Werkgroep Groenblauwe Bedrijventerreinen

In de werkgroep Groenblauwe Bedrijventerreinen wordt samengewerkt met Samen Klimaatbestendig, CLOK en Stichting Steenbreek. Door de werkgroep vindt een verkenning plaats van de invulling van vergroening en klimaatbestendigheid van bedrijventerreinen in Nederland. Er is een voorbeeldenkaart in voorbereiding die inzicht biedt in waar en hoe praktijkvoorbeelden te vinden en welke specifieke leerervaringen zijn opgedaan.

Achtergrond

card image

27-01-2022

Beweegvriendelijke bedrijventerreinen: goed voor mens, dier, plant én portemonnee

Achtergrond

Achtergrond

Beweegvriendelijke bedrijventerreinen: goed voor mens, dier, plant én portemonnee

Sporten en bewegen wordt meestal geassocieerd als iets wat je in je vrije tijd doet. Een groot deel van de Nederlanders beweegt op een gemiddelde kantoordag veel te weinig. En dat terwijl juist die regelmatige beweging heel belangrijk is. Een omgeving die uitnodigt om ook onder werktijd in de benen te komen kan helpen om dat te doorbreken.

De inrichting van bedrijventerreinen kan een belangrijke bijdrage leveren aan het beweeggedrag van kantoortijgers. “Door de inrichting van het terrein aantrekkelijker te maken én het ook mogelijk maakt om lopend te vergaderen voeg je kwaliteit toe aan je overleggen. Het begint ermee dat je tijdens je overleg niet het risico loopt om overreden te worden. Hier kan je op ontwerpen.” Vaak wordt het ontwerp van bedrijventerreinen gebaseerd op bereikbaarheid, en dan vooral per auto. Het begint dus met trottoirs en voetpaden die voldoende breed zijn. Maar het gaat ook om het creëren van aantrekkelijke wandelrondjes. Op de campus van TU in Delft is bijvoorbeeld zeker wel gedacht aan voetgangers, maar vooral om van A naar B te komen. Van het ene naar het andere gebouw, of van de ingang naar de bushalte. Een logisch wandelrondje is er niet.” 

“Bedrijventerreinen zijn niet de meest inspirerende plekken”, weet Jelle de Jong, directeur van IVN Natuureducatie. “We hebben in Nederland zo’n 100.000 hectare aan bedrijventerreinen, dat is net zo veel als alle gebieden van Natuurmonumenten samen. Dat kot neer op ongeveer 3.500 bedrijventerreinen, waarvan slechts 1 procent groen-blauw is ingericht. 99 procent is versteend”, schetst De Jong de potentie van de bedrijventerreinen.  

Het IVN is, samen met een brede coalitie aan bedrijven, trekker van het project Werklandschappen van de Toekomst. Het Ministerie van Binnenlandse zaken heeft namens deze groep een aanvraag gedaan bij het Groeifonds 2021. In april wordt bekend of de aanvraag wordt toegekend. 

Werklandschappen van de Toekomst zouden dus - naast klimaatbestendig en met ruimte voor veel biodiversiteit - gezond, leefbaar en beweegvriendelijk moeten zijn.

Hoe? Dat lees je in dit artikel van Biind.

 

Bron: IVN
Foto: August de Richelieu via Pexels

Lees verder

Achtergrond

card image

20-01-2022

5 kansen voor natuurlijk kapitaal op bedrijventerreinen

Achtergrond

Achtergrond

5 kansen voor natuurlijk kapitaal op bedrijventerreinen

Nederland telt ongeveer 100.000 hectare aan bedrijventerreinen. Het aandeel natuur op deze terreinen is slechts 1 procent. Daar valt nog veel ‘groene’ winst te behalen. Vergroening is niet alleen aangenaam voor het oog, het levert ook een belangrijke bijdrage aan CO2-reductie, de energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit én een gezondere werk- en leefomgeving.

Het integreren van natuurlijk kapitaal gaat verder dan alleen het aanleggen van groen. Het is een integrale kijk op hoe de natuur een waarde kan leveren voor een bedrijventerrein, en hoe het bedrijventerrein vervolgens kan bijdragen aan ondersteuning en herstel van diezelfde natuur. Daarom is er naar de impact van het bedrijventerrein op bodem, water, biodiversiteit, lucht en ecosysteemdiensten gekeken. Daar zijn de volgende 5 kansen naar voren gekomen:

  • Het creëren van natuurlijke verkoeling van je bedrijfspand door groene beplanting op het dak
  • Voorkomen van overstromingen door halfbestrating: het toevoegen van gras of mos in de bestrating op het bedrijventerrein zorgt ervoor wat water in de bodem kan trekken
  • Stimuleren van biodiversiteit door het toevoegen van groen, water en voedsel waar dieren en planten van kunnen leven
  • Zorgen voor een waterbuffer voor droge periodes met een wadi, een met grind en zand gevulde greppel dat water opslaat
  • Het verbeteren van de gezondheid van je medewerkers met een groene omgeving. Het zorgt onder andere voor een betere fysieke en mentale gezondheid, minder geluidsoverlast, een betere luchtkwaliteit én het stimuleert beweging

Vervolgstappen

Dit zijn pas de eerste stappen. MVO Nederland onderzoekt daarom in een project de uitdagingen en kansen die bij het vergroenen van grijze werkplekken liggen. Het doel: Natuurlijk Kapitaal een prominentere plek te geven in ontwikkeling, renovatie en onderhoud van bedrijventerreinen.

In dit project onderzoekt MVO Nederland op drie bedrijventerreinen de uitdagingen en kansen die bedrijven ervaren in het meenemen van natuurlijk kapitaal op het terrein. Dit doet zij samen met grote en kleine bedrijven, gemeenten, provincies, private grondeigenaren, infrabeheerders, waterschappen, energieleveranciers en omwonenden. Samen met hen werken ze naar een praktisch stappenplan toe, als handvat om natuurlijk kapitaal te integreren op bedrijventerreinen. Dit stappenplan is begin april 2022 beschikbaar.

Meer weten? Download de desk study met huidige ervaringen en inzichten rondom het vergroenen van bedrijventerreinen.

Bron: IVN / Natuurlijk Kapitaal
Foto: Jw. on Unsplash

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Aanvraag Nationaal Groeifonds 2021 ingediend

Nieuws

Nieuws

Aanvraag Nationaal Groeifonds 2021 ingediend

Vorige week is het programmavoorstel Werklandschappen van de Toekomst ingediend bij het Nationaal Groeifonds door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Nu fingers crossed tot april volgend jaar! Dan maakt het kabinet bekend welke voorstellen een bijdrage uit het beschikbare budget van € 7 miljard ontvangen. De coalitie is er trots op dat er al zeven intentieverklaringen vanuit de provincies zijn binnengekomen en dat ruim vijftig bedrijventerreinen en gemeenten een portfolio met ambities hebben ingediend.

De droom is groot. We willen ‘het nieuwe normaal’ voor bedrijventerreinen in Nederland creëren: gezond, klimaatbestendig en biodivers. Daarbij willen we slim meekoppelen met ambities rondom energietransitie, circulariteit en woningbouw. Én we geven de groensector een stevige innovatieve impuls. Met deze groene revolutie in de werklandschappen hopen we met onze coalitie bestaande uit veertig partijen bij te dragen aan een groener en toekomstbestendiger Nederland.

Download hier de samenvatting van de aanvraag bij het Nationaal Groeifonds.

10 pilots

Uit de 51 bedrijventerreinen die een uitgebreid portfolio hebben ingediend, zijn tien pilots verder uitgewerkt. Deze verzameling vormt een goede afspiegeling omdat ze verschillen in onder andere geografische ligging, type activiteiten en uitdagingen. Dat stelt ons in staat om onze onderzoeksagenda in de volle breedte uit te voeren. Het gaat om de volgende tien bedrijventerreinen:

  • Bedrijventerreinen Veghel

Vanuit Veghel is een aanmelding van vier aaneengesloten bedrijventerreinen gekomen die samen goed zijn voor 450 hectare bedrijventerrein. Binnen deze bedrijventerreinen is veel onderlinge binding en samenwerking van zowel (inter)nationale bedrijven als diverse MKB. Dit heeft geleid tot een gedeelde ambitie om de relatie tussen werken, wonen en leven verder te versterken en te kijken naar brede welvaart, om zo de wereld net een stukje beter en mooier achter te willen laten voor de volgende generatie. Om dit te realiseren wordt bijvoorbeeld gekeken naar de ontwikkeling van een waterstofeconomie en het vergroenen van het bedrijventerrein.

  • Leiden Bio Science Park

Leiden Bio Science Park (LBSP) heeft de ambitie om een innovatiedistrict te bouwen. Hierin speelt de ontmoeting tussen mensen een centrale rol. Een groene leefbare buitenruimte kan deze ontmoeting uitstekend stimuleren. leiden bio park_BEPERKTE RECHTEN NIET HERGEBRUIKENDaarom willen ze een werklandschap van de toekomst creëren wat niet alleen bestaat uit prachtige gebouwen, maar ook uit goed ontworpen groene buitenruimtes, de toevoeging van horeca, het maken van ontmoetingsruimtes en een programmering waartoe mensen zich aangetrokken voelen. Zoals LBSP zelf aangeeft: ‘’Wij verwachten dat het Leiden Bio Science Park met de realisatie van diverse projecten nog meer een broedplaats zal worden voor innovatie, ondernemerschap en samenwerking’’. 

  • Ecopark de Wierde (Heerenveen)

Op Ecopark de Wierde wordt onder andere afval aangevoerd, gesorteerd en verwerkt. Er zijn grote ambities om op het bedrijventerrein de biodiversiteit te versterken, ecosystemen te herstellen en te werken aan circulariteit en duurzame energie in de vorm van groen gas en elektriciteit. Zo moet het Ecopark een biodiversiteitshotspot worden om aan te tonen dat natuur en biodiversiteit hand in hand kunnen gaan met economische activiteit, innovatie en een prettige werk- en leefomgeving.

  • Moleneind en Landweer (Oss)

Bedrijventerrein Moleneind en Landweer heeft de ambitie om van een industrieterrein een industriepark te maken. Zo is er al een groen wandelpad aangelegd van het station tot aan het bedrijventerrein en de wens is om deze door te trekken over het hele terrein heen. Dit groene lint is niet alleen prettig om te recreëren, maar ook goed voor de biodiversiteit. De biodiversiteit moet verder bevorderd worden door de aanleg van wadi’s met beplanting. Ook moet de waterdoorlatendheid van bijvoorbeeld parkeerplaatsen verbeterd worden.

  • Kenniswerf Vlissingen

De Kenniswerf in Vlissingen bevindt zich tussen het station, de historische binnenstad en het nieuwe stadsdeel, het Scheldewartier. De Kenniswerf heeft de ambitie om te vergroenen en zo het kenniswerf verbindend element te worden tussen deze locaties. Door de bestaande plannen te stroomlijnen en aan te sluiten op de vergroeningsopgave van de Kenniswerf ontstaat een unieke kans om tot een integrale kwaliteitsverbetering in Vlissingen te komen.

  • Venlo Trade Port

Venlo Trade Port is één van de grootste terreinen in Venlo (ca. 2.900 ha.) en heeft een belangrijke (inter-)nationale functie als logistiek-industrieel knooppunt. Venlo Trade Port wilt als motor van de regio fungeren en meer (inter-)nationale watergebonden bedrijven aantrekken. Dit willen ze onder andere bereiken door grootschalige CO2-reductie te realiseren, het bedrijventerrein te vergroenen en zo een plek te creëren waar mensen graag werken. Deze ontwikkelingen kunnen ook gebruikt worden als modules voor opleidingen op het VWO, MBO en HBO. (Bron: Venlo Trade Port, Stichting Duurzame Bedrijventerreinen).

  • ZKD (Den Haag)

Bedrijventerrein ZKD ligt in Den Haag Zuidwest, waar een grote verdichtingsopgave loopt van maar liefst 10.000 woningen. ZKD hoopt aan te kunnen haken bij de energie en kansen die deze ontwikkeling biedt. Het vergroenen van het ZKD is niet alleen goed voor het bedrijventerrein zelf, maar straalt ook af op de nieuwe ontwikkelingen. Zo wordt er gestimuleerd om lokale initiatieven en stakeholders bij elkaar te brengen. Door aan te sluiten bij bestaande initiatieven zoals het hergebruiken van regenwater en de aanleg van insectenhotels en mee te werken aan een integrale visie voor Zuidwest moet de regio een boost krijgen.

  • Twentekanaal (Hengelo)

In Hengelo hebben een aantal enthousiaste ondernemers op eigen initiatief, samen met het parkmanagement Twentekanaal, de werkgroep vergroening Twentekanaal opgericht. Ook zijn er werkgroepen op het gebied van deelmobiliteit, circulair ondernemen en zon op dak en grootschalige opwek ontstaan. Deze werkgroepen vinden dat het bedrijvenpark Twentekanaal een stuk duurzamer, gezonder en aantrekkelijker kan. Er is veel openbare ruimte en veel enthousiasme om dit te realiseren. Daarnaast is de wens er om de overgang naar aangrenzende woonwijken te verzachten en vergroenen.

  • Werkspoorkwartier (Utrecht)

Het Werkspoorkwartier in Utrecht is een van de laatste binnenstedelijke bedrijventerreinen in Nederland. Kan het groener en klimaatadaptiever maken van dit type bedrijventerrein helpen om de economische functie midden in de stad voor de toekomst te behouden? Daarnaast hoopt het Werkspoorkwartier een rol te vervullen op het gebied van klimaatadaptatiewerkspoorkwartier Utrecht bij nabijgelegen toekomstige woningbouw. Dit hoopt het bedrijventerrein te bereiken door een groen en circulair werklandschap te creëren waar het prettig werken is en wat gebruikt kan worden als wandel- en verblijfsgebied.

  • Novio Tech Campus (Nijmegen)

Novio Tech Campus (NTC) in Nijmegen is een belangrijke hotspot voor Health en High Tech innovatie in Nederland. De afgelopen 7,5 jaar heeft NTC zich gefocust op aantrekken van bedrijven en het maken van een onderscheidend inhoudelijk profiel ten opzichte van andere campussen in binnen- en buitenland. De komende jaren richt NTC zich op het ontwikkelen van de campus als groene hotspot. Dit moet bereikt worden door onder andere structurele vergroening van de campus waarbij aandacht is voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en verbinding met het stationsgebied. Daarnaast is er aandacht voor verduurzaming in brede zin, waaronder het streven naar energieneutraliteit.

De coalitie

De aanvraag wordt gedragen door een brede coalitie:

  • Overheden: Ministerie van BZK, Ministerie van LNV, Ministerie van I&W, provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant, Gelderland, Utrecht, Flevoland, Drenthe, Friesland.
  • Koepelorganisaties bedrijven en bedrijventerreinen: VNO-NCW en MKB Nederland, MVO Nederland, stichting CLOK (Centrum voor Lokale Ondernemers Kringen), Stichting SKBN
  • Onderwijsorganisaties: Yuverta (Wellantcollege, Helicon en Citaverde), Centre of Expertise Groen (Van Hall Larenstein, Aeres Hogeschool, HAS Hogeschool, Hogeschool Inholland), Wageningen University & Research, Vrije Universiteit Amsterdam, TU Delft.
  • Hoveniers en groenvoorzieners, ingenieursbureau’s, bouwers: Brancheorganisatie VHG, Koninklijke Ginkel Groep, Dolmans Landscaping Group, idverde Nederland, Donker Groep, TAUW, Arcadis, Heijmans N.V.
  • Kennis-, netwerk- en projectpartners: RIVM, NL Greenlabel, Stec Groep, RIVM, Stadswerk, Business Design Agency, Kim van der Leest, NextGreen, Next2Company, RvO DuurzaamDoor
  • NGO’s: Vogelbescherming, Natuur- en Milieufederaties, Steenbreek, IVN Natuureducatie.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

SKBN mede-initiator van Summerschool: ‘Bedrijventerreinen grijs en grauw- Maak ze groen-blauw’

Nieuws

Nieuws

SKBN mede-initiator van Summerschool: ‘Bedrijventerreinen grijs en grauw- Maak ze groen-blauw’

Hoe maak je bedrijventerreinen groen-blauw? Hoe neem je ondernemers op een werklocatie mee en zorg je ervoor dat gemeentes, parkmanagers en ondernemers samen het belang van groen-blauw gaan inzien? 30 jongprofessionals gingen met deze vragen aan de slag tijdens de Summerschool ‘Bedrijventerreinen grijs en grauw- Maak ze groen-blauw’ op 18, 19 en 20 oktober. De Summerschool in Rotterdam werd georganiseerd door het Kennislab voor Urbanisme in opdracht van SKBN, Stichting Steenbreek en de Provincie Zuid-Holland. 

Met deze Summerschool wil SKBN inzetten op meer bewustwording bij gemeentes en bedrijventerreinen over de kansen van vergroening en verduurzaming. Hiervoor kregen de deelnemers een kijkje in de keuken door lezingen van experts zoals Cees-Jan Pen, lector van De Ondernemende Regio, directeur Ad van den Berg van Parktrust en Gerlof Rienstra, data-analist en expert op gebied van GIS-data. En de studenten gingen in gesprek met bestaande vergroenings- en verduurzamingsinitiatieven zoals Christiaan Kuipers van Stichting Straatboer en Jacko d’Agnolo van Duurzame bedrijventerreinen Venlo. 

Op de tweede dag bezochten de deelnemers de Spaanse polder om in de praktijk te zien welke ambitie er is bij parkmanagers en gebiedsontwikkelaars en welke uitdagingen er zijn om ondernemers mee te krijgen. 

Wegwijzers

De eindresultaten van de Summerschool werden op de laatste dag gepresenteerd aan een zestallige jury met Pamela van der Goot (provincie Zuid-Holland), Frank Hazeleger (SKBN), Wout Veldstra (Stichting Steenbreek), Boudewijn Raessens (Fontys Hogeschool) en Boyd Bartels (Samen Meerwaarde). ‘Wat opviel is dat bijna alle oplossingen gaan over bewustwording bij bedrijventerreinen en hoe je ze bewust maakt van de opgave,’ aldus Prisca van der Wal van NLGreenLabel, ook jurylid. 

Uit de zes voorstellen koos de jury voor de applicatie WIYS, dat op drie niveaus laat zien welke stappen een bedrijf al heeft genomen op het gebied van duurzaamheid. Bedrijventerreinen kunnen zo aan bezoekers laten zien hoe zij verduurzamen door dit te laten zien op wegwijzers. De jury was in het bijzonder gecharmeerd door de uitvoerbaarheid en de visualisaties van het platform. ‘Je ziet de wegwijzers al bijna staan,’ aldus de juryvoorzitter. Het winnende team ontving een cheque van 2.000 euro voor studiedoeleinden. 

Ook andere ideeën lieten zien dat concrete projecten de bewustwording kunnen versterken en dat er nog veel winst te behalen is op bedrijventerreinen. Deze Summerschool biedt inspiratie om hier ook in de praktijk mee aan de slag te gaan en de SKBN is blij met de uitkomsten en wie weet bezoekt u binnenkort het dichtstbijzijnde bedrijventerrein met de WIYS-app. 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Schiphol Trade Park wil de groenste zijn

Nieuws

Nieuws

Schiphol Trade Park wil de groenste zijn

Bij Schiphol vind je zo’n 350 hectare waarvan een groot deel is gevuld met distributiecentra; een voormalig weiland vol grote panden. Toch beschouwen we Schiphol Trade Park, een ontwikkeling van gebiedsontwikkelaar SADC, als een icoonvoorbeeld voor Groene Bedrijventerreinen. Waarom? We spraken erover met Rob de Wit, projectmanager gebiedsontwikkeling en coördinator van Schiphol Trade Park.

Een toekomstbestendig gebied

Rob: ‘Wat we doen bij Schiphol Trade Park is pionieren. Circulaire ontwikkeling op bedrijventerreinen is relatief nieuw. In plaats van zoveel mogelijk ruimte benutten voor bedrijfspanden en parkeerplekken, wordt steeds meer waarde gehecht aan ecologie, welzijn en leefomgeving, ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. We noemen de gebruikers van onze bedrijfsterreinen niet voor niets onze bewoners.’

Hier liggen kansen voor het ontwikkelen van business parks tot duurzame landschappen waar zowel de mens als de natuur goed kunnen gedijen. Daar zet SADC zich op Schiphol Trade Park en haar andere business parks voor in. Veel publieke ruimte was in de eerdere planvorming verhard, maar door slimme optimalisatie van de infrastructuur kan veel meer groen worden. Rob: 'Over twee jaar verwachten we het resultaat te zien in de openbare ruimte. De gebouwen worden voor een groot deel al groen tijdens het aankomend plantseizoen. En we hebben haast, want goede voorbeelden openen de weg voor alle andere bedrijventerreinen in Nederland. Dus hoe sneller het resultaat zich toont, hoe groter de impact!'

Duurzaamheid uitstralen

Dat er veel winst te behalen is staat als een paal boven water. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het gros van de bedrijventerreinen een inspiratieloze omgeving is. Terwijl hier zo'n 30% van de banen in Nederland te vinden is! Er zijn meer vooruitstrevende ontwikkelaars nodig. De enige manier om het beter te gaan doen is door natuur toe te voegen en te luisteren naar de behoefte van de eindgebruiker. Waar we tien jaar geleden bij de term 'duurzaam ontwikkelen' dachtenSchiphol Trade Park2 aan zonnepanelen, beseffen we nu dat het daar niet ophoudt. Duurzaam bouwen vanuit enkel technisch oogpunt is inmiddels een verouderd concept. Nu beseffen we dat we het ook zíchtbaar moeten maken. Een terrein moet duurzaamheid uitstralen zodat men het als zodanig ook kan ervaren. De behoeften zijn veranderd; de nieuwe generatie wil zich goed voelen en in een fijne omgeving werken. Werkgevers en ontwikkelaars moeten hier rekening mee houden, inspelen op de behoeften en terreinen creëren waar werknemers (de bewoners) zich prettig voelen.

Rob: 'Voor Schiphol Trade Park hebben we onderzocht wat wij kunnen doen om het gebied groener en duurzamer te maken. Een groot deel van de geplande verharding kon weggehaald worden, wat bovendien geleid heeft tot een meer logischere infrastructuur. Saillant detail is dat we ook kosten besparen nu we minder infrastructuur aanleggen, en slechts een beperkt deel van die gelden nodig is voor de groenere inrichting. Het resultaat straks: prettige en zelfs recreatieve looproutes, onverharde paden en veel meer groen. Een uitnodigende parkachtige omgeving waar mensen de natuur kunnen beleven en die gezond gedrag stimuleert.’

Dat klinkt logisch maar deze focus was er voorheen minder. Nu zijn we ons veel meer bewust wat een groene, gezonde omgeving met ons kan doen. In een  woonomgeving zien we dit al volop gebeuren, daar vinden we vergroening al langer belangrijk. Nu is het tijd om samen te kijken hoe we ook de werkomgeving en bedrijventerreinen gezonder en groener kunnen inrichten.

Daktuinen en rotswanden

Daarom stelt SADC strenge duurzaamheidseisen aan klanten op Schiphol Trade Park. Een technisch duurzaam gebouw dat voorheen vooruitstrevend was, is niet meer voldoende. Gebouwen moeten zorgen voor een attractief beeld en een zichtbare groene invulling krijgen, als onderdeel van een natuurinclusief gebied. Een onderliggend ecologisch plan is bij elke ontwikkeling een harde voorwaarde geworden. Veel overtuigingskracht is niet nodig, ontwikkelaars en eindgebruikers omarmen deze nieuwe standaard en nemen ook hun verantwoordelijkheid. Want die traditionele distributiecentra kunnen best wel wat anders vormgegeven worden; daktuinen, groendaken, rotswanden, vlinders en vogels, water en energie. Het lijkt zelfs een soort wedstrijdje te worden onder architecten en ontwikkelaars: wie kan het mooiste groene gebouw neerzetten? Bij al deze partijen ziet SADC steeds meer energie om het verder te ontwikkelen en voor een hogere kwaliteit te gaan.

Ontwikkelen vanuit een coalitie

'De conservatieve manier van gebiedsontwikkeling moet plaatsmaken voor een nieuwe benadering waarbij natuurinclusief de norm is', stelt Rob. Schiphol Trade Park betrekt partners als TU Delft, Universiteit Wageningen, Vogelbescherming, NL Greenlabel, RVO en IVN bij hun plannen Vlinders buddleia, IVN Lelystad workshop natuur dichtbijvoor vergroening. Deze partijen denken met SADC mee hoe de leefomgeving van bewoners als bijen, vogels en andere dieren kan worden behouden. Samenwerken met partners en universiteiten biedt daarnaast mooie kansen voor wetenschappelijk onderzoek. Het gebied leent zich enorm goed voor verschillende onderzoeken en kennisontwikkeling. 'Zo kunnen we straks onderzoeken wat de effecten zijn van duurzame bedrijventerreinen.'

Gebiedsmanagement

Als er zoveel groen een gebied in komt en dit zelfs onderdeel wordt van de architectuur, dan is de integratie van beheer en onderhoud in je plannen noodzakelijk. Niet alleen om de gevels en terreininrichting groen te krijgen en te houden, maar goed natuurbeheer vraagt om expertise. Goed functionerend gebiedsmanagement door de ondernemers zelf levert hieraan een belangrijke bijdrage. Gebiedsmanagement van en voor ondernemers waarborgt de leefkwaliteit van het gebied en het waardebehoud van gebouw en terrein.

Duurzaam, innovatief en groen

Rob: 'We zijn nu het meest duurzame en innovatieve business park, maar straks ook het groenste business park van Europa. Om die koppositie vast te houden moet je steeds je ambitie monitoren en nadenken over hoe je jezelf kunt verbeteren. Tenslotte wordt in de huidige economie de vraag naar distributiecentra alleen maar groter. SADC staat voor financieel rendement maar ook voor maatschappelijk rendement. Dat is onze drijfveer. Het gaat er om dat je economische groei stimuleert op zo’n manier dat je tegelijkertijd de leefkwaliteit verhoogt. Een meerwaarde voor iedereen.'

 

Dit artikel is een publicatie van IVN, instituut voor natuureducatie. 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Provincie Noord-Brabant geeft impuls aan verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen

Nieuws

Nieuws

Provincie Noord-Brabant geeft impuls aan verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen

Met het project ‘Grote Oogst’ wil provincie Noord-Brabant een impuls geven aan het verduurzamen van bedrijventerreinen. Duurzame bedrijventerreinen zijn namelijk een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en een goed en gezond woon- en vestigingsklimaat. Daarnaast kunnen bedrijventerreinen een grote bijdrage leveren aan onder andere de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstofreductie.

Bedrijventerreinen zijn vaak hitte-eilanden. Door integraal en gebiedsgericht (samen) te werken kunnen slimme oplossingen bedacht worden die impact hebben op meerdere thema's. Zo vangen groene daken niet alleen water op, ze koelen ook de omgeving en maken daarmee zonnepanelen efficiënter. En door lokaal (rest)materiaal te hergebruiken wordt energie bespaard en CO2- en stikstofuitstoot voorkomen, bijvoorbeeld doordat er minder vervoersbewegingen nodig zijn.

Noord-Brabant heeft meer dan 600 bedrijventerreinen. De provincie heeft 13 terreinen op het oog, verspreid over Brabant, om nu samen met gemeenten, bedrijven en andere partijen aan de slag te gaan. Samen zijn deze terreinen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen.

13 terreinen in Brabant

Om een impuls te geven aan deze verduurzaming heeft de provincie 13 ‘Grote Oogst’-terreinen op het oog, verspreid over heel Brabant.

De terreinen zijn:

Noordoost-Brabant:

  • De Dubbelen – Meierijstad
  • Moleneind – Oss
  • De Rietvelden – ’s Hertogenbosch

Zuidoost-Brabant:

  • De Hurk – Eindhoven
  • Hoogeind / BZOB – Helmond
  • Ekkersrijt – Son en Breugel

Midden-Brabant:

  • Kraaiven / Vossenberg – Tilburg
  • Haven – Waalwijk
  • Loven – Tilburg

West-Brabant:

  • Vosdonk – Etten Leur
  • Vijf Eiken – Oosterhout
  • Haven Moerdijk – Moerdijk
  • Theodorushaven – Bergen op Zoom

Deze terreinen zijn uit onderzoek naar voren gekomen vanwege de grote gecombineerde opgave die er ligt én de kansen die dit met zich meebrengt om impact te maken. Zo zijn de geselecteerde terreinen samen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen.

Start met verkennende gesprekken

De provincie is het Grote Oogst-project begonnen met verkennende gesprekken met de lokale overheden, parkmanagement en andere organisaties. Gedeputeerde Erik Ronnes, Ruimte, is blij met deze start: “In deze gesprekken, met zoveel mogelijk betrokken partijen, komen de belemmeringen en kansen in beeld op deze 13 terreinen. Als je dat in beeld brengt, kun je ook zien welke behoeften er zijn. En voor de provincie ligt er dan een duidelijke rol om de lokale partners te ondersteunen in hun eigen ambities in de transitie naar een duurzame economie en een duurzame omgeving.” Ook de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, de waterschappen en VNO-NCW zijn betrokken. In de volgende fase wordt gekeken hoe de samenwerking vorm kan krijgen.

De provincie verwacht dat de resultaten van Grote Oogst uiteindelijk ook positief bijdragen aan het verlagen van stikstofuitstoot en -depositie, een speerpunt uit de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Groene lunchwandelroutes op bedrijvenparken Kraaiven en Vossenberg in Tilburg

Nieuws

Nieuws

Groene lunchwandelroutes op bedrijvenparken Kraaiven en Vossenberg in Tilburg

Op dinsdag 6 juli hebben Rik Grashoff (wethouder klimaatadaptatie gemeente Tilburg) en Rolf Hoefnagels en Ton van Roessel (bestuursleden Vitaal Verenigingen) het officiële startsein gegeven voor groene lunchwandelroutes op de Tilburgse bedrijventerreinen Kraaiven en Vossenberg.

De wandelroutes worden aangelegd om werknemers de mogelijkheid te bieden een wandeling te laten maken in een groene omgeving. Naast stadscentra staan bedrijventerreinen bekend als hitte-eilanden. Hitte-eilanden hebben een negatief effect op de gezondheid en vitaliteit van werknemers. Eén van de maatregelen om het effect van hittestress op bedrijventerreinen te verminderen, is het aanleggen van groene lunchwandelroutes.

Rik Grashoff licht het belang van vergroening op bedrijvenparken toe: “Het klimaat verandert snel. Het wordt steeds warmer en droger. Dit vergroot de kans op hittestress, zeker op versteende bedrijventerreinen. Ook zullen er vaker hoosbuien komen. Het water moet dan snel en goed kunnen wegvloeien. Naast dat de wandelroutes verkoeling bieden door hun groene en biodiverse inrichting, helpen ze door de waterdoorlatende verharding aan het verminderen van wateroverlast. Uiteindelijk streven we naar zo min mogelijk overlast als gevolg van klimaatverandering. Tilburg wil in namelijk 2050 een klimaatadaptieve stad zijn, waar de bewoners in een prettige en gezonde omgeving wonen, verblijven en werken.”

Invloed op arbeidsproductiviteit en gezondheid

Rolf Hoefnagels en Ton van Roessel ontvingen bij de opening een dertigtal genodigden op de Goirkekanaaldijk voor een wandeling langs de route. Zij benadrukken de voordelen voor de mensen die op de bedrijventerreinen werken: “Met dit project vergroten we het bewustzijn bij bedrijven om met klimaatadaptatie aan de slag te gaan. Bedrijventerreinen zijn vaak hitte-eilanden en hebben daarmee invloed op het welbevinden van werknemers en daarmee ook de arbeidsproductiviteit. Bij extreme neerslag hebben we ook echt wateroverlast. We zijn dan ook heel verheugd met de groene en lunchwandelroutes, die bovendien stimuleren tot meer bewegen en de bedrijventerreinen een groenere aanblik geven.”

Green Deal

Het idee van de lunchwandelroutes is bedacht door de Vitaal Verenigingen, Midpoint Brabant en Stichting MOED, gemeente Tilburg, provincie Brabant en waterschap Brabantse Delta in het kader van het thema klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het project is gefinancierd door het Klimaatfonds van de gemeente Tilburg en de Vitaal Verenigingen en mogelijk gemaakt door de partners van de Green Deal, de klimaatvoucher Het Groene Woud, Helvoirt Groenvoorzieningen en Dobro. Naast klimaatadaptatie en biodiversiteit kunnen ondernemers van Kraaiven en Vossenberg met de Green Deal deelnemen aan programma’s voor energiebesparing en collectieve energieopwekking.

Lees verder

Achtergrond

card image

01-06-2021

Klimaateffectatlas geeft eerste indruk van gevolgen klimaatverandering

Achtergrond

Achtergrond

Klimaateffectatlas geeft eerste indruk van gevolgen klimaatverandering

Door klimaatverandering worden de zomers heter en de winters zachter en natter. Bovendien stijgt de zeespiegel en nemen de weersextremen toe. Dit betekent dat piekneerslagen, hitte, droogte en intenser kunnen zijn en vaker kunnen voorkomen.

De Klimaateffectatlas helpt je om een eerste indruk te krijgen van deze gevolgen van klimaatverandering voor je eigen gebied. De atlas bestaat uit een viewer en kaartverhalen. 

Bekijk de Klimaateffectatlas

De Klimaateffectatlas is in 2007 ontstaan vanuit de behoefte van verschillende provincies en kennisinstellingen om landelijke klimaatinformatie op een laagdrempelige manier toegankelijk te maken. De atlas wordt sinds 2012 beheerd door Stichting Climate Adaptation Services (CAS). In 2020 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan CAS de opdracht gegeven om de Klimaateffectatlas te actualiseren, uit te breiden en de viewer te verbeteren. Deze nieuwe versie is beschikbaar sinds mei 2021.

 

Bron: IVN
Foto: Marcin Jozwiak on Unsplash

Lees verder

Achtergrond

card image

28-05-2021

Handzaam boekje over vergroenen bedrijventerreinen

Achtergrond

Achtergrond

Handzaam boekje over vergroenen bedrijventerreinen

Stichting Steenbreek en provincie Zuid-Holland werken samen aan het vergroenen van bedrijventerreinen. Een eerste resultaat van die samenwerking is de uitgave van de publicatie "Groene gezonde bedrijventerreinen". In het boekwerkje over nut en noodzaak van het vergroenen van bedrijventerreinen staan inspirerende ideeën en praktische informatie; het is bedoeld voor gemeenten, beheerders van bedrijventerreinen en ondernemers.

Nederland heeft ruim 3.800 bedrijventerreinen met een gezamenlijke oppervlakte van bijna 100.000 hectare (bijna de helft van de provincie Groningen). Bijna een derde van de banen in Nederland is op bedrijventerreinen te vinden. Uit onderzoek dat Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies in 2020 uitvoerde in de provincie Zuid-Holland blijkt – en dat is representatief voor andere provincies – dat de grondoppervlakte van bedrijventerreinen voor slechts 1 procent uit groenblauwe structuren bestaat (bomen, vaste planten, gras, sloten, poelen).

Inzicht in mogelijkheden

Met de 44 pagina’s tellende uitgave, met een voorwoord van gedeputeerde Willy de Zoete, krijgen gemeenten, parkbeheerders en bedrijven inzicht in de mogelijkheden voor een groenblauwe inrichting van een bedrijventerrein die bijdraagt aan biodiversiteit en klimaatadaptatie (voorkomen wateroverlast en hittestress), maar ook aan de gezondheid van medewerkers en daardoor de arbeidsproductiviteit.

Stappenplan

Naast een algemeen overzicht van de huidige situatie en het vergroeningspotentieel op bedrijventerreinen in Nederland wordt onder meer een stappenplan gepresenteerd om te komen tot een groenblauwe inrichting. Daarnaast komen aan bod welke mogelijkheden er zijn om aan, op en tussen gebouwen te vergroenen.

Er worden twee bedrijventerreinen als praktijkvoorbeeld uitgelicht: het bedrijfsterrein van Farm Frites in Oudenhoorn en BIZ Grote Polder in Zoeterwoude.

Gezondheid

Het aspect gezondheid wordt in de uitgave uitgebreid belicht: zo komt omgevingspsycholoog Sjerp de Vries van de WUR aan het woord over de positieve effecten van groen op gezondheid en belicht architect Thomas Steensma de relatie tussen het concept Positieve Gezondheid en architectuur/stedenbouw.

Foto: Arnold van Kreveld

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Klimaatadaptatie en biodiversiteit op bloemrijk bedrijventerrein in Tilburg

Nieuws

Nieuws

Klimaatadaptatie en biodiversiteit op bloemrijk bedrijventerrein in Tilburg

Bedrijventerrein Loven in Tilburg was al ingericht om hemelwater op te vangen. Geofoxx milieu expertise kwam in 2017 met het idee om daarnaast ook de biodiversiteitsopgave aan te pakken. In opdracht van de gemeente heeft Geofoxx ruim 1 hectare aan bermen ingezaaid met een bloemenzaadmengsel.

Klimaatadaptatie gaat goed samen met aanpak biodiversiteit

De afname van biodiversiteit wordt net als de toenemende hitte, droogte en wateroverlast deels veroorzaakt door klimaatverandering. Ga je aan de slag met klimaatadaptatie? Dan kun je bij de maatregelen meteen ook inzetten op biodiversiteit. Bedrijventerrein Loven had al watergangen en een waterplas om hemelwater te bufferen. Daarnaast lagen er op Loven brede grasbermen met bomen, om wateroverlast en hitte tegen te gaan. Gras draagt bij aan klimaatadaptatie, maar doet weinig voor de biodiversiteit. Daarom kwam Geofoxx met het idee voor bloemrijke bermen. Door te zorgen voor divers en kwalitatief groen, verminder je niet alleen de effecten van het veranderende klimaat, maar vergroot je ook de biodiversiteit.

Hoe is het project uitgevoerd?

Geofoxx stapte met het idee van bloemrijke bermen naar de gemeente Tilburg, die erg enthousiast reageerde. De gemeente heeft als beleid om de ecologische structuren uit te breiden en te verbeteren. Daar sloot het idee voor een groen bedrijventerrein met ruimte voor biodiversiteit en beleving van het groen goed bij aan. In opdracht van gemeente Tilburg en in overleg met een groenbeheerder, bedrijvenorganisaties en verschillende bedrijven rondom de bermen werkte Geofoxx een pilotplan uit. Het ingenieursbureau heeft de bermen rondom de Gelrebaan en een deel van de Jules Verneweg ingericht tot bloemrijke berm. Daarvoor heeft de groenbeheerder de eerste 10 cm van de bermen verwijderd en opnieuw ingezaaid met een inheems bloemenzaadmengsel.

Resultaten

De bloemrijke bermen leveren overduidelijk meer biodiversiteit op dan de gewone grasbermen. Ze dienen als verbindend gebied en leefgebied voor bijzondere planten, bijen, vlinders en vogels. Daarnaast verbetert het groen de kwaliteit en het beeld van de leefomgeving. Daarmee verbetert het ook het imago van bedrijventerrein Loven. Gemeente Tilburg is positief over de resultaten en is bezig met een uitbreiding van het project.

Telroute om resultaat te monitoren

Een aantal medewerkers van Geofoxx nam deel aan een workshop van de Vlinderstichting. De medewerkers bekeken de bloemrijke bermen op zoek naar vlinders, bijen, hommels, etc. Daarnaast bepaalden zij tijdens de workshop een telroute. Door regelmatig langs deze telroute vlinders en bijen te tellen, kunnen de medewerkers het langdurige resultaat van de bloemrijke bermen monitoren.

Leerpunten

Het belangrijkste leerpunt is dat het heel belangrijk is om goede afspraken over het maaien te maken met de groenbeheerder. Het onderhoud van bloemrijke bermen is anders dan die van gewone grasbermen. Bloemrijke bermen kun je het beste een tot twee keer per jaar maaien en afvoeren, afhankelijk van hoe voedselrijk de grond is. De gemeente had dit tijdens de planontwikkeling met de beheerder afgesproken, maar helaas ging dit een keer mis en maaide het beheer een berm te vroeg. Hierdoor hadden de bloemen geen tijd om te bloeien. Op Loven staan daarom nu  borden met ‘Bloemrijk Grasland, NIET MAAIEN!’

Andere leerpunten

  • Sommige mensen parkeren auto’s en vrachtwagens in de berm. De bloemen lopen hierdoor schade op. Op die plekken zijn bloemrijke bermen minder kansrijk.
  • Door de hitte in de zomer van 2018 verdroogden de bermen van het bedrijventerrein in dat jaar.

Lees verder

Achtergrond

card image

19-09-2020

Het hoe en waarom van biodiverse bedrijventerreinen

Achtergrond

Achtergrond

Het hoe en waarom van biodiverse bedrijventerreinen

Waarom behoud van biodiversiteit en ecosystemen cruciaal is voor onze economie en het bedrijfsleven

Biodiverse bedrijventerreinen bestaan. Mondjesmaat weliswaar, maar de gerealiseerde voorbeelden smaken naar meer. Hiervoor is intensieve samenwerking nodig tussen ecologen, ontwikkelaars en andere gebiedspartijen. Dat voelt soms als een interculturele kennismaking, waarbij je eerst elkaars taal, eten en opvattingen moet leren kennen en waarderen. Maar het is het waard om uit de eigen bubbel te stappen, met open geest te luisteren naar ‘anderstaligen’, om door te vragen en mee te denken. Het resultaat kan verrassend en mooi zijn.

Bedrijventerreinen zijn geen natuurgebieden. Ze kunnen echter wel leefruimte bieden voor planten en dieren. En er zijn veel extra baten. Gelukkig maar, want ‘het is goed voor zweefvliegen en klaprozen’ is voor de meeste partijen nou eenmaal niet een voldoende sterk argument om de inrichting en het beheer van een bedrijventerrein te veranderen.

De baten van een biodivers bedrijventerrein:

  • Klimaatadaptatie en -mitigatie: groen en water verkoelen;
  • Waterberging: ruimte voor opvang van hevige buien voorkomt schade;
  • Gezondheid: vegetatie vangt fijnstof en een fraaie omgeving nodigt uit tot bewegen;
  • Recreatieve infrastructuur: op en door (nieuwe) bedrijventerreinen is ruimte voor (doorgaande) wandel- en fietsroutes, bankjes, etc.;
  • Natuurbescherming: extra leefgebied en nieuwe verbindingen tussen natuurgebieden en geïsoleerde populaties;
  • Lokale steun: een fraaie inrichting levert lokaal steun op voor een (nieuw) bedrijventerrein;
  • Competitive advantage: voor bedrijven met een serieuze maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)-strategie;
  • Toekomstbestendigheid: vooruitlopend op mogelijke regelgeving n.a.v. de stikstofproblematiek en de biodiversiteitscrisis;
  • Hogere vastgoedwaarde: een groene omgeving is waardevol.

Uiteraard zijn er niet alleen maar voordelen. Groen en blauw kosten ruimte en dus geld. Maar bijna elk bedrijventerrein heeft groen en met een natuurlijkere inrichting en beheer is al veel winst te behalen. Meestal zijn er bovendien mogelijkheden om doelen (en soms ook financiële middelen) te combineren. Hoe eerder in het (her)ontwikkelingsproces van een bedrijventerrein de mogelijkheden worden verkend, hoe groter de kans op succes.

Invloed

Verschillende partijen kunnen op verschillende manieren invloed hebben op de inrichting en het beheer van een bedrijventerrein. Overheden zijn kaderstellend en spelen daarmee een cruciale rol. Ook hebben ze soms grondposities of zijn mede-ontwikkelaar. Investeerders, architecten, ontwikkelaars en bouwers hebben allen inbreng. Een aantal van hen onderscheidt zich als ‘duurzaam’ of ‘groen’. Hoe vroeger in het proces een groene partij wordt betrokken, hoe meer mogelijkheden er zijn om een verschil te maken. Omwonenden kunnen een heel bepalende rol hebben. Deze zal nog toenemen na invoering van de Omgevingswet, omdat participatie dan verplicht wordt. Vaak zijn omwonenden niet per definitie tegen, maar maken zij zich zorgen om bijvoorbeeld hun uitzicht. Ook in dit geval: ga vroeg in het proces praten en probeer er samen uit te komen.

Crises

De crisisberichten volgen elkaar in rap tempo op en ze hebben allemaal een relatie tot de biodiversiteitscrisis. Dat zeldzame soorten kwetsbaar zijn en dreigen uit te sterven – en dat soms ook daadwerkelijk doen - weten we al heel lang. Maar de laatste jaren wordt ook steeds duidelijker dat algemene soorten in aantal achteruitgaan. Soms langzaam, soms in gierende vaart zoals de soorten van het landelijk gebied. De aantallen weidevogels, akkerkruiden en bijen bijvoorbeeld lopen snel terug. De biomassa aan vliegende insecten is in 27 jaar met meer dan 75 procent afgenomen.

Om iets te doen aan het steeds leger worden van onze omgeving heeft de Vogelbescherming het concept ‘Basiskwaliteit voor Natuur’ bedacht. In het kort betekent dit: als het milieu, de inrichting en het beheer op orde zijn, dan blijven algemene soorten algemeen. Basiskwaliteit voor Natuur zou eigenlijk een ondergrens moeten zijn voor een bedrijventerrein.

Het behoud van biodiversiteit en ecosystemen is cruciaal voor onze economie en het bedrijfsleven. Het World Economic Forum doet jaarlijks een groot internationaal onderzoek onder publieke en private leiders naar de grootste problemen voor economie en samenleving. Milieuproblemen gaan hierin steeds meer domineren. Het Global Risks Report 2020 zegt hierover: “Biodiversity loss has critical implications for humanity, from the collapse of food and health systems to the disruption of entire supply chains.”. Hoog tijd voor actie dus.

Aansprekende voorbeelden uit de praktijk zijn er al

TU Delft Campus Zuid: een gebiedsontwikkeling van 125 hectare, waarvan 100 hectare bestemd als Tijdelijke Natuur. Ecologische waarden en beheer zijn al in de planvorming meegenomen. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van vijf ecologische principes: ecologische verbindingen, ecologisch waterbeheer, natuurvriendelijke oevers, natuur inclusief bouwen en beleid gericht op doelsoorten.

Ecomunitypark, Oosterwolde: een bedrijvenpark van 17 hectare dat privaat ontwikkeld wordt door het bedrijf Ecostyle. De helft van het gebied blijft natuur. Het park heeft een BREEAM-certificering van 5 sterren (het maximum) voor gebiedsontwikkeling. Succesfactoren zijn samenwerking met natuurorganisaties en kennisinstellingen en een goed plan, dat aanhaakt op de bodem en biodiversiteit van de omgeving. Inmiddels trekt het park duurzame bedrijven aan. Zij zijn verplicht lid van een vereniging die het parkmanagement verzorgt.

Kempisch bedrijvenpark, Bladel: een bedrijventerreinontwikkeling van 69 hectare, ontwikkeld door een Gemeenschappelijke Regeling van vier gemeenten. De bouwkavels zijn ‘kamers in het groen’ die aansluiten bij bestaande natuur. Bij het ontwerp zijn een landschapsarchitect en een ecoloog samen opgetrokken. Het groen is in het beheer van het parkmanagement. Ondernemers betalen hieraan mee. Omwonenden zijn vroegtijdig betrokken bij de ontwikkeling. Ook zijn meteen afspraken gemaakt met provincie en waterschap, zodat doelen gekoppeld konden worden, zoals de realisatie van een verbindingszone in het Natuur Netwerk Nederland en een compensatieplicht voor water.

Lessen

Uit deze en andere voor het onder dit artikel liggende onderzoek bekeken casussen kan een aantal algemene conclusies worden getrokken. De grootste kansen liggen:

  • Bij grootschalige terreinen zoals havens en industrie waar open ruimte moet blijven vanwege de veiligheid;
  • Bij campusontwikkelingen en kantoorparken met hooggeschoold personeel dat hoge eisen stelt aan de werkomgeving;
  • Op terreinen van multinationals en ondernemers met een serieus MVO-beleid;
  • Bij nieuwe ontwikkelingen waar vanaf de planvorming wordt gekozen voor een ruime en toekomstbestendige opzet;
  • Op locaties waar functies kunnen worden gecombineerd (o.a. landschapsherstel, natuurontwikkeling, recreatie en waterberging);
  • Als er een of meer gepassioneerde trekkers zijn met een goed verhaal.

Bij alle onderzochte bedrijventerreinen met groenstructuren/natuur is sprake van collectief beheer (parkmanagement/gebiedsmanagement). Meestal betalen vestigers verplicht mee aan realisatie en beheer van het collectieve groen. Bij alle ontwikkelingen is sprake van het koppelen van biodiversiteit met andere doelen, waaronder:

  • Klimaatadaptatie (wateroverlast, droogte en hittestress);
  • Recreatiemogelijkheden voor omwonenden;
  • Creatie van een aantrekkelijk werklandschap om goed personeel aan te trekken en te behouden;
  • Gezondheidswinst, doordat een groene omgeving fijnstof afvangt, stress verlaagt en aanzet tot bewegen;
  • Economische doelen (bijvoorbeeld verlaging energiekosten).

Tot slot

Nauwe samenwerking – bijvoorbeeld tussen ecologen en ontwikkelaars – hoeft niet te leiden tot het vloeiend leren spreken van elkaars taal. Dat is ook niet nodig; het verrijkt beide partijen wel. Het samen oppakken van de uitdaging om een biodivers bedrijventerreinen te realiseren is vergelijkbaar met vakantie. De zintuigen staan open, nieuwe woorden worden opgepikt en obstakels worden gezien als uitdagingen die de bron vormen voor smakelijke anekdotes. Met als bonus boven het gewone vakantiegevoel de bevrediging om aan iets bijzonders te hebben bijgedragen.

Karin Maatje is projectleider bij provincie Flevoland, Arnold van Kreveld is werkzaam bij Bureau Ulucus en programma coördinator stichting Tijdelijke Natuur.

Foto's: Arnold van Kreveld

Lees verder

Achtergrond

card image

28-08-2020

Bedrijventerreinen hebben amper groen of water

Achtergrond

Achtergrond

Bedrijventerreinen hebben amper groen of water

Gemiddeld 1 procent groenblauw

Bedrijventerreinen zijn gemiddeld voor slechts 1 procent van hun grondoppervlakte voorzien van groenblauwe structuren. Dit blijkt uit een onderzoek van Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies in de Provincie Zuid-Holland, die representatief is voor andere provincies in Nederland. Ter vergelijking: de openbare ruimte in een gemiddelde 2e generatie VINEX-wijk in Zuid-Holland is voor 6 procent voorzien van groenblauwe structuren, ongeveer zes keer zoveel als gemiddeld bij een bedrijventerrein. De cijfers zijn volgens Rienstra representatief voor heel Nederland.

Door de klimaatverandering staan groen en blauw hoog op de agenda. Verkoeling door groene ecosystemen, waterbuffers voor hevige regenbuien: door de aanleg of behoud van natuurlijke structuren kunnen de effecten van hitte, droogte en wateroverlast worden verminderd. In de openbare ruimte en in de tuinen van huisbezitters is daar inmiddels volop aandacht voor. Maar hoe staan onze bedrijventerreinen er eigenlijk voor? Vakblad BT liet dit uitzoeken door Gerlof Rienstra van Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies.

Uit de vergelijking die Rienstra maakte, blijkt dat groenblauwe ecosysteemtypen gemiddeld 1 procent van de totale bruto bedrijventerreinoppervlakte innemen. Het gaat dan om de volgende structuren:

  • Braakliggend, nog niet uitgegeven, in gebruik voor de landbouw;
  • Bosjes en heggen als afscheiding perceel;
  • Loofbomen als afscheiding perceel;
  • (Half-) Natuurlijk grasland;
  • Openbaar groen: bermstroken langs weg en water;
  • Meren, plassen en overig binnenwater (waterafvoer in sloten en vijvers, vaak om bedrijventerreinen heen of als perceelscheiding);
  • Rivieren (en andere grote vaarwegen): in deze analyse onderschat, vaak langs ‘natte bedrijventerreinen’, maar zijn meestal qua opgegeven oppervlakte niet toe te rekenen aan een specifiek bedrijventerreinen omdat ze grotere kadastrale eenheden vormen.

Om de vergelijking goed te kunnen maken, zocht Rienstra eenzelfde gegevens uit voor de tweedegeneratie VINEX-wijken in Zuid-Holland (woningbouw na 2010). Uit die vergelijking blijkt het aandeel groenblauw op die nieuwe locaties afgerond 6 procent te zijn, dus ongeveer zesmaal zoveel als gemiddeld bij een bedrijventerrein.

Geen verschil oude en nieuwe terreinen

Een opvallende conclusie die Rienstra na zijn onderzoek kon trekken, is dat er geen significant verschil waar te nemen is tussen oude en nieuwe bedrijventerreinen. Met andere woorden: ondanks het veranderende klimaat, en de roep om duurzame bedrijventerreinen, is het aandeel van groenblauwe structuren de afgelopen jaren niet veranderd. Ook valt op dat bijna alle daken onbenut zijn. Groene daken komen nog amper tot niet voor. Hier liggen nog veel mogelijkheden, al zijn waarschijnlijk niet alle daken hiervoor geschikt.

Er is ook geen verschil tussen grote of kleine bedrijventerreinen. Al is het percentage groen en blauw bij kleine bedrijventerreinen vaak wel hoger door het karakter van de ecosysteemtypen als perceel- of terreinafscheiding. Bij een klein terrein telt dat relatief zwaarder mee, zo blijkt. Rienstra gaat ervan uit dat de situatie op de Zuid-Hollandse bedrijventerreinen representatief is voor de rest van Nederland door het gevarieerde landschap, de verschillende typen bedrijventerreinen en vooral de vele watergangen en vaarwegen.

‘Groen en blauw cruciaal om hoge kosten te voorkomen’

Of één procent nu veel is, of heel weinig, is volgens Robbert Snep, senior onderzoeker Groene Steden bij de Wageningen Universiteit, niet eens zo van belang. ‘Het laat in ieder geval wel zien dat er nog heel wat te winnen valt. Eén procent groen en blauw betekent 99 procent rood. Je zou kunnen zeggen: “Te weinig groen, so what?” Maar dan ga je voorbij aan gevolgen van de klimaatverandering. Hitte kan schade toebrengen aan machines, en het verlaagt de productiviteit van de werknemers. Wateroverlast kan schade toebrengen aan vastgoed en aan de omringende infrastructuur. Groenblauwe structuren zorgen voor een vermindering van het risico op die schades, op die kosten. Bovendien, waar werkt men liever, in een versteende omgeving, of een groenrijke plek waar ook ruimte is voor een lunchwandeling en mooie uitzichten? Gelet op het vestigingsklimaat speelt ook daar groenblauw een belangrijke rol. In alle gevallen biedt groenblauw meerwaarde, en toch blijven de investeringen daarin achter. Hoe kan dat?

Het is volgens Snep belangrijk te weten waar de groenblauwe structuren ontbreken, is dat vooral op kavelniveau, waar de eigenaar verantwoordelijk is, of is dat in de openbare ruimte, waar de gemeente aan zet is? ‘Zodra de verantwoordelijkheid duidelijk is, kan gekeken worden naar verschillende handelsperspectieven: Plaats bomen bij (lunch)wandelroutes, gebruik dak- en gevelgroen voor het vastgoed en maak de parkeerplaatsen van waterdoorlaatbare verharding. Dan ben je opeens al een heel eind.’

Volgens voorzitter Wout Veldstra van Stichting Steenbreek is de uitkomst van het onderzoek van Rienstra een goede afspiegeling voor het gebrek aan zorg, die er tot nu toe in onze economie is voor de natuur en het water. ‘Zorgelijk ook, dat er geen verschil is met de oudere bedrijventerreinen. De mentaliteit waarmee we produceren is blijkbaar al decennia dezelfde; efficiënt met zo laag mogelijke kosten werken. Die kosten worden op de overheid afgewenteld. Dat is het meest duidelijk in het waterbeheer; bedrijfsterreinen worden vrijwel helemaal verhard en nu het meer intensief gaat regenen, moet de gemeente door aanpassingen aan de riolering proberen de bedrijven tegen overstroming te behoeden.

Platte daken

Veldstra wijst op de platte daken op het grootste deel van de bedrijfsgebouwen. ‘Die zouden op zichzelf geschikt zijn voor vergroening, maar omdat er zo goedkoop mogelijk gebouwd is, ontbreekt het aan de benodigde draagkracht. Vergroting van de berging op andere manieren kost meestal ruimte en dat is op die terreinen meestal ook zeer efficiënt benut. Ik durf het niet eens over hittestress te hebben, maar ik weet wel dat op de meeste warmtekaarten de bedrijfsterreinen eruit springen. Meer nog dan de oude binnensteden. In die binnensteden heb je dan nog hier en daar tuinen en openbaar groen, waar de natuur een kans krijgt. Dat ontbreekt op de bedrijfsterreinen ook vrijwel helemaal. We kijken tegenwoordig met verbazing naar de arbeidsomstandigheden in fabrieken op afbeeldingen uit de negentiende eeuw. Ik kan me goed voorstellen, dat we in 2030 met dezelfde verbazing de inrichting van onze bedrijfsterreinen in de twintigste eeuw (en later!) bekijken.’

Reactie van Provincie Zuid-Holland

Het college van GS heeft klimaatverandering, energietransitie, biodiversiteit en publiek-private samenwerking hoog op de agenda staan. We zetten hiervoor meerdere instrumenten in. Samen met de waterschappen hebben we een klimaatatlas ontwikkeld (zuid-holland.klimaatatlas.net). In deze atlas kan iedereen heel precies per gebouw zien, waar het heel warm wordt, waar de wegen overstromen en waar de bodemdaling voor overlast zorgt. Dit is belangrijke informatie als je wil weten waar de grootste problemen zich voordoen of als je bijvoorbeeld overweegt ergens te vestigen.

Verduurzaming van de bedrijventerreinen is dan ook een belangrijke pijler in onze economische strategie. Nu zijn de terreinen helaas nog te vaak de hete kooltjes in het stedelijk weefsel. Hier willen we graag verandering in brengen. Wij hebben, als enige provincie tot nu toe, het Convenant Verduurzaming Bedrijventerreinen ondertekend en zijn van plan onze subsidie voor energiemaatregelen te verbreden naar de verduurzaming van de bedrijventerreinen. Hierdoor is er ook extra financiële steun voor extra koeling en waterberging mogelijk.

Verder blijkt uit onderzoek dat de bedrijventerreinen belangrijke plekken zijn om de biodiversiteit te vergroten. Doordat het vaak meer afgesloten en afgelegen plekken zijn, kan de natuur daar meer ongestoord zijn gang gaan. Prachtige resultaten zijn hiermee al geboekt op het bedrijventerrein van Heineken en BIZ Grote Polder. Tot ook grote tevredenheid van de medewerkers die er in de pauze wandelen en ‘ontstressen’.

‘Terreinen zijn helaas nog te vaak de hete kooltjes in het stedelijk weefsel’

Steeds meer bedrijven overwegen hun terreinen te vergroenen om meerdere redenen. Zo legde bijvoorbeeld Farm Frites een bij-vriendelijke geluidswal aan van 500 meter lang, 7 meter hoog en 12 meter breed, met een wandelpad voor de werknemers en het grootste bijenhotel van Nederland. Verder onderzoeken zij nu hoe zij de rest van hun terrein kunnen vergroenen. En bedrijventerrein Schiebroek in Rotterdam is sinds 2019 bezig met het uitvoeren van energiebesparende maatregelen en het verduurzamen van de bedrijven op het terrein.

Mooie initiatieven waarover de provincie graag meedenkt en waar mogelijk meedoet. Wij horen dus graag over de groene ambities van de bedrijven om samen te kijken wat er mogelijk is. Middelen zullen soms beperkt zijn. De huidige crisis zal daar invloed op hebben. Echter door samen te werken, slim te investeren en kennis te delen kunnen wij samen onze bedrijventerreinen groener maken.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Kansen voor biodiversiteit tijdens aanleg en herstructurering

Nieuws

Nieuws

Kansen voor biodiversiteit tijdens aanleg en herstructurering

SKBN heeft in samenwerking met Tijdelijke Natuur een handige brochure uitgebracht over de kansen voor biodiversiteit en tijdelijke natuur op bedrijventerreinen. Met een praktisch stappenplan waarin per fase de kansen worden toegelicht. Inspiratie kan worden gehaald uit een aantal ‘good practices’.

De auteur van het rapport, Karin Maatje van Provincie Flevoland, geeft aan: “De meeste kansen voor biodiversiteit zijn er bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en bij de herstructurering van oude terreinen. Terreinen met een duidelijk duurzaam profiel hebben meer mogelijkheden, evenals terreinen van grote multinationals en campussen, waar een aantrekkelijke werkomgeving hard nodig is om talentvolle werknemers aan te trekken. Het Tilburgse plan Wijkevoort laat echter zien dat ook een logistiek bedrijventerrein een aantrekkelijke biodiverse werklocatie kan worden.” 

Karin is vooral positief over de mogelijkheden om kansen te koppelen: “Uit alle good practices die ik heb bekeken en alle gesprekken die ik heb gevoerd blijkt dat er draagvlak voor biodiversiteit ontstaat, als je het verbindt met andere doelen, zoals klimaatbestendigheid en een gezonde werkomgeving.”

De brochure is gebaseerd op een paper die Karin schreef in het kader van het executive program Corporate Social Responsibility (CSR) aan de Erasmus Universiteit. De originele paper, inclusief gebruikte bronnen, is hier te vinden.

Foto's: Arnold van Kreveld

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Werkgroep Groenblauwe Bedrijventerreinen van start

Nieuws

Nieuws

Werkgroep Groenblauwe Bedrijventerreinen van start

Door klimaatverandering is er in Nederland meer kans op hevige regen, droogte, hitte en storm. Dit is ook op bedrijventerreinen merkbaar. Denk aan schade door instromend regenwater, onbegaanbare wegen en een ongezonde werkomgeving door oververhitting. SKBN is met die reden een samenwerking aangegaan met Samen Klimaatbestendig.

Samen bouwen we aan een netwerk van belanghebbenden om ervaringen en kennis over groene en klimaatbestendige oplossingen met elkaar te delen. Voor bestaande en nieuwe terreinen. Wij denken dat de oplossing zit in het koppelen van klimaatbestendigheid met andere opgaven zoals biodiversiteit en omgevingskwaliteit. Bouw je mee?

Aanpassingen om schade en overlast te verminderen

Aanpassingen aan bedrijven en bedrijventerreinen zijn noodzakelijk om schade en overlast te verminderen. Goede oplossingen zorgen bijvoorbeeld voor het verlagen van te hoge temperaturen voor mensen, machines en producten. Zo kan de productie ook bij hitte doorgaan. Ook het gebruik van lichte kleuren bij daken, gebouwen en verhardingen, het toepassen van slimme hoogteverschillen en het opvangen van water dragen bij aan de klimaatbestendigheid van bedrijven en bedrijventerreinen.

Meer groen is een aanpak die het terrein aantrekkelijk maakt voor zowel klanten, medewerkers als planten en dieren. Daarom combineert SKBN de opgaven voor meer groen en meer biodiversiteit met aanpassingen aan het veranderend klimaat tot een aanpak voor groenblauwe bedrijventerreinen.

Maar er zitten meer voordelen aan een gecombineerde aanpak! Meer groen gecombineerd met klimaatbestendige aanpassingen zorgt voor een betere uitstraling en meer bedrijfszekerheid. Ook levert het soms directe financiële voordelen op.

Leren van elkaar

SKBN en Samen Klimaatbestendig brengen partijen bij elkaar die zich bezighouden met biodiverse, groenblauwe en klimaatbestendige bedrijven en bedrijventerreinen. We delen kennis en praktijkervaringen en leren van elkaar. Zo komen we tot betere en snellere oplossingen. Samen zoeken we naar antwoorden op vragen als:

  • Hoe ziet een groenblauw bedrijf en bedrijventerrein eruit?
  • Wat levert een groenblauw bedrijf en bedrijventerrein op, wat kost het en wie gaat dat betalen?
  • Wat is verplicht, wat mag je verplichten?
  • Hoe organiseer je concrete actie?

De verzamelde kennis gaan we online en op bijeenkomsten delen.
Meer informatie? Mail naar SKBN-programmamanager Mieke Naus: mnaus@skbn.nu.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Meer biodiversiteit op bedrijventerreinen in Brabant

Nieuws

Nieuws

Meer biodiversiteit op bedrijventerreinen in Brabant

De provincie Noord-Brabant was de afgelopen 4 jaar partner in het Interregproject 2B Connect. Het project wil biodiversiteit en bedrijven(-terreinen) met elkaar verbinden.

Meer biodiversiteit op bedrijventerreinen

Vier jaar lang hebben 26 partners zich ingezet voor meer biodiversiteit op minstens 70 bedrijventerreinen in de grensstreek Vlaanderen - Nederland.

In Brabant zijn de Automotive Campus in Helmond, De kleine Hoeven & De Sleutel in Bladel/Reusel de Mierden en METALOT Nature Landscape Park in Cranendonck dankzij dit project natuurgericht ingericht. Zo zijn er inheemse bomen en struiken geplant maar ook hekken, muren en daken vergroend. Dit helpt ook tegen hittestress en maakt de lunchwandeling een stuk aantrekkelijker. Er is een vleermuizenbunker gemaakt, gaten in betonwanden aangebracht speciaal voor de ijsvogel om in te broeden en heel veel nestkastjes geplaatst. Op de Kleine Hoeven & De Sleutel zijn de oeverzones heringericht en wordt het gebiedseigen water langer vastgehouden zodat dit kan worden ingezet tijdens droge periodes.

Natuurverbindingen

Steeds meer bedrijven willen hun terreinen natuurgericht inrichten en beheren. De groene infrastructuur die zo ontstaat speelt een belangrijke rol als (grensoverschrijdende) natuurverbinding. Bovendien zorgt beplanting van onder meer bomen en struiken voor verkoeling, afwatering, biodiversiteit en opvang van CO2 en fijnstof.

Adviseurs Biodiversiteit en Bedrijven

Vaak ontbreekt bij bedrijven de nodige kennis en ondersteuning om meer natuurgericht te werken. 2B Connect reikt instrumenten aan (bv. een biodiversiteitsscan) die bedrijven helpen biodiversiteit in te passen in de bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er 35 adviseurs opgeleid om bedrijven daarbij te helpen. Het project ontwikkelde ook een rekenapplicatie die bedrijven toont waarom investeren in groene infrastructuur loont. De resultaten en instrumenten zijn te vinden via www.biodiversiteitenbedrijven.be.

Biodiversiteitsstrategie 2020

2B Connect geeft een rechtstreekse invulling aan de Biodiversiteitsstrategie 2020 van de Europese Commissie: inzetten op de ontwikkeling van groene infrastructuur. Een belangrijk middel om zoveel mogelijk natuur te behouden en te verbeteren. De Europese Commissie benadrukt daarbij het belang van samenwerking met en tussen bedrijven. Het project ontving daarvoor meer dan 3 miljoen euro.

Interreg Vlaanderen-Nederland is een Europees fonds voor regionale ontwikkeling in het grensgebied België-Nederland.

Meer informatie?

Meer informatie over het project vindt u in de brochure of bekijk de video.

Bron foto's:
@fotogroep ISO400
@Alex Wieland

Lees verder