SKBN bundelt haar krachten graag met partners. Op dit moment wordt samengewerkt op de volgende vlakken:
 

Rli

De Raad voor leefomgeving en infrastructuur werkt aan een advies rondom de verduurzaming van bedrijventerreinen. SKBN is onderdeel van het expertpanel en denkt met haar netwerk actief mee aan de juiste adviesrichting richting de ministeries van EZK en BZK. het advies wordt verwacht in het najaar van 2023.

 

Paris Proof Rankings

SKBN heeft zich verbonden aan de Paris Proof Rankings. Door Gerlof Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies wordt ieder jaar in kaart gebracht wat de status is van de Nederlandse bedrijventerreinen in relatie tot de klimaatdoelstellingen 2050. SKBN ziet dit als een nuttig instrument om de status te monitoren en de aandacht te vestigen op de toegevoegde waarde van bedrijventerreinen. Sinds 2023 is ook Dutch Green Building Counsel aangesloten bij de Paris Proof Rankings.
 

Groeifonds Werklandschappen van de Toekomst

SKBN is partner bij het Groeifonds Werklandschappen van de Toekomst. Samen  met een grote groep partners wordt de komende jaren ingezet op de realisatie van groenblauwe bedrijventerreinen. Zo kunnen de werklandschappen van de toekomst groen, gezond en klimaatbestendig zijn.
 

Stichting CLOK

SKBN en Stichting CLOK zijn aan het verkennen op welke vlakken en hoe ze elkaars activiteiten kunnen aanvullen. Stichting CLOK (Centrum voor Lokale Ondernemers Kringen) draagt bij aan een duurzame regionale en lokale economie. 

Nieuws
Green Deal: toekomstbestendige bedrijventerreinen Zuid-Holland
Green Deal: toekomstbestendige bedrijventerreinen Zuid-Holland

Op vrijdag 10 maart ondertekenden gedeputeerde Willy de Zoete van provincie Zuid-Holland en Jelle de Jong van IVN/Werklandschappen van de Toekomst een intentieverklaring, een Green Deal. Hiermee geven beide partijen aan de komende 10 jaar samen te werken aan de transitie naar toekomstbestendige bedrijventerreinen. En dat is hard nodig, want slechts 1% van alle bedrijventerreinen bestaat uit natuur. Het zijn grijze, versteende omgevingen. En dat terwijl zo’n 450.000 mensen in Zuid-Holland op een bedrijventerrein werken. De ruim 3.000 bedrijventerreinen in Nederland vormen een belangrijk deel van het bebouwde oppervlak en passen in toenemende mate niet meer bij deze tijd. Op dit moment bestaat slechts 1% van de 100.000 hectare bedrijventerreinen in Nederland uit ‘natuurlijke elementen’. Bedrijventerreinen zijn daardoor gevoelig voor hittestress en wateroverlast bij heftige neerslag en daarmee voor schade aan gebouwen en wegen. Planten en bomen verkoelen, vangen water op en zuiveren de lucht. Daarnaast zorgt groen voor een betere (psychische) gezondheid van werknemers en liggen er grote kansen voor de biodiversiteit, die in ons land ernstig onder druk staat. Gedeputeerde Willy de Zoete (Economie): "We zijn als provincie erg blij met deze Green Deal. Deze intentieverklaring sluit goed aan bij hoe wij als provincie ons willen inzetten voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Om een aantrekkelijk vestigingsklimaat te behouden, is een transitie nodig van reguliere bedrijventerreinen naar werklandschappen van de toekomst. Dit is niet alleen financieel noodzakelijk, maar ook vanuit brede welvaart essentieel voor de gezondheid van werknemers en de leefbaarheid op deze terreinen. Wat zou het mooi zijn om de ‘hete kooltjes in het Zuid-Hollandse landschap’ om te toveren tot plaatsen waar men graag werkt, langsfietst als recreant, of waar men in de lunchpauze met plezier een blokje om loopt." Nieuw normaal Werklandschappen van de Toekomst werkt in negen jaar toe naar een ‘nieuw normaal’: groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen door heel Nederland. Om dit te bereiken start een groot onderzoeksprogramma met vier zogenoemde ‘living labs’ en tien ambassadeursterreinen. Deze living labs zullen fungeren als proeftuinen. Hier wordt onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld de koelende waarde van groene gevels en de combinatie van zonnepanelen en groene daken. Een gefaseerde en lerende aanpak leidt ertoe dat minimaal 1000 bedrijventerreinen stappen zetten richting toekomstbestendige ‘werklandschappen’. Green Deal Jelle de Jong van IVN Natuureducatie ondertekende de Green Deal namens Werklandschappen van de Toekomst. De Jong: ‘Door Green Deals te sluiten, worden provincies bondgenoot in onze missie. Als koploper krijgt Zuid-Holland cofinanciering voor aanpassingen op geselecteerde bedrijventerreinen en krijgt het vestigingsklimaat een positieve impuls. De provincie draagt bij door kennis te delen, passend beleid te maken en te investeren in verduurzaming van bedrijventerreinen. Fantastisch om zo’n toekomstgerichte provincie als Zuid-Holland aan boord te hebben!’ Over Werklandschappen van de Toekomst Werklandschappen van de Toekomst is een brede beweging van partijen die met innovaties op diverse terreinen toewerken naar toekomstgerichte, groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen. Lees meer op: Werklandschappen van de Toekomst (ivn.nl) Over de provincie Zuid-Holland De provincie zorgt voor aantrekkelijke, goed functionerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen voor werkgevers, werknemers en bedrijven. Zij combineert dit met andere grote maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie. Samen met haar partners draagt de provincie bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat met bedrijventerreinen van duurzame kwaliteit waarbij het van groot belang is dat met meer groen een gezonde leef- en werkomgeving wordt gecreëerd. Kijk voor meer informatie op: 7 tips: Bedrijventerreinen vergroenen.

10-03-2023
Nieuws
Dutch Green Building Council en SKBN slaan handen ineen voor Paris Proof Ranking bedrijventerreinen
Dutch Green Building Council en SKBN slaan handen ineen voor Paris Proof Ranking bedrijventerreinen

De Dutch Green Building Council (DGBC) en Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen (SKBN) gaan vanaf dit jaar intensiever samenwerken voor de Paris Proof Ranking. Deze beoordeling van de Nederlandse bedrijventerreinen op hun energieprestaties in relatie tot de doelstellingen van het Parijse Klimaatakkoord uit 2015, wordt sinds 2020 jaarlijks gepresenteerd door Rienstra Beleidsonderzoek, Elba\Rec en SKBN. De reden van de samenwerking is het verder uitwisselen van kennis om meer inzicht te krijgen in het energiegebruik van gebouwen en bedrijventerreinen, met het doel deze sector verder te verduurzamen. De Paris Proof ambitie houdt in dat het energieverbruik van de gebouwde omgeving met twee derde omlaag moet ten opzichte van het huidige gemiddelde. Dat is een stevige maar noodzakelijke ambitie om in Nederland de doelen van het Parijse Klimaatakkoord te halen. Op verzoek van het bestuur van de SKBN is door Rienstra Beleidsonderzoek in 2021 en in 2022 een Paris Proof Ranking opgesteld, met behulp van actuele jaargegevens over het gebruik van aardgas en elektriciteit op bedrijventerreinen in respectievelijk 2020 en 2021. Bedrijventerreinen zijn de grootste sector in de utiliteitsbouw qua oppervlak en energiegebruik, waar grote kansen liggen om energie te besparen en op te wekken. DGBC stimuleert vanuit het Paris Proof programma meerdere sectoren, waaronder bedrijventerreinen, om zich bewust te zijn van hun energiegebruik en om dit omlaag te brengen. ‘We zijn als SKBN erg verheugd met een verdere kennisuitwisseling met DGBC voor de Paris Proof Ranking’, zegt Theo Föllings, voorzitter van de SKBN. ‘De normering volgde natuurlijk al de definitie die de DGBC handhaaft, maar dat we dit nu samen kunnen oppakken maakt het extra waardevol. De beoordeling op werkelijk energiegebruik wordt daarmee een belangrijke normbepaling op gebouw-, en gebiedsniveau.’ Circulariteit De SKBN laat zich ook niet onbetuigd op het gebied van circulariteit. Recycling en reparatie hebben als deelsectoren van de circulaire economie relatief veel ruimte nodig. Uit onderzoek (eveneens Rienstra Beleidsonderzoek) blijkt dat als bedrijventerreinen evenredig meegroeien met de rest van de economie, er in 2030 870 hectare extra ruimte nodig zal zijn om nieuwe circulaire activiteiten te herbergen. Die oppervlakte staat gelijk aan veertig bedrijventerreinen van gemiddelde omvang. “Reden temeer”, aldus onderzoeker Gerlof Rienstra, “om te kijken naar de indeling van de bedrijventerreinen. Daar zijn nu veel bedrijven gevestigd die er eigenlijk niet thuishoren. Breng die bedrijven liever terug naar de stad of de randen van de stad. Hiermee komt er ruimte vrij om de extra hectares te realiseren en is het een mogelijke oplossing voor de leegstand van panden in de steden.” “Gemeenten kijken op dit moment”, zegt Rienstra, “vooral naar de mogelijkheden van de transformatie van bedrijventerreinen naar woonwijken. In coalitieakkoorden van Brabantse steden is er in ieder geval wel aandacht voor bedrijventerreinen en dat is hoopgevend.”

02-03-2023
Nieuws
Paris Proof Ranking: Minder bedrijventerreinen voldoen aan Parijs-norm
Paris Proof Ranking: Minder bedrijventerreinen voldoen aan Parijs-norm

Waar in coronajaar 2020 achttien procent van de Nederlandse bedrijventerreinen al voldeden aan de Parijse energienorm voor 2050, daalde dit aandeel in 2021 naar 14 procent. Volgens economisch geograaf Gerlof Rienstra (Rienstra beleidsadvies en beleidsonderzoek), die de energieprestaties van bedrijventerreinen voor het derde jaar op een rij samen met de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) analyseerde, is de ‘teruggang’ een gevolg van het economisch herstel na de coronaperiode. Paris proof ranking Rienstra analyseerde de gebruiksgegevens van 3217 bedrijventerreinen. Op basis daarvan stelde hij de ‘Paris Proof Ranking’ vast. Waar in 2020 563 terreinen voldeden aan de Paris Proof-norm, is dat aantal in 2021 gedaald naar 522. In 2019, het eerste jaar dat Rienstra Beleidsadvies en Beleidsonderzoek en SKBN de eerste Paris Proof Ranking uitbracht, voldeden ‘maar’ 485 terreinen aan de norm. Rienstra: “De daling van het energieverbruik op bedrijventerreinen in 2020 was dus incidenteel en een gevolg van de lockdowns tijdens de corona-pandemie. We zijn weer praktisch terug bij de stand van zaken in 2019: terug bij af. Er is nog een lange weg te gaan.” Leiden Bio Science Park Ondanks de toename van het energieverbruik in 2021, zijn er een aantal positieve uitzonderingen. Rienstra maakte een top 50 van de bedrijventerreinen met een aflopend absoluut energieverbruik in 2021 die voldoen aan de Paris Proof-norm voor gebouwtypen en activiteiten van de Dutch Green Building Council (DGBC). Net als voorgaande jaren scoren logistieke distributieterreinen goed in deze lijst, omdat deze gebouwen relatief veel vierkante meters in bezit en een laag energieverbruik hebben. Ook is er op dergelijke terreinen vaak sprake van veel zelfopgewekte energie middels zonnepanelen op het dak. Opvallend is dat het Leiden Bio Science Park met veel kantoren en laboratoria, de lijst aanvoert. Het terrein scoorde aanzienlijk beter dan in 2020. Ook het Arnhemse Industriepark Kleefse Waard boekte vooruitgang. Ook zij vallen nu binnen de Paris Proof-norm. Volgens Rienstra komt dat mogelijk omdat deze terreinen zelf meer energie zijn gaan opwekken. 947 bedrijventerreinen hadden in 2021 een energieverbruik tussen de één en drie keer de Paris Proof-norm (1120 in 2019). Deze bedrijventerreinen moeten hun energieverbruik tot tweederde terugbrengen om aan de norm te voldoen in 2050. “In principe moet het mogelijk zijn die score in 30 jaar terug te brengen tot één keer de norm of minder”, aldus Rienstra. De overige 1748 bedrijventerreinen (54 procent) scoren een index van meer dan drie. Dat betekent dat deze bedrijventerreinen een meer dan gemiddelde inspanning moeten verrichten om hun energieverbruik terug te dringen tot de Paris Proof-norm. In 2020 behoorden er nog 1445 bedrijventerreinen tot deze categorie. Ranking Methode Om te bepalen of een bedrijventerrein Paris Proof is, legde Rienstra de verbruikscijfers van 3800 Nederlandse bedrijventerreinen uit 2021 naast een Paris Proof-norm voor gebouwtypen en activiteiten van de Dutch Green Building Council (DGBC), die ervan uitgaat dat het energieverbruik van de gebouwde omgeving met tweederde omlaag moet ten opzichte van het huidige verbruik. Dat leverde voor 3217 bedrijventerreinen een match op. In 2050 moet volgens het Parijse klimaatakkoord alle energie duurzaam worden opgewekt, bijvoorbeeld met zon en wind. Uitgangspunt is dat er in 2050 610 PJ duurzame energie beschikbaar is, ongeveer een derde van het huidige energieverbruik in Nederland. Uitgaand van de huidige verdeling van het energieverbruik is voor gebouwen dan 36 procent van die 610 PJ beschikbaar, ofwel 220 PJ. Doel van de Paris Proof Ranking is om in kaart te brengen in hoeverre het energiegebruik op Nederlandse bedrijventerreinen nu al aan de normen van Paris Proof voldoet. Anderzijds willen de initiatiefnemers in beeld brengen in hoeverre er een ontwikkeling waar te nemen is in het verminderen van het energiegebruik op bedrijventerreinen.

07-11-2022
Nieuws
Miljoenenimpuls voor groene bedrijventerreinen
Miljoenenimpuls voor groene bedrijventerreinen

Bedrijventerreinen in Nederland worden dankzij een impuls uit het Nationaal Groeifonds de komende jaren omgetoverd tot groene, klimaatbestendige en energie-efficiënte plekken, waar werknemers prettig kunnen werken in een gezonde omgeving. Vandaag besloot de ministerraad op basis van het advies van het Nationaal Groeifonds om 26 miljoen euro toe te kennen aan het programma Werklandschappen van de Toekomst. ‘Dit is fantastisch nieuws,’ reageert directeur Jelle de Jong van IVN Natuureducatie, een van de drijvende krachten achter de aanvraag. ‘De huidige versteende bedrijventerreinen hebben ons veel welvaart en vooruitgang gebracht. Maar medewerkers en omwonenden vragen nu om een volgende stap, die nodig is in een veranderend klimaat, nodig voor het welzijn en de gezondheid van mensen en niet te vergeten de onder druk staande biodiversiteit.’ Een brede coalitie van zo’n dertig betrokken partijen, waaronder IVN Natuureducatie, sloeg vorig jaar de handen ineen om uiteindelijk te komen tot het kennisprogramma ‘Werklandschappen van de Toekomst’. De aanvraag bij het Nationaal Groeifonds werd ondersteund en ingediend door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Hoogstnoodzakelijk aangezien van de huidige 100.000 hectare aan bedrijventerreinen, die ons land telt, slechts 1 procent bestaat uit ‘natuurlijke elementen'. Daardoor is 87% van de 3.500 bedrijventerreinen gevoelig voor wateroverlast bij heftige neerslag. Daarnaast is de verwachting, dat als er niets verandert, over dertig jaar de gemiddelde gevoelstemperatuur op een zomerse dag op een bedrijventerrein zal zijn opgelopen tot 40,8 graden Celsius. Door te vergroenen worden deze problemen weggenomen en worden de bedrijventerreinen aantrekkelijker gemaakt voor werknemers. Dat is belangrijk want ruim een derde van het langdurig ziekteverzuim heeft een psychische oorzaak en is gerelateerd aan werkdruk. Uit allerlei onderzoek blijkt dat groen zorgt voor een betere (psychische) gezondheid en helpt tegen stress. Bovendien liggen er op de industrieterreinen grote kansen voor de biodiversiteit, die in ons land ernstig onder druk staat. Bijna 500 bedrijventerreinen liggen immers op minder dan 500 meter van een Natura 2000-gebied. De oorspronkelijke aanvraag van ‘Werklandschappen van de Toekomst’ werd in april van dit jaar nog aangehouden. Het Nationaal Groeifonds gaf aan alleen de innovatie te willen financieren, voor opschaling diende een beroep op andere partijen te worden gedaan. Nu is de aangescherpte aanvraag dus alsnog toegekend. ‘Groen ommetje’ In het programma ‘Werklandschappen van de Toekomst’ worden de onaantrekkelijke kale bedrijventerreinen getransformeerd naar werklocaties waar medewerkers graag komen. Na het thuiswerken tijdens COVID-19, waarin veel mensen gewend raakten aan een ‘groen ommetje’ kunnen ze hier met plezier werken, collega’s ontmoeten en tussendoor ontspannen. Het groen, zowel binnen als buiten, moet bijdragen aan werkplezier, vitaliteit en productiviteit. Aantrekkelijk vestigingsklimaat Daarnaast worden risico’s van hitte en wateroverlast beperkt door het inzetten van grotendeels groene en natuurlijke oplossingen op daken, gevels, parkeerterreinen, wandelpaden in de openbare ruimte. Ook wordt gewerkt aan duurzame opwekking van energie, het bevorderen van een circulaire samenleving en een versterking van de biodiversiteit. Uiteindelijk zal de vergroening en verduurzaming van de terreinen leiden tot een aantrekkelijk vestigingsklimaat en stijgende vastgoedwaarde op bedrijventerreinen.  Nieuw normaal Met de toekenning uit het Nationaal Groeifonds wil de coalitie achter de ‘Werklandschappen van de Toekomst’ de komende negen jaar toewerken naar een ‘nieuw normaal’. Om dit te bereiken start een groot onderzoeksprogramma met vier zogenoemde ‘living labs’ en tien ambassadeursterreinen. Deze living labs zullen fungeren als proeftuinen. Hier wordt onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld de koelende waarde van groene gevels en de combinatie van zonnepanelen en groene daken. Daarnaast worden green deals (bestuurlijke overeenkomsten) gesloten met zes provincies. Deze provincies worden de komende 9 jaar partner in het programma om de vergroening en verduurzaming van bedrijventerreinen te versnellen. Samen met provincies zal de definitieve selectie worden gemaakt van bedrijventerreinen waar de pilots plaatsvinden. Doel van dit alles is dat binnen tien jaar minimaal duizend bedrijventerreinen (een derde van het totaal) zich bij de groene beweging hebben aangesloten. Uit berekeningen blijkt dat het programma Werklandschappen van de Toekomst een belangrijke bijdrage levert aan de economische groei in Nederland ter waarde van circa € 100 miljoen in de komende 30 jaar. Dit onder andere vanwege de productiviteitsgroei in bedrijven en in de groensector. Brede coalitie Werklandschappen van de Toekomst wordt uitgevoerd door een brede coalitie van partijen – overheden, koepelorganisaties van bedrijven en bedrijventerreinen, onderwijsorganisaties, de groene sector, adviesbureaus, kennisinstituten en NGO’s, die allemaal aan dezelfde missie werken. Het initiatief voor dit programma is genomen door IVN Natuureducatie. Het project start in 2023. Het Nationaal Groeifonds Het Nationaal Groeifonds (NGF) is een initiatief van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Financiën. Het fonds is bedoeld om publieke investeringen te doen die bijdragen aan het duurzaam verdienvermogen van Nederland. Het Nationaal Groeifonds is opgezet in 2020 en bedoeld voor eenmalige publieke investeringen. Met het Nationaal Groeifonds trekt het kabinet tussen 2021 en 2025 € 20 miljard uit voor projecten, waar zij kansen ziet voor structurele en duurzame economische groei. Partners

21-10-2022
Nieuws
Reservering van 26 miljoen euro uit Nationaal Groeifonds voor programma groene bedrijventerreinen
Reservering van 26 miljoen euro uit Nationaal Groeifonds voor programma groene bedrijventerreinen

De hoognodige vergroening van bedrijventerreinen staat nu ook in politiek Den Haag op de kaart. De ministerraad heeft vandaag op basis van het rapport van de adviescommissie besloten om 26 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds te reserveren voor het programma ‘Werklandschappen van de Toekomst’. ‘Goed nieuws’, reageert directeur Jelle de Jong van IVN Natuureducatie. ‘De huidige versteende bedrijventerreinen hebben ons veel welvaart en vooruitgang gebracht. Maar medewerkers en omwonenden vragen nu om een volgende stap, die nodig is in een veranderend klimaat, nodig voor het welzijn en de gezondheid van mensen en niet te vergeten de onder druk staande biodiversiteit.’ Voordat de miljoenenimpuls ook echt werkelijkheid wordt, moet de brede coalitie van zo’n dertig partijen die het programma Werklandschappen van de Toekomst heeft ingediend, eerst met een aangepast voorstel komen. De adviescommissie noemt het plan ‘een voorstel dat in potentie positief kan bijdragen aan belangrijke maatschappelijke transities, zoals klimaatadaptatie en energietransitie’. Ook stelt de commissie dat het voorstel op een geschikt moment komt vanwege de actuele maatschappelijke discussie over ‘verdozing’ en er ook in het coalitieakkoord veel aandacht is voor ruimtelijke ordening. In de huidige opzet van het plan is de commissie echter onvoldoende overtuigd van een grootschalig en structureel effect. De indieners van het plan, waaronder IVN, hebben nu negen maanden de tijd om met een aangepast voorstel te komen om de commissie te overtuigen het gereserveerde bedrag echt toe te kennen. 100.000 hectare grijs bedrijventerrein De vergroening van bedrijventerreinen in ons land is hoogstnoodzakelijk. Van de huidige 100.000 hectare aan bedrijventerreinen, die ons land telt, bestaat slechts 1 procent bestaat uit ‘groen of blauw (water)’. Omdat de terreinen verre van klimaatbestendig zijn, kampen ze bij heftige neerslag met wateroverlast en op warme dagen met hittestress. De verwachting is, dat als er niets verandert, de gemiddelde gevoelstemperatuur op een zomerse dag op een bedrijventerrein in 2050 zal zijn opgelopen tot 40,8 graden Celsius. Door te vergroenen worden deze problemen weggenomen en daarnaast worden de bedrijventerreinen aantrekkelijker gemaakt voor werknemers. Ruim een derde van het langdurig ziekteverzuim heeft een psychische oorzaak en is gerelateerd aan werkdruk. Uit allerlei onderzoek blijkt dat groen zorgt voor een betere (psychische) gezondheid en helpt tegen stress. Bovendien liggen er op de industrieterreinen grote kansen voor de biodiversiteit, die in ons land ernstig onder druk staat.  ‘Groen ommetje’ In het programma ‘Werklandschappen van de Toekomst’ worden de onaantrekkelijke kale bedrijventerreinen getransformeerd naar werklocaties waar medewerkers graag komen. Na het thuiswerken tijdens COVID-19, waarin veel mensen gewend raakten aan een ‘groen ommetje’ kunnen ze hier met plezier werken, collega’s ontmoeten en tussendoor ontspannen. Het groen, zowel binnen als buiten, moet bijdragen aan werkplezier, vitaliteit en productiviteit. Aantrekkelijk vestigingsklimaat Daarnaast worden risico’s van hitte en wateroverlast beperkt door het inzetten van grotendeels groene en natuurlijke oplossingen op daken, gevels, parkeerterreinen, wandelpaden in de openbare ruimte. Ook wordt gewerkt aan duurzame opwekking van energie, het bevorderen van een circulaire samenleving en een versterking van de biodiversiteit. Uiteindelijk zal de vergroening en verduurzaming van de industrieterreinen leiden tot een aantrekkelijk vestigingsklimaat en stijgende vastgoedwaarde op bedrijventerreinen. Met de reservering uit het Nationaal Groeifonds hoopt de coalitie achter de ‘Werklandschappen van de Toekomst’ de komende jaren meerdere voorbeeldbedrijventerreinen te creëren en uiteindelijk minimaal duizend terreinen te inspireren tot vergroening. Dit alles voor een groener, gezonder en gelukkiger werkend Nederland. Het Nationaal Groeifonds Het Nationaal Groeifonds (NGF) is een initiatief van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Financiën. Het fonds is bedoeld om publieke investeringen te doen die bijdragen aan het duurzaam verdienvermogen van Nederland. Het Nationaal Groeifonds is opgezet in 2020 en bedoeld voor eenmalige publieke investeringen. Met het Nationaal Groeifonds trekt het kabinet tussen 2021 en 2025 € 20 miljard uit voor projecten. Het gaat om gerichte investeringen op 2 terreinen waar de meeste kansen aanwezig zijn voor structurele en duurzame economische groei. De 2 terreinen waar de meeste kansen aanwezig zijn voor structurele en duurzame economische groei zijn: kennisontwikkeling en onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Het gaat hier om de tweede ronde. De adviescommissie heeft in deze tweede ronde 35 voorstellen beoordeeld. Met ondersteuning van het Centraal Planbureau en verschillende experts zijn de voorstellen beoordeeld op het verwachte effect op het verdienvermogen, op de strategische onderbouwing, op de kwaliteit van het plan, en de kwaliteit van samenwerking en governance.

15-04-2022
Nieuws
Sterke daling energieverbruik bedrijventerreinen
Sterke daling energieverbruik bedrijventerreinen

Het aandeel bedrijventerreinen dat nu al aan de ‘Parijse’ energienorm van 2050 voldoet is in 2020 gestegen van 14 naar 18 procent. Dat blijkt uit een inventarisatie van gebruiksgegevens van 3.126 bedrijventerreinen in Nederland. Volgens economisch geograaf Gerlof Rienstra, die de ‘Paris Proof Ranking’ samen met SKBN uitvoerde, is de toename vooral toe te schrijven aan duurzame opwek op bedrijventerreinen zelf en de conversie van gas naar elektra. In 2020 voldeden 561 terreinen aan de Paris Proof-norm (zie onder), 76 terreinen meer dan in 2019 toen 485 bedrijventerreinen aan de norm voldeden. 1.120 bedrijventerreinen hebben energieverbruik tussen één en drie keer ‘Paris Proof’ (1.056 in 2019). ‘In principe moet het mogelijk zijn die score in 30 jaar terug te brengen tot één keer de norm of minder. Dat wil zeggen dat het energieverbruik met tweederde terug moet’, aldus Rienstra. 1.445 bedrijventerreinen scoren meer dan drie keer de norm (1.662 in 2019). ‘Dat betekent dat deze bedrijventerreinen een meer dan gemiddelde inspanning moeten verrichten om hun energiegebruik terug te dringen tot de Paris Proof-norm. Ze hebben daar nog wel 30 jaar de tijd voor.’ Rienstra verklaart groei van het aandeel terreinen dat aan Paris Proof-norm voldoet onder door de groei van duurzame energie-opwek op bedrijventerreinen door zon en wind. SKBN bracht eerder in kaart dat verspreid over 1.026 bedrijventerreinen 2.547 panden met een dakoppervlakte van minimaal 10.000 m2 een potentieel aan zonne-energie van bijna 18 petajoule (PJ) herbergen. Het is volgens Rienstra ook niet toevallig dat relatief veel logistieke bedrijventerreinen nu al aan de Paris Proof-norm voldoen, zoals in onderstaande lijst van bedrijventerreinen met PPindex (Paris Proof-index) van 1 of later is te zien. Een score van 1 of lager is een Paris Proof-score. Nu al voldoen aan de Parijse norm betekent niet dat gebouweigenaren achterover kunnen leunen, stelt Rienstra. Hij rangschikte bovenstaande terreinen naar omvang van het totale energieverbruik, om te laten zien waar het grootste potentieel ligt voor nog meer bezuinigingen en te voorkomen dat alleen nieuwere bedrijventerreinen of terreinen die qua commercieel vastgoed nog volop in ontwikkeling zijn, het beeld zouden bepalen. Om die redenen viel Trade Port Noord in Venlo, vorig jaar nog nummer twee op de lijst, dit jaar buiten de rangorde. En dat is volgens Rienstra een verdienste. Trade Port Noord bespaarde met een zonne-energieprogramma in één jaar meer dan 30 procent energie, waardoor het energieverbruik decimeerde en het terrein niet meer tot de grootverbruikers behoort die tegelijk aan de Paris Proof-norm voldoen. Een andere verklaring dat het aantal bedrijventerreinen dat nu al aan de Parijse norm voldoet is gegroeid, is volgens Rienstra de verduurzaming van productieprocessen en de conversie van gas naar elektra. ‘Aardgas heeft een hogere energiewaarde dan elektra. Als je van aardgas naar elektra gaat, dan gaat het energieverbruik in gigajoule omlaag’. Corona speelde volgens Rienstra geen rol van betekenis. Methode Om te bepalen of een bedrijventerrein Paris Proof is, legde Rienstra de verbruikscijfers van 3.878 Nederlandse bedrijventerreinen uit 2020 naast een Paris Proof-norm voor gebouwtypen en activiteiten van de Dutch Green Building Council (DGBC), ervan uitgaande dat het energieverbruik van de gebouwde omgeving met tweederde omlaag moet ten opzichte van het huidige verbruik. Dat leverde voor 3.126 bedrijventerreinen een match op. In 2050 moet volgens het Parijse klimaatakkoord alle energie duurzaam worden opgewekt, bijvoorbeeld met zon en wind. Uitgangspunt is dat er in 2050 610 PJ duurzame energie beschikbaar is, ongeveer een derde van het huidige energieverbruik in Nederland. Uitgaand van de huidige verdeling van het energieverbruik is voor gebouwen dan 36 procent van die 610 PJ beschikbaar, ofwel 220 PJ. De Paris Proof Ranking is een initiatief van Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies en vakblad BT, en is in samenwerking met SKBN voor de tweede maal uitgevoerd. Doel is om in kaart te brengen in hoeverre het energiegebruik op Nederlandse bedrijventerreinen nu al aan de normen van Paris Proof voldoet. Anderzijds willen de initiatiefnemers in beeld brengen in hoeverre er een ontwikkeling waar te nemen is in het verminderen van het energiegebruik op bedrijventerreinen.  

22-11-2021
Nieuws
Aanvraag Nationaal Groeifonds 2021 ingediend
Aanvraag Nationaal Groeifonds 2021 ingediend

Vorige week is het programmavoorstel Werklandschappen van de Toekomst ingediend bij het Nationaal Groeifonds door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Nu fingers crossed tot april volgend jaar! Dan maakt het kabinet bekend welke voorstellen een bijdrage uit het beschikbare budget van € 7 miljard ontvangen. De coalitie is er trots op dat er al zeven intentieverklaringen vanuit de provincies zijn binnengekomen en dat ruim vijftig bedrijventerreinen en gemeenten een portfolio met ambities hebben ingediend. De droom is groot. We willen ‘het nieuwe normaal’ voor bedrijventerreinen in Nederland creëren: gezond, klimaatbestendig en biodivers. Daarbij willen we slim meekoppelen met ambities rondom energietransitie, circulariteit en woningbouw. Én we geven de groensector een stevige innovatieve impuls. Met deze groene revolutie in de werklandschappen hopen we met onze coalitie bestaande uit veertig partijen bij te dragen aan een groener en toekomstbestendiger Nederland. Download hier de samenvatting van de aanvraag bij het Nationaal Groeifonds. 10 pilots Uit de 51 bedrijventerreinen die een uitgebreid portfolio hebben ingediend, zijn tien pilots verder uitgewerkt. Deze verzameling vormt een goede afspiegeling omdat ze verschillen in onder andere geografische ligging, type activiteiten en uitdagingen. Dat stelt ons in staat om onze onderzoeksagenda in de volle breedte uit te voeren. Het gaat om de volgende tien bedrijventerreinen: Bedrijventerreinen Veghel Vanuit Veghel is een aanmelding van vier aaneengesloten bedrijventerreinen gekomen die samen goed zijn voor 450 hectare bedrijventerrein. Binnen deze bedrijventerreinen is veel onderlinge binding en samenwerking van zowel (inter)nationale bedrijven als diverse MKB. Dit heeft geleid tot een gedeelde ambitie om de relatie tussen werken, wonen en leven verder te versterken en te kijken naar brede welvaart, om zo de wereld net een stukje beter en mooier achter te willen laten voor de volgende generatie. Om dit te realiseren wordt bijvoorbeeld gekeken naar de ontwikkeling van een waterstofeconomie en het vergroenen van het bedrijventerrein. Leiden Bio Science Park Leiden Bio Science Park (LBSP) heeft de ambitie om een innovatiedistrict te bouwen. Hierin speelt de ontmoeting tussen mensen een centrale rol. Een groene leefbare buitenruimte kan deze ontmoeting uitstekend stimuleren. leiden bio park_BEPERKTE RECHTEN NIET HERGEBRUIKENDaarom willen ze een werklandschap van de toekomst creëren wat niet alleen bestaat uit prachtige gebouwen, maar ook uit goed ontworpen groene buitenruimtes, de toevoeging van horeca, het maken van ontmoetingsruimtes en een programmering waartoe mensen zich aangetrokken voelen. Zoals LBSP zelf aangeeft: ‘’Wij verwachten dat het Leiden Bio Science Park met de realisatie van diverse projecten nog meer een broedplaats zal worden voor innovatie, ondernemerschap en samenwerking’’.  Ecopark de Wierde (Heerenveen) Op Ecopark de Wierde wordt onder andere afval aangevoerd, gesorteerd en verwerkt. Er zijn grote ambities om op het bedrijventerrein de biodiversiteit te versterken, ecosystemen te herstellen en te werken aan circulariteit en duurzame energie in de vorm van groen gas en elektriciteit. Zo moet het Ecopark een biodiversiteitshotspot worden om aan te tonen dat natuur en biodiversiteit hand in hand kunnen gaan met economische activiteit, innovatie en een prettige werk- en leefomgeving. Moleneind en Landweer (Oss) Bedrijventerrein Moleneind en Landweer heeft de ambitie om van een industrieterrein een industriepark te maken. Zo is er al een groen wandelpad aangelegd van het station tot aan het bedrijventerrein en de wens is om deze door te trekken over het hele terrein heen. Dit groene lint is niet alleen prettig om te recreëren, maar ook goed voor de biodiversiteit. De biodiversiteit moet verder bevorderd worden door de aanleg van wadi’s met beplanting. Ook moet de waterdoorlatendheid van bijvoorbeeld parkeerplaatsen verbeterd worden. Kenniswerf Vlissingen De Kenniswerf in Vlissingen bevindt zich tussen het station, de historische binnenstad en het nieuwe stadsdeel, het Scheldewartier. De Kenniswerf heeft de ambitie om te vergroenen en zo het kenniswerf verbindend element te worden tussen deze locaties. Door de bestaande plannen te stroomlijnen en aan te sluiten op de vergroeningsopgave van de Kenniswerf ontstaat een unieke kans om tot een integrale kwaliteitsverbetering in Vlissingen te komen. Venlo Trade Port Venlo Trade Port is één van de grootste terreinen in Venlo (ca. 2.900 ha.) en heeft een belangrijke (inter-)nationale functie als logistiek-industrieel knooppunt. Venlo Trade Port wilt als motor van de regio fungeren en meer (inter-)nationale watergebonden bedrijven aantrekken. Dit willen ze onder andere bereiken door grootschalige CO2-reductie te realiseren, het bedrijventerrein te vergroenen en zo een plek te creëren waar mensen graag werken. Deze ontwikkelingen kunnen ook gebruikt worden als modules voor opleidingen op het VWO, MBO en HBO. (Bron: Venlo Trade Port, Stichting Duurzame Bedrijventerreinen). ZKD (Den Haag) Bedrijventerrein ZKD ligt in Den Haag Zuidwest, waar een grote verdichtingsopgave loopt van maar liefst 10.000 woningen. ZKD hoopt aan te kunnen haken bij de energie en kansen die deze ontwikkeling biedt. Het vergroenen van het ZKD is niet alleen goed voor het bedrijventerrein zelf, maar straalt ook af op de nieuwe ontwikkelingen. Zo wordt er gestimuleerd om lokale initiatieven en stakeholders bij elkaar te brengen. Door aan te sluiten bij bestaande initiatieven zoals het hergebruiken van regenwater en de aanleg van insectenhotels en mee te werken aan een integrale visie voor Zuidwest moet de regio een boost krijgen. Twentekanaal (Hengelo) In Hengelo hebben een aantal enthousiaste ondernemers op eigen initiatief, samen met het parkmanagement Twentekanaal, de werkgroep vergroening Twentekanaal opgericht. Ook zijn er werkgroepen op het gebied van deelmobiliteit, circulair ondernemen en zon op dak en grootschalige opwek ontstaan. Deze werkgroepen vinden dat het bedrijvenpark Twentekanaal een stuk duurzamer, gezonder en aantrekkelijker kan. Er is veel openbare ruimte en veel enthousiasme om dit te realiseren. Daarnaast is de wens er om de overgang naar aangrenzende woonwijken te verzachten en vergroenen. Werkspoorkwartier (Utrecht) Het Werkspoorkwartier in Utrecht is een van de laatste binnenstedelijke bedrijventerreinen in Nederland. Kan het groener en klimaatadaptiever maken van dit type bedrijventerrein helpen om de economische functie midden in de stad voor de toekomst te behouden? Daarnaast hoopt het Werkspoorkwartier een rol te vervullen op het gebied van klimaatadaptatiewerkspoorkwartier Utrecht bij nabijgelegen toekomstige woningbouw. Dit hoopt het bedrijventerrein te bereiken door een groen en circulair werklandschap te creëren waar het prettig werken is en wat gebruikt kan worden als wandel- en verblijfsgebied. Novio Tech Campus (Nijmegen) Novio Tech Campus (NTC) in Nijmegen is een belangrijke hotspot voor Health en High Tech innovatie in Nederland. De afgelopen 7,5 jaar heeft NTC zich gefocust op aantrekken van bedrijven en het maken van een onderscheidend inhoudelijk profiel ten opzichte van andere campussen in binnen- en buitenland. De komende jaren richt NTC zich op het ontwikkelen van de campus als groene hotspot. Dit moet bereikt worden door onder andere structurele vergroening van de campus waarbij aandacht is voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en verbinding met het stationsgebied. Daarnaast is er aandacht voor verduurzaming in brede zin, waaronder het streven naar energieneutraliteit. De coalitie De aanvraag wordt gedragen door een brede coalitie: Overheden: Ministerie van BZK, Ministerie van LNV, Ministerie van I&W, provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant, Gelderland, Utrecht, Flevoland, Drenthe, Friesland. Koepelorganisaties bedrijven en bedrijventerreinen: VNO-NCW en MKB Nederland, MVO Nederland, stichting CLOK (Centrum voor Lokale Ondernemers Kringen), Stichting SKBN Onderwijsorganisaties: Yuverta (Wellantcollege, Helicon en Citaverde), Centre of Expertise Groen (Van Hall Larenstein, Aeres Hogeschool, HAS Hogeschool, Hogeschool Inholland), Wageningen University & Research, Vrije Universiteit Amsterdam, TU Delft. Hoveniers en groenvoorzieners, ingenieursbureau’s, bouwers: Brancheorganisatie VHG, Koninklijke Ginkel Groep, Dolmans Landscaping Group, idverde Nederland, Donker Groep, TAUW, Arcadis, Heijmans N.V. Kennis-, netwerk- en projectpartners: RIVM, NL Greenlabel, Stec Groep, RIVM, Stadswerk, Business Design Agency, Kim van der Leest, NextGreen, Next2Company, RvO DuurzaamDoor NGO’s: Vogelbescherming, Natuur- en Milieufederaties, Steenbreek, IVN Natuureducatie.

04-11-2021
Nieuws
BNR Nieuwsradio: 'Kabinet laat grote kansen liggen bij verduurzaming'
BNR Nieuwsradio: 'Kabinet laat grote kansen liggen bij verduurzaming'

Ons land laat grote kansen liggen op het gebied van verduurzamen. Alleen al op daken van grote bedrijven kan een groot deel van alle groene stroom worden opgewekt. Toch gebeurt dat nog nauwelijks. Vanochtend vertelden Theo Föllings (voorzitter SKBN en werkzaam bij OostNL) en Gerlof Rienstra van Rienstra Beleidsonderzoek hierover op BNR Nieuwsradio. Luister hier het gesprek op BNR terug Van alle groene stroom die we in 2030 willen opwekken, kan 14 procent worden behaald door bedrijfsdaken vol te plempen met zonnepanelen. Dat blijkt uit een berekening van Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) en onderzoeksbureau Rienstra, ingezien door BNR. Obstakels Op dit moment wordt 12 procent van de capaciteit op bedrijfsdaken benut, zegt onderzoeker Gerlof Rienstra. En hoewel daar de laatste jaren wat groei in is gekomen, ligt er nog veel potentie. Veel distributiehallen zijn maar voor de helft bedekt met zonnepanelen, zegt Rienstra. 'Ontwikkelaars zouden wel meer willen realiseren, maar voor een hogere energielevering aan het net zijn specifieke vergunningen nodig. En die kunnen niet altijd worden afgegeven.' Verder is niet elk dak geschikt voor zonnepanelen, legt Rienstra uit. Tot slot hebben we niet overal de juiste netwerkcapaciteit. 'De groei voor komende jaren ligt op bedrijfsdaken', zegt ook Rolf Heynen, CEO van onderzoeksbureau Dutch New Energy Research. 'Zo'n 95 procent van de SDE++-project is naar zonnepanelen op daken gegaan, dus ook financieel gezien is het de meest interessante optie.' Qua budget is 60 procent van de zonneprojecten naar de daken dak gegaan en 40 procent naar projecten op de grond.' Theo Föllings, voorzitter van SKBN, roept het volgende kabinet op om meer ruimte te maken voor de infrastructuur van groene energie. 'Vreemd dat ze geen moeite doen juist die infrastructuur op orde te krijgen. Het is een rol van de overheid om dit op te pakken.' En daarbij wordt de potentie van bedrijventerreinen nog over het hoofd gezien, zegt Föllings.

11-06-2021
Nieuws
Gezocht: Gemeenten en bedrijventerreinen met ambitie voor klimaatadaptatie en vergroening
Gezocht: Gemeenten en bedrijventerreinen met ambitie voor klimaatadaptatie en vergroening

De ruim 3.000 bedrijventerreinen in Nederland zijn essentieel voor de werkgelegenheid. Vele zijn echter niet toekomstbestendig: grijze, versteende gebieden met weinig groen en water. Bedrijventerreinen kunnen een stuk duurzamer, gezonder en aantrekkelijker. Door deze te vergroenen wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan:  een klimaatbestendiger Nederland.  werkplezier, gezondheid en productiviteit.  de verbinding tussen stad en buitengebied, voor mens, plant en dier. Een brede coalitie van partijen bestaande uit ministeries, provincies, onderwijsinstellingen en ondernemers bereidt een aanvraag voor bij het Nationaal Groeifonds voor een programma om bedrijventerreinen te vergroenen: Werklandschappen van de toekomst; groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen.  Bedrijventerreinen en gemeenten worden betrokken bij het aan te vragen programma en kunnen zich ook al aanmelden om vanaf 2022-2023 te starten met het omvormen van een bedrijventerrein tot werklandschap van de toekomst. Op 17 mei was een digitale bijeenkomst over het programma voor gemeenten en bedrijven(terreinen).  Bijeenkomst 17 mei terugkijken Aanmelden om werklandschap van de toekomst te worden  IVN zoekt minimaal 10 combinaties van bedrijventerreinen en gemeenten die mee willen doen. Door deel te nemen maak je gebruik van de kennis, het netwerk en een financiële bijdrage van een nationaal programma, waarmee met een innovatieve en integrale vergroeningsaanpak het bedrijventerrein wordt omgevormd tot werklandschap van de toekomst. Criteria voor aanmelden zijn: Ambitie voor vergroening van zowel de bedrijfspercelen als van de openbare ruimte; Er is een gezamenlijke organisatie op het bedrijvenpark en de bereidheid om mee te investeren; Enthousiasme om mee te doen als koploper in een innovatief proces van vergroening met betrokkenheid van onderwijs en onderzoek met aandacht voor natuurversterking, klimaatadaptatie en vitaliteit medewerkers; Bereidheid om op te treden als ‘ambassadeur’ naar andere bedrijven en gemeenten. Aanmelden kan tot en met zondag 13 juni 2021. Verdere toelichting op de aanmeld- en selectieprocedure kun je vinden op het aanmeldformulier. Aanmeldformulier bedrijventerreinen en gemeenten Op het aanmeldformulier is een invulveld voor vragen en opmerkingen opgenomen. Contactpersoon t.a.v. het aanmelden voor het programma "Werklandschappen van de toekomst" is Sjoerd Luiten: [email protected]

20-05-2021
Achtergrond
Bedrijventerreinen moeten flink aan de bak om ‘Paris proof’ te worden
Bedrijventerreinen moeten flink aan de bak om ‘Paris proof’ te worden

Bedrijventerreinen kunnen een grotere rol spelen bij de verduurzamingsopgave. Dat blijkt uit analyse van meer dan 3.600 bedrijventerreinen in Nederland door Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies. Slechts 14 procent van de bedrijventerreinen voldoet op dit moment aan de verduurzamingseisen. De Paris Proof Ranking wordt tijdens het BT Event 'De bedrijvige stad' op 29 oktober 2020 uitgebreid toegelicht. In het Parijse Klimaatakkoord ligt besloten dat het energieverbruik van de gebouwde omgeving voor 2050 met twee derde omlaag moet ten opzichte van het huidige gemiddelde. Voor 3615 bedrijventerreinen is aan de hand van hun gebruiksfunctie en vloeroppervlak per bedrijfsgebouw of adres een Paris Proof-norm berekend met een index, om te kijken hoe goed zij op weg zijn bij het halen van deze duurzame ambitie. Het onderzoek is op initiatief van Elba-Rec uitgevoerd door Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies, in samenwerking met de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland. Uit de analyse blijkt dat Nederlandse bedrijventerreinen een verduurzamingsslag hebben gemaakt. In iets meer dan de helft (52 procent) van de gebieden liep het energieverbruik de afgelopen vijf jaar terug. Dit komt door energiebesparing, het vervangen van aardgas door elektriciteit, opwekking van hernieuwbare energie uit windmolens en zonnepanelen of door het verdwijnen van energie-intensieve bedrijfsactiviteiten. Daar staat tegenover dat het energieverbruik op 39 procent van de terreinen juist opliep, en op 30 procent van de terreinen ligt het verbruik een factor drie hoger dan wat de klimaatdoelstellingen voorschrijven. Hier ligt dus nog een flinke opgave. Slechts 485 bedrijventerreinen (14 procent) voldeden in 2019 al aan de Paris Proof-norm voor 2050. Economische activiteit is doorslaggevend Opvallend is dat de geografische spreiding van bedrijventerreinen die het goed doen of juist achterlopen, volledig willekeurig is. ‘Economische activiteit is in grote mate bepalend voor hoe energiezuinig een bedrijventerrein is,’ zegt onderzoeker Gerlof Rienstra. Zo zijn grote distributiecentra relatief energiezuinig. Het vastgoed kan gemakkelijk worden verwarmd, en de grote daken lenen zich goed voor zonnepanelen. Functies als datacentra en zware industrie zijn door hun productieproces juist relatief grote energiegebruikers. Het is echter waken voor te veel determinisme. Ook bedrijventerreinen die door hun functies veel energie verbruiken, kunnen nog een flinke duurzaamheidsslag maken. In de Parijs Proof normen is onderscheid naar sector of gebruiksfunctie gemaakt. Monofunctionele bedrijventerreinen komen in Nederland bovendien nauwelijks voor. Veelal vind je er een mix van functies, met verschillende sectoren, kantoren en winkels in één gebied. Rienstra: ‘Als één functie veel energie verbruikt, en een andere juist energie levert, is er ruimte voor slimme samenwerkingen, bijvoorbeeld met een collectieve energievoorziening in een bedrijvennetwerk of een gezamenlijke warmte-koudeopslag. Het is de kunst om de verduurzamingsopgave gezamenlijk op te pakken.’ Bij die aanpak ligt allereerst de verantwoordelijkheid bij de operationele bedrijven zelf, zegt Rienstra, want zij verbruiken de energie. Wel kan ondersteuning vanuit de gemeente helpen, bijvoorbeeld met een duurzaam investeringsfonds. Ook kunnen bedrijven zich verenigen in een bedrijfsinvesteringszone (BIZ), om de samenwerking te formaliseren.

05-10-2020