Van woensdag 29 tot en met vrijdag 31 mei zette de SKBN zeil naar Lille en de regio Hauts-de-France. Hieronder volgt een korte impressie van de studiereis in 10 learnings. Een uitgebreidere, bewerkte editie verschijnt in de juli-editie van vakblad BT.

Hauts-de-France heeft met circa 32.000 km2 een vergelijkbare omvang als Nederland (34.000 km2 landoppervlakte). Maar heeft met circa 6 miljoen inwoners een drie keer zo lage bevolkingsomvang als Nederland. Toch is de Hauts-de-France daarmee de derde dichtstbevolkte regio van Frankrijk. 67 procent van de landoppervlakte staat nog altijd ten dienste van de landbouw, vergelijkbaar met Nederland. De agro-industrie is met stip de grootste industrie.

De lagere bevolkingsdichtheid betekent niet dat er minder behoedzaam wordt omgegaan met ruimte. De Fransen hanteren nu al een eigen variant op de toekomstige Europese richtlijn ‘no net land take’. De ZAN (Zero artificialisation net) is sinds 2021 van kracht. Voor de metropoolregio Lille levert deze richtlijn vooralsnog niet veel problemen op. De stad heeft nog gaten te vullen als erfenis van een industrieel textielverleden. Zo liggen er nog tal van ontwikkelmogelijkheden in Roubaix. De regio en metropool zetten actief in op herstructurering van brownfields. Maar Ports de Lille ziet de druk op de ruimte groeien, mede door toedoen van een ontluikende circulaire economie. Voor de transformatie naar een circulaire economie kan de ZAN op termijn een obstakel gaan vormen, als deze wet te stringent wordt gehanteerd.

De grootste uitdaging van het moment is de bemensing van de nieuwe fabrieken die de nationale overheid in de regio uit de grond wil stampen. Dat laatste als antwoord op een misschien nog grotere uitdaging: het minder afhankelijk worden van sleuteltechnieken van het buitenland in het kader van strategische autonomie, en (energetische) verduurzaming.

De Franse regering koos voor de regio rond Duinkerken als locatie waar giga-batterijfabrieken moeten landen. De eerste fabriek van ACC in Billy Berclau draait al deels en wordt momenteel uitgebreid. Een tweede en derde giga-factory in Duinkernen en productielocaties voor halffabricaten zijn in aanbouw. Om voldoende mensen te hebben om in deze fabrieken te werken, investeert de regio in opleidings- en omscholingsprogramma’s.

Een niet onbelangrijke asset die Duinkerken heeft is ruimte, die wordt aangeboden in de vorm van plug and play-sites. De stad investeert ook flink in het woonkwaliteit om ook het benodigde personeel dat in de fabriek moet werken aan te trekken. Hoe groot het ruimte-aanbod ook lijkt; in Duinkerken komt inmiddels het einde van het ruimte-aanbod in zicht.

Een tweede troef die de havenstad claimt als onderdeel van een aantrekkelijk vestigingsklimaat is duurzame energie. Zo koos batterijfabriek Verkor zich in Duinkerken vanwege het warmtenet dat gevoed wordt met restwarmte uit de industrie, waar Verkor dankbaar gebruik van maakt voor het droogproces in de batterijproductie.

Een heel belangrijke factor die Duinkerken een concurrentievoordeel kan bieden is de goedkope stroom van de gigantische kerncentrale in de havenstad, die omgezet kan worden in gigantische hoeveelheden dan wel niet groene, maar wel blauwe waterstof die de transitie kan aanslingeren. Twee nieuwe kerncentrales zijn in de maak.
 

10 LEARNINGS
Transities staan centraal tijdens deze driedaagse studiereis. We beginnen in Lille met de circulaire economie, waarvoor de binnenhaven van Lille een belangrijke ruimtelijke schakel is.

Learning 1: Een duidelijke visie en regionale strategie zet neuzen in dezelfde richting.

De regio Hauts-de-France heeft een duidelijke ontwikkelstrategie, het REV3-transitieprogramma. REV3 verwijst naar de derde industriële revolutie die de regio met gerichte investeringen probeert te ontketenen. Het programma REV3 (Révolution Industrielle et Écologique de la Troisième Génération) is een ambitieus initiatief dat zich richt op de transitie naar een duurzame en digitale economie. Dit programma, ondersteund door de Europese Unie en regionale autoriteiten, heeft als doel om een circulaire economie te bevorderen, nieuwe economische clusters te ontwikkelen en werkgelegenheid te creëren in de regio. REV3 omvat verschillende projecten die gericht zijn op energie-efficiëntie, hernieuwbare energiebronnen, digitale technologieën en de bevordering van duurzaam ondernemen. Het programma streeft ernaar om de Hauts-de-France regio te positioneren als een voorloper in groene en digitale innovaties door middel van samenwerkingen tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden.

Learning 2: Ga uit van eigen kracht in plaats van te verwachten dat het heil van buiten komt.

De ontwikkelstrategie van de regio Hauts-de-France is niet uit de lucht gegrepen, maar bouwt voort op kwaliteiten die de regio al heeft. Dat is: en auto-industrie (met de batterijfabrieken als nieuwe specialisatie), en technisch geschoolde bevolking en – zoals ze zelf zeggen – een groot personeelsaanbod. Dat laatste is voor discussie vatbaar, maar feit is dat de kaartenbakken in de Franse regio goed gevuld zijn. De werkeloosheid is relatief hoog, als erfenis van een industrieel (mijn)verleden. Vandaar dat de regio er alles aan doet om mensen met omscholingsprogramma’s te (re)-activeren.

Het bieden van vervangende werkgelegenheid was ook het doel van de EuraTechnologies Campus. Op het eerste gezicht lijken de start-ups die in het imposante gebouw dat tot in de jaren ’90 als textielfabriek duizenden mensen tewerk stelde, weinig relatie te hebben met het oude economische profiel. Maar ze borduurt juist voort op een traditie. EuraTechnologies telt inmiddels vijf locaties waaronder de Blanchemaill Roubaix-site die gespecialiseerd is e-commerce en retail-tech. Roubaix was van oudsher een belangrijke pleisterplaats van postorder- en retailbedrijven. Decathlon heeft zijn hoofdzetel in Roubaix. De campus in Willems, even buiten Lille, staat in het teken van AgroTech. De hoofdcampus – Le Blan Lafont – staat in het teken van duurzame transities.

Learning 3: Huisvesting kan motor zijn van innovatie.

Een ander learning die kan worden getrokken uit EuraTechnologies, is dat de campus geen fonds heeft voor bedrijven, maar dat alles over de band van huisvesting gaat. Start-ups zitten om niet in de campus en worden geselecteerd tijdens pitchrondes. Grote bedrijven willen daar bij horen, en hebben inmiddels een belangrijk aandeel genomen in de campus. Het verschaft hun toegang tot talent.

Learning 4: Zet bedrijventerreinen in als aanjager van regionale transitie.

Belangrijk onderdeel van het REV3-transitieprogramma zijn de bedrijventerreinen, parcs d’activités’ in het Frans. Zij maken onderdeel uit van een groot decarbonisatie-programma. Daarnaast wordt werk gemaakt van het vergroenen van bedrijventerreinen en landschappelijke inpassing. Daarbij wordt mede geleund op Europa. Het regionale programma kent een doorvertaling naar het niveau van de metropool. Métropole Européenne de Lille (MEL) investeert 28 miljoen euro in revitalisering van verouderde bedrijventerreinen. Beter benutten maakt daar onderdeel van uit, ook in het kader van de ZAN-doelstelling (zie boven).

Learning 5: Verdichting van de stad vraag extra ruimte voor circulaire economie.

Het bezoek aan Ports de Lille levert een aantal interessante inzichten op. Naarmate de nadruk ‘in’ de stad meer komt te liggen op verdichting en transformatie, neemt de druk op watergebonden bedrijventerreinen toe om de reststromen die transformatie genereren te verwerken. Dat geldt eveneens voor bedrijven die niet kunnen uitbreiden en een deel van hun distributie moeten verplaatsen naar haventerreinen. Ports de Lille doet dat onder meer voor voedselconglomeraat Roquette. 

Learning 6: Zelf exploiteren van (logistieke) havenfaciliteiten geeft meer grip op circulaire reststromen.

Een andere learning van Ports de Lille is dat het havenbedrijf gronden niet alleen in erfpacht uitgeeft, maar in veel gevallen de opstallen bouwt en exploiteert. In Nederland zijn logistiek en bedrijventerreinen meestal losgekoppeld. Daarmee heeft Ports de Lille, een dochteronderneming van de regionale KvK, grip op circulaire stromen vanaf circa vijf locaties die het havenbedrijf bestiert. Daarnaast houdt Ports de Lille door actieve betrokkenheid bij de haventerreinen grip op de kwaliteit van de gebouwen.

Learning 7: Wees realistisch bij duurzame logistiek en distributie: Kritische massa en afstand zijn randvoorwaardelijk.

Een derde learning van Ports de Lille, bij monde directeur Ferenc Szilagy, is dat voor duurzame (stads)distributie een kritische massa nodig is en voor duurzame logistiek bijvoorbeeld per trein, een kritische afstand. Te beginnen bij stadsdistributie: daarmee begon Ports de Lille vol goede moed, maar het gevraagde volume aan distributiediensten bleek al snel niet te corresponderen met de duurzame transportmethode, zoals de bakfiets. Voor de trein geldt volgens Ferenc een kritische afstand van circa 600 kilometer, voor investeringen in treinoverslag uitkunnen. Voor duurzaam transport over water gelden eveneens kritische afstanden. De schaal in Frankrijk is al sneller rendabel voor ‘nieuwe’ transportmethoden dan in Nederland.

Learning 8: Circulaire bedrijvigheid gebaat bij aanwezigheid goedkope ruimte.

Een heel belangrijk les van het bezoek aan Tissel in Roubaix, waar zich allemaal circulaire start-ups bevinden, is dat (startende) circulaire bedrijvigheid gebaat is bij goedkope bedrijfsruimte. De vele leegstaande textielfabrieken in Roubaix vormen daarvoor een belangrijke asset en vruchtbare bodem voor een nieuwe economie. De gemeente Roubaix kiest er expliciet voor de fabrieken niet te transformeren naar bijvoorbeeld duurzame appartementen, maar kiest voor ‘flugal and low tech circular transformation’. Of de marktomstandigheden dwongen de stad tot het maken van die keuze. Het goede nieuws is dat dit juist nieuw momentum genereert voor de industriestad, die zo een nieuwe, industriële revolutie kan doormaken als ‘upcycle-stad’.

Learning 9: Ruimte is een belangrijke asset van Hauts-de-France, ook voor Nederland.

De internationale promotieorganisatie North France Invest sluit met haar acquisitie naadloos aan bij het strategische plan van de regio. Opvallend is dat Hauts-de-France nog van de ruimte barst, zeker in vergelijking met Nederland. En daarmee ruimtevreters als giga-factories probeert de verleiden naar de regio te komen. Tegelijkertijd waarschuwt North France Invest voor het ontstaan van een nieuwe monocultuur. Die ruimte in Hauts-de-France (op krap 55 kilometer van Nederland), gecombineerd met de havenfaciliteiten, kan voor Nederland ook interessant zijn als we het hebben over het verdelen van vitale functies over onze grensoverschrijdende regio, bijvoorbeeld door als ‘subhub’ te fungeren voor activiteiten waarvoor we in Nederland te weinig ruimte hebben.

Learning 10: Industriepolitiek is terug van weggeweest: Met ruimte en bedrijventerreinen kun je sturen op strategische autonomie en duurzame transities.

Als Duinkerken ons iets laat zien, dan is het wel hoe de Fransen werk maken van strategische autonomie. Door gewoon gebieden aan te wijzen waar nieuwe fabrieken moeten landen. Overigens niet als kip zonder kop. Duinkerken heeft hard moeten werken om investeerders aan te trekken. Maar na diverse pogingen is het gelukt om twee giga-factories aan te trekken. Het warmtenet was daarbij een trigger voor batterijfabriek Verkor. Plug en play-sites en een uitgekiende planning-tool die interdependenties in kaart brengt als een soort digital twin, moeten de miljarden aan investeringen die in Battery Valley landen, in goede banen leiden.

 

12-06-2024
Event
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland

SKBN, Steenbreek en Werklandschappen van de Toekomst nodigen je mede namens de provincie Flevoland van harte uit voor een inspirerende middag bij het Proeflokaal in Almere. In Flevoland werken zes gemeenten actief aan het herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen, ondersteund door verschillende provinciale trajecten. Tijdens deze bijeenkomst deelt de gemeente Noordoostpolder haar aanpak binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe wordt de stap gezet naar vergroening? Hoe worden economische ruimte, klimaat en natuur gecombineerd? En wat vraagt dit van interne samenwerking en commitment?Daarnaast gaan we in een interactieve workshop in op de verschillende stakeholders binnen bedrijventerreinen en hun rollen en belangen. Zo ontstaat een compleet beeld van wat nodig is om te komen tot toekomstbestendige, gezonde en groene werklandschappen. De urgentie is groot. Uit recent onderzoek blijkt dat 70% van de Nederlandse bedrijventerreinen onvoldoende voorbereid is op wateroverlast door klimaatverandering. Bovendien heeft 5 op de 6 terreinen een tekort aan groen. Tijdens deze middag krijgt u concrete inzichten, praktijkvoorbeelden en handvatten om zelf aan de slag te gaan in je eigen regio. Het aantal plaatsen is beperkt tot 50 deelnemers. Meld je daarom tijdig aan.Programma13.00 | Inloop met koffie en thee13.30 | Welkom door moderator Margot Ribberink en Erik-Jan van Dijk, senior adviseur Ruimtelijke Economie bij provincie Flevoland.Over het traject dat de provincie doorloopt met en voor haar zes gemeenten om tot groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen te komen.13.40 | De aanpak van Nagelerweg, gemeente Noordoostpolder. Hoe kom je tot een juiste aanpak, hoe ga je van start?Gemeente Noordoostpolder is recent gestart als ambassadeursterrein binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe begin je als gemeente, in samenwerking met de ondernemers, en wat heb je daarbij nodig? Wat heeft de gemeente gedaan, óók intern. Er wordt gewerkt aan een Transitieplan, hoe ziet dat eruit? En op welke manier heeft het programma hen op weg geholpen? We kijken met 3 stakeholders in deze aanpak wie welke rol heeft, en wat het vergt om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Inclusief gesprek met de zaal.14.15 | Aan de slag met hulp van IVN FlevolandSamen met landschapsbeheer Flevoland heeft IVN Flevoland een concreet project- en handelingsperspectief voor gemeenten om samen met bedrijven aan de slag te gaan met de aanplant van heggen en eetbare buitenlunch plekken. Uitgevoerd door hun eigen medewerkers als bedrijfsactiviteit. IVN biedt bedrijven advies over plantmateriaal, financiering en ondersteuning in aanplant.Lourens Formsma, IVN Flevoland14.25 | Korte pauze14.45 | Workshop: Samen naar een groen resultaatWorkshop in drie groepen o.l.v. Idverde. Concreet aan de slag met vergroening op bedrijventerreinen. Wie heeft welke rol en hoe kom je tot een groen resultaat?15.45 | Inspelen op een groene behoefteWaar zit de intrinsieke motivatie van ondernemers, en hoe kun je dat stimuleren met beleid?Hugo Kranenburg, directeur Stichting Greendustry16.00 | Samenvatting en afronding door moderator.16.15 | BorrelFacts&FiguresWat >> Estafettetop FlevolandWanneer >> Donderdag 25 juniTijdstip >> 13.00 - 16.30 uur (inclusief borrel) Locatie >> Het Proeflokaal in Almere, Arboretum West 100, 1325 WB AlmereDoelgroep >> dit programma is bestemd voor vertegenwoordigers van medeoverheden, ondernemers en parkmanagers. Andere geïnteresseerden komen op de wachtlijst te staan.Meld je aan

25-06-2026
Nieuws
OML zet samen stappen richting Energiegemeenschap Leudal
OML zet samen stappen richting Energiegemeenschap Leudal

Op 17 maart 2026 heeft de gemeente Leudal samen met de energie coöperaties Leudal Energie en Zuidenwind, Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg, De Limburgse Land- en tuinbouwbond en netbeheerder Enexis de samenwerkingsovereenkomst voor de Energiegemeenschap Leudal ondertekend. Daarmee is een belangrijke stap gezet richting een lokaal en toekomstbestendig energiesysteem voor inwoners en bedrijven. Namens het college van burgemeester en wethouders ondertekende wethouder Michel Graef de overeenkomst.In het coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken dat de gemeente onderzoekt hoe zij meer regie kan nemen op lokale energievoorziening. De energiegemeenschap is daar een concrete uitwerking van. Het doel is duidelijk: betrouwbare en betaalbare, hernieuwbare energie voor inwoners en bedrijven in Leudal. Energie die zoveel mogelijk lokaal wordt opgewekt én lokaal wordt gebruikt.Opbrengsten naar gemeenschapWethouder Michel Graef: “Met deze samenwerking zetten we een belangrijke stap naar meer lokale zeggenschap over onze energie. We doen dit samen met onze partners én met onze inwoners. Zo zorgen we ervoor dat duurzame energie betaalbaar blijft en dat de opbrengsten ten goede komen aan onze eigen gemeenschap.”Wat is een energiegemeenschap?Een energiegemeenschap is een samenwerking van inwoners, lokale organisaties en, waar passend, de gemeente. Samen wekken zij duurzame energie op, bijvoorbeeld via zon, wind of groen gas. Die energie kan vervolgens lokaal worden gedeeld. Dit gebeurt zonder winstoogmerk. De prijs is gebaseerd op kostprijs en is eerlijk en transparant voor de leden. Sinds 1 januari 2026 biedt de nieuwe Energiewet ook de wettelijke mogelijkheid om energie lokaal met elkaar te delen.Ervaring in Ell en HeibloemIn de dorpen Ell en Heibloem wordt al sinds april 2025 gewerkt aan pilotprojecten. Inwoners zijn daar actief betrokken in projectgroepen, samen met energiecoöperaties zoals Leudal Energie en Zuidenwind. De ambitie is om lokaal opgewekte energie ook lokaal te benutten en te werken aan toekomstbestendige, aardgasloze dorpen. In januari 2026 zijn deze projecten bovendien door de provincie Limburg aangewezen als voorbeeldprojecten.Samen bouwen aan de toekomstMet het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst spreken de betrokken partijen uit dat zij gezamenlijk verder bouwen aan de Energiegemeenschap Leudal. In een later stadium worden ook inwoners en bedrijven uitgenodigd om aan te sluiten. De formele oprichting van de Energiegemeenschap Leudal staat gepland voor het eerste kwartaal van 2027. Tot die tijd wordt in de pilotdorpen verder gewerkt aan concrete projecten.

18-03-2026
Nieuws
Provincie Zuid-Holland investeert fors: onder meer in bedrijventerreinen
Provincie Zuid-Holland investeert fors: onder meer in bedrijventerreinen

Provincie Zuid-Holland heeft € 142 miljoen vrijgemaakt om grote ambities te versnellen. Denk daarbij aan de woningbouw, het oplossen van netcongestie, versterking van het landelijk gebied en verbetering van het fietsnetwerk.“Het is fijn dat de Staten aan het laatste deel van deze bestuursperiode nog een extra impuls geven om aan een krachtig Zuid-Holland te werken”, aldus het college van Gedeputeerde Staten.Keuzes in samenhang verwevenDeze Investeringsagenda vloeit voort uit een amendement en motie uit juli 2025 die bij de Voorjaarsnota zijn aangenomen. Het versnellingsgeld komt uit de provinciale algemene reserve. Vanuit het college zijn 17 voorstellen aangedragen, die zijn beoordeeld op impact en of zij passen in de opdracht die voortkomt uit de motie, het amendement en het coalitieakkoord. Niet alles kan namelijk en niet alles hoeft tegelijkertijd. De voorstellen die het uiteindelijk niet hebben gehaald, worden ter overweging meegenomen richting de Voorjaarsnota 2026. Belangrijk in de afweging was dat de keuzes in samenhang met elkaar zijn verweven.Woningbouw komt immers alleen vooruit met bijvoorbeeld voldoende netcapaciteit en bereikbaarheid. Natuur-, landbouw- en waterdoelen moeten integraal onderdeel zijn van gebiedsontwikkeling. Duurzame economische groei vraagt om herstructurering van bedrijventerreinen, innovatiekracht en een robuust energienet. Een goed fietsnetwerk ondersteunt zowel verstedelijking als leefbaarheid waaronder in kleine kernen.Vanuit de Investeringsagenda is versnellingsgeld vrijgemaakt voor:Ontwikkelmaatschappij beter benutten bedrijventerreinen: 10 miljoen euroDe ruimte in Zuid-Holland is schaars en moet zorgvuldig worden gebruikt. Omdat ook de uitbreidingsruimte voor bedrijvigheid beperkt is, willen we bestaande bedrijventerreinen beter benutten. Door het investeringsbudget op te schalen naar € 20 miljoen kan de herstructurering sneller van start gaan. Het beter benutten van bedrijventerreinen levert naar verwachting 20% ruimtewinst op, helpt werkgelegenheid behouden, creëert plek voor een duurzame en circulaire economie en sluit aan op andere provinciale opgaven zoals mobiliteit, wonen en de energietransitie.Rotterdamse Haven – ruimte voor duurzame groei: 4,6 miljoen euroDeze investering versnelt de verkenning en de uitwerking van plannen binnen NOVEX Rotterdamse haven, zodat het beoogde doel - de haven transformeren tot een internationaal concurrerend, duurzaam en toekomstbestendig haven- en industriecomplex, in balans met de leefomgeving - sneller wordt gerealiseerd.Tegengaan netcongestie in Zuid-Holland: 16,6 miljoen euroDoor het tekort aan netcapaciteit stagneren woningbouw, verduurzaming en bedrijfsontwikkeling. Met deze investering maakt de provincie de bouw van nieuwe energie-infrastructuur sneller mogelijk en stimuleert het slimmer stroomgebruik en praktijkpilots voor netoplossingen. Dit doet de provincie aan de hand van vier projecten, zes pilots en een onderzoeksprogramma.De vier versnellingsprojecten zijn:Vliegende Brigade voor energie-infrastructuurprojecten (€ 3,6 miljoen),subsidieregeling voor energiemanagementsystemen voor bedrijven en maatschappelijke partijen (€ 3,9 miljoen),versterken van energiegemeenschappen (€ 4,9 miljoen),ondersteuning geothermie om onnodige elektrificatie te voorkomen(€ 0,8 miljoen).Daarnaast zijn er zes pilots om netcongestie-oplossingen in de praktijk te testen:pilot laagspanningsdata,pilot allianties voor netcongestie-oplossingen,pilot ontwerpwedstrijd voor trafohuisjes,pilot springfonds voor netcongestie,pilot monitoring van aquathermie,pilot energiebesparing in monumentaal vastgoed (samen € 1,1 miljoen).Tot slot is er een onderzoeksprogramma met vijf onderzoekslijnen om versneld kennis te ontwikkelen en verspreiden in het relatief nieuwe thema van netcongestie:versnelling realisatie energie infrastructuurgebiedsgericht ontwikkelennetbewuste maatregelendata en scenario modellenconcept- beleidsontwikkeling (samen € 2,1 miljoen)Groenblauwe Netwerk: 10 miljoen euroHet Groenblauw Netwerk is de drager voor een gezonde, klimaatrobuuste, recreatieve en biodiverse provincie. De provincie werkt aan het groenblauwe netwerk via de uitvoering van het Landschapspark. Dit doet zij op dit moment in vier gebieden: Vlietzone, Rotte, Schiezone en Getijdepark XL. Deze gebieden staan de komende jaren onder druk door woningbouw en recreatie. Het Groenblauw Netwerk draagt bij aan recreatieve en ecologische verbindingen tussen gebieden en over water, de opwaardering van bestaande recreatiegebieden, nieuwe groenblauwe verbindingen met (nieuwe) woonwijken en inpassing van benodigde energievoorzieningen in het landschap. Het geld wordt ook gebruikt voor projecten van gemeenten en waterschappen.Strategische Reserve Landelijk Gebied: 40 miljoen euroDe provincie werkt via het Zuid-Holland Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) met een gebiedsgerichte, integrale aanpak aan een vitaal landelijk gebied. Via gebiedsplannen wordt gewerkt aan het halen van doelen op water, natuur, stikstof, klimaat en landbouw. Om dat te realiseren is onder andere geld nodig. In de Investeringsagenda is daarom € 40 miljoen opgenomen om projecten die klaar zijn voor uitvoer snel verder te kunnen helpen. In het voorjaar zal duidelijk worden of en welke eerste concrete projectvoorstellen al kunnen starten.Versterking regionaal investeringskapitaal start-ups, scale-ups en innovatief mkb: 30 miljoen euroMet deze kapitaalinjectie van € 30 miljoen in IQ Capital en UNIIQ wil Zuid-Holland de regionale investeringskracht versterken. Hierdoor blijft vroegfasefinanciering beschikbaar, kunnen meer innovatieve start-ups, scale-ups en mkb-bedrijven doorgroeien en wordt de hefboomwerking richting het ministerie van Economische Zaken, gemeenten, kennisinstellingen en private investeerders benut. Deze investering versterkt bovendien de positie van Zuid-Holland in Europa, creëert een gelijker speelveld met andere regio’s en versnelt de ontwikkeling van cruciale technologieën.Aanvullend budget realisatie woningbouw: 19 miljoen euroVanaf 2027, en mogelijk zelfs al eerder, is het beschikbare budget te laag om het vastgestelde programma Realisatie Woningbouw uit te voeren. Door nu een incidentele toevoeging te reserveren, wordt de continuïteit van subsidies en ondersteuning gewaarborgd die bijdraagt aan de realisatie van sociale en betaalbare woningen. Zowel gemeenten als corporaties kunnen bijvoorbeeld subsidies aanvragen waarmee ze capaciteit kunnen inhuren om hun plan vooruit te helpen.Aanpak knelpunten (hoofd-) fietsnetwerk: 10 miljoen euroOmdat het aantal inwoners in Zuid-Holland blijft groeien, is het belangrijk om het netwerk van fietspaden flink te verbeteren. Het wegennet biedt namelijk nauwelijks ruimte voor uitbreiding en gaat veel onderhoud gaat krijgen, terwijl de fiets voor veel mensen een goed alternatief is. Met deze investering kunnen doorfietsroutes als de Velostrada en de Beneden Merwederoute sneller, aantrekkelijker en veiliger worden gemaakt. Hiernaast kunnen 20 kruispunten door de hele provincie veiliger gemaakt worden. Zo zorgen we voor betere bereikbaarheid, betere duurzaamheid en halen we druk van het wegennet.Uitvoering Actieplan Geluid (stil asfalt): 1,5 miljoen euroDoor extra te investeren in de uitvoering van het Actieplan Geluid, kunnen we sneller zorgen voor het verminderen van geluidsoverlast langs provinciale wegen. Bijvoorbeeld door stil asfalt aan te brengen. Deze investering helpt daarmee het invoeren van scherpere regels en richtlijnen voor de hoeveelheid geluid die door provinciale wegen mag ontstaan.Aansluiting N215 – N498: 0,5 miljoen euroWe verwachten dat het de komende jaren drukker wordt op de kruising van de N215 en de N498. Daarom wordt de capaciteit van de kruising vergroot, en wordt deze ingericht als een kruising met verkeerslichten. Om de verkeersveiligheid en bereikbaarheid te vergroten wordt ook een fietspad en -oversteek aangelegd.

26-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief