 2022 en 2023 heeft Europa bijna 800 miljard euro uitgegeven aan energie? en crisissubsidies’, zei Albrecht. ‘Twee derde tot drie kwart daarvan is terechtgekomen bij gezinnen en bedrijven die die steun eigenlijk niet nodig hadden. Dat is pure verspilling.’Die aanpak maakt Europa volgens hem niet sterker voor toekomstige schokken. ‘We moeten stoppen met herstellen achteraf en werken aan structurele weerbaarheid.’ Die noodzaak wordt zichtbaar door de opeenvolging van geopolitieke spanningen en de grote afhankelijkheid van mondiale productieketens, ook voor vitale goederen.‘Vrijwel alle antibiotica en actieve farmaceutische stoffen worden vandaag geproduceerd in India en China. Als die supply chains worden doorgeknipt, kunnen Europese ziekenhuizen binnen één maand niet meer opereren.’Sturen noodzakelijkDe centrale vraag die Albrecht stelde, raakte direct aan het congresthema: wie stuurt werkelijk op economische ruimte? ‘Willen we economische ruimte actief aansturen, of blijven we doen alsof we alleen faciliteren en zien we wel wat er gebeurt?’In situaties van schaarste – aan ruimte, energie of netcapaciteit – worden volgens hem altijd keuzes gemaakt. ‘Als er netcongestie is en niet alles kan worden aangesloten, doet iemand industriebeleid. Alleen gebeurt dat vandaag vaak door netbeheerders en toezichthouders, zonder democratisch mandaat.’Dat leidt tot een impliciet en reactief industriebeleid. ‘Wat we nodig hebben, is een proactief en strategiegedreven industriebeleid waarin we durven kiezen.’Ruimte als hefboomInternationale voorbeelden laten volgens Albrecht zien dat zulke keuzes effect kunnen hebben. Landen als Hongarije en Polen wisten in relatief korte tijd een batterij-industrie op te bouwen met gerichte staatssteun, snelle vergunningverlening, vooraf ingerichte bedrijventerreinen en gegarandeerde energie-aansluitingen. Duitsland ontwikkelde rond Dresden een halfgeleidercluster, vooral gericht op automotive toepassingen. Voor Vlaanderen en Nederland ligt de sleutel niet in kopiëren, maar in het benutten van eigen sterktes. Daarbij waarschuwde Albrecht voor ver doorgeschoten specialisatie van bedrijventerreinen. ‘De echte bron van economische vooruitgang is diversiteit, niet specialisatie. Innovatie ontstaat op het snijpunt van sectoren.’Dat pleit voor gemengde economische omgevingen waarin functies elkaar versterken. ‘Je moet niet elk park één functie geven. Juist menging vergroot de kans op kruisbestuiving.’Deelsessies in teken van visie naar instrumentNaast het plenaire programma boden de break-out sessies tijdens het Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres, een initiatief van vakblad BT in samenwerking met partners VLAIO en Vlinter (een samenwerkingsverband van 12 Vlaamse intergemeentelijke verenigingen voor streekontwikkeling en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, red.), verdieping rond de vraag hoe beter benutten in de praktijk vorm krijgt. Waar het plenaire debat draaide om richting en keuzes, stonden in de deelsessies instrumenten, governance en uitvoering centraal. De focus lag op de ‘hoe vraag’ dus het (beter) benutten van bestaande sturingsmiddelen, zoals het Vlaamse terugkooprecht, bovenlokale programmering en afspraken over uitgifte en herontwikkeling. Daarbij ging het minder om juridische techniek dan om bestuurlijke vragen: wie stuurt, wanneer grijp je in en hoe houd je dat legitiem. Ook herontwikkeling van bestaande terreinen, verweving van functies en de noodzaak van regionale samenwerking kwamen herhaaldelijk terug. Gezamenlijk lieten de sessies zien dat het debat is verschoven van of sturing nodig is naar hoe die sturing uitvoerbaar en consistent wordt ingericht. De vragen die in de break?out sessies concreet op tafel kwamen, raken daarmee aan een fundamentelere kwestie: hoe kijken we eigenlijk naar bedrijventerreinen in ons economische en ruimtelijke denken?Die vertaalslag stond centraal in het plenaire gesprek tussen Mark Andries (directeur VLAIO) en Jurgen Geelhoed (directeur Regio & Ruimte bij het Nederlandse ministerie van Economische Zaken). Beide deden een poging om concreet te maken wat ‘beter benutten’ in beleid en praktijk betekent. Geelhoed schetste hoe Nederland de afgelopen jaren scherper is gaan kiezen. ‘We hebben een aantal sectoren aangewezen met hoge toegevoegde waarde of een duidelijke bijdrage aan transities en weerbaarheid. Daar koppelen we het begrip productief ruimtegebruik aan.’Andries benadrukte dat beter benutten meer is dan verdichten alleen. ‘Productiviteit gaat niet alleen over arbeid, maar ook over ruimte. Hoe halen we meer waarde uit elke vierkante meter die we gebruiken?’Dat vraagt volgens hem ook om innovatie op bedrijventerreinen zelf. ‘Op veel terreinen in Vlaanderen lijkt de tijd stil te staan. Daar moet opnieuw durf en experiment in komen.’Schaarste dwingt tot keuzesNetcongestie maakt volgens beide sprekers duidelijk dat sturen onvermijdelijk is. ‘In Nederland staan duizenden bedrijven op de wachtlijst voor een aansluiting’, aldus Geelhoed. ‘Dan moet je prioriteiten stellen.’Die keuzes worden vaak impliciet gemaakt. Volgens Andries hoort dat niet zo. ‘De vraag is niet of we kiezen, maar wie kiest en op basis waarvan.’ Dat vraagt om gezamenlijke programmering tussen rijk, regio’s en gemeenten, in plaats van adhoc beslissingen.Een gevoelig punt daarbij is de verhouding tussen landbouw en industrie. Geelhoed wees erop dat herverdeling van landbouwgrond ruimte kan bieden voor transities, maar Andries waarschuwde voor polarisatie. ‘Landbouw is economie. Zonder landbouw geen voedingsindustrie. Een groot gevecht tussen sectoren is niet productief.’Volgens Andries ligt de sleutel vooral bij het activeren van gronden die al bestemd zijn voor bedrijvigheid. ‘In Vlaanderen liggen nog honderden hectaren industriegrond die vandaag niet economisch worden benut. Daar moeten we gerichter op sturen.’In de afsluitende keynote plaatste planoloog Karel Van den Berghe (TU Delft) het hernieuwde belang van bedrijventerreinen in een historisch en conceptueel kader. Volgens hem is het denken over bedrijventerreinen decennialang heen en weer geschoten tussen afwijzing en idealisering - een jojo-beweging die leidt tot inconsistent beleid, aldus Van den Berghe. Van den Berghe duidde dat met het concept van een trilemma: duurzaamheid, veiligheid en betaalbaarheid. ‘Het is een onoplosbare keuze. Elke richting die je kiest, heeft per definitie negatieve gevolgen voor de andere twee.’ Dat botst volgens hem met het diepgewortelde idee van maakbaarheid in de ruimtelijke planning, waarin gebieden worden ontworpen alsof ze afgerond en geoptimaliseerd kunnen worden.De geschiedenis van de globalisering laat zien hoe die keuzes verschuiven. Na de oorlog stond veiligheid centraal en werd economie vooral nationaal georganiseerd. Daarna volgde een sterke focus op betaalbaarheid en schaalvoordelen, met globalisering en vergaande zonering als ruimtelijke vertaling. Bedrijventerreinen fungeerden toen vooral als plekken om economische activiteit te kanaliseren en af te schermen van wonen. Die fase is volgens Van den Berghe voorbij. In een tijd van deglobalisatie en geopolitieke onzekerheid staat productie opnieuw centraal. Daarmee keren bedrijventerreinen terug als cruciale schakels in economische systemen. Maar hij waarschuwde voor een nieuwe valkuil: het uitsluitend defensief benaderen van bedrijventerreinen met losse argumenten als werkgelegenheid, circulariteit of innovatie. ‘Dat is een Calimero discussie, en daardoor kwetsbaar.’Bedrijventerreinen zijn onderdelen van netwerkenVolgens Van den Berghe moeten bedrijventerreinen worden benaderd als onderdelen van netwerken van waarde. Niet het individuele bedrijf is doorslaggevend, maar de samenhang tussen bedrijven, sectoren en regio’s - vaak over gemeente? en landsgrenzen heen. Daarbij gaat het niet alleen om start ups of scaleups. ‘Ook de ogenschijnlijk gewone bedrijven zijn cruciaal om economische levenscycli draaiende te houden.’De kernboodschap van Van den Berghe luidde: de stad heeft bedrijventerreinen nodig, maar bedrijventerreinen hebben ook de stad nodig. 'Onder hyperglobalisatie zochten steden economische betekenis en had de stad bedrijventerreinen nodig; in het huidige tijdsgewricht zijn bedrijventerreinen afhankelijk van stedelijke netwerken, kennis, arbeidsmarkten en voorzieningen om relevant te blijven.'Daarmee sluit hij aan bij de centrale conclusie bij de eerste editie van het Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres. In een context van schaarste vraagt economische weerbaarheid niet om nostalgie of romantisering, maar om consequent beleid waarin keuzes expliciet worden gemaakt. Bedrijventerreinen zijn volgens de planoloog geen probleem dat moet worden opgelost, maar een strategische realiteit waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan.

02-04-2026
Aanmelden nieuwsbrief