Werkgroep Energietransitie

In vervolg op de samenwerking met BE+ is de werkgroep Energietransitie opgestart. Deze werkgroep richt zich zowel op beleidsmatig delen van informatie van energietransitie als op het uitwisselen van ervaringen.

Nieuws

card image

Nieuws

Zonnepanelen verplicht op nieuwe bedrijfsgebouwen vanaf 2025

Nieuws

Nieuws

Zonnepanelen verplicht op nieuwe bedrijfsgebouwen vanaf 2025

Het kabinet wil met ingang van 2025 zonnepanelen op nieuwe gebouwen verplichten. De verplichting moet gelden voor daken met een oppervlakte groter dan 250 vierkante meter, voornamelijk fabrieken, winkels en andere bedrijfspanden. Dit maakt minister Rob Jetten (Klimaat en Energie) vrijdag bekend in een brief aan de Tweede Kamer.

Als het aan minister Jetten ligt, moet de groei van het aantal zonnepanelen worden vastgehouden of zelfs versnellen. Hij legt in de nieuwe plannen de focus op ‘grootschalige inzet’ op daken. Hoeveel zonnepanelen op de daken moeten komen te liggen, is niet bekend. In zijn brief aan de Tweede Kamer wordt wel duidelijk dat het kabinet ook de regels voor daken van nieuwe woningen en kleinere daken van bedrijven ook zal aanscherpen.

Opwekking van zonne-energie op daken is volgens Jetten een onmisbaar onderdeel van de energietransitie, waarmee een groot deel van de CO2-reductie kan worden bereikt. Jetten noemt zonnepanelen een kosteneffectieve oplossing en vindt de verplichting een goede impuls voor het onafhankelijk maken van fossiele brandstoffen. Dat zorgt voor lagere energiekosten en heeft een positieve invloed op het klimaat, schrijft hij. In dezelfde brief stipt Jetten wel de gestegen kosten aan voor het aanschaffen van zonnepanelen, in relatie tot recente marktontwikkelingen. 

Bestaande bedrijfsgebouwen

Naast de verplichting voor nieuwe bedrijfsgebouwen, verandert nog meer rondom zonne-energie. Ook bestaande gebouwen krijgen te maken met veranderingen. Dat ligt wat complexer dan de verplichting voor nieuwbouw, vanwege bestaand eigendom.

‘Er moet een voldoende zwaarwegend belang zijn om in te grijpen in het eigendomsrecht’, schrijft de minister. Hij kijkt naar de voorwaarden waarmee het voor gemeenten gemakkelijker wordt om vanaf 2024 zonnepanelen op bestaande bedrijfsgebouwen te leggen.

Het kabinet gaat ook zonnepanelen stimuleren op daken die in eerste instantie niet geschikt zijn. Dan gaat het bijvoorbeeld om een vergoeding voor het aanpassen van daken of subsidie op de meerkosten voor lichtgewicht panelen. Meer dan de helft, 60 procent, van grote daken zou ‘draagkrachtproblemen’ te hebben. Jetten denkt dat het grootste deel van die daken met relatief kleine investeringen alsnog geschikt kan worden gemaakt.

Tot slot verlengt het kabinet de salderingsregeling voor zonnepanelen. Hiermee kunnen eigenaren van zonnepanelen elektriciteit aan het stroomnet terugleveren en dit aftrekken van het eigen energieverbruik. Eerder lag het plan om dit systeem vanaf 2023 af te bouwen, maar dat wordt met twee jaar uitgesteld.

Lees verder

Achtergrond

card image

22-09-2021

Binnen vijf kliks inzicht in energiebesparende maatregelen voor logistiek vastgoed

Achtergrond

Achtergrond

Binnen vijf kliks inzicht in energiebesparende maatregelen voor logistiek vastgoed

Welke energiebesparende maatregelen kunnen gebruikers en eigenaren van logistieke gebouwen nemen? Hoe kan ik aardgasloos bouwen? Wat kosten deze maatregelen? En wat leveren ze op? Met de Beslisboom Logistiek Vastgoed, een online tool van Dutch Green Building Council (DGBC) worden deze vragen binnen vijf kliks beantwoord.

Invullen van de Beslisboom Logistieke Gebouwen is heel simpel. Het bouwjaar, de functie en de ambitie met het gebouw leveren uitstekende eerste inzichten in de maatregelen, de kosten en de besparingen met het vastgoed. Ook wordt de invloed van PV panelen meegenomen. Daar liggen grote kansen. Bij een hoge ambitie en dito investering is het zelfs mogelijk een energieleverend gebouw te realiseren. Dit soort gebouwen zijn nodig om de energietransitie in Nederland te laten slagen.

Onderdeel van Routekaart Logistiek

Deze online tool is onderdeel van de deze week gepubliceerde Routekaart Logistiek. Logistieke specialisten hebben in een werkgroep samen met DGBC de kansen voor het verduurzamen van logistiek vastgoed in Nederland verzameld. Ook geven ze aan wat nodig is om die kansen te benutten om zo een bijdrage te leveren aan het behalen van de Parijse klimaatdoelstellingen.

Perspectief

Rosemarijn Verdoorn en Frans van der Beek van SADC zijn betrokken bij de totstandkoming van de Routekaart Logistiek. Zij beamen de grote kansen om logistiek vastgoed te verduurzamen, maar merken in de praktijk ook de belemmeringen. Van der Beek: “We hebben leiderschap nodig om te versnellen en op te schalen zodat behalve in het primaire proces ook grootschalig in de energietransitie wordt geïnvesteerd.” Verdoorn vult aan: “Bovendien ontbreekt het voor bestaand logistiek vastgoed aan een gelijk speelveld. Er is scherpe regelgeving op dit gebied nodig.”

Logistiek vastgoed biedt veel kansen om te verduurzamen

De logistieke sector biedt grote kansen om te verduurzamen. De logistiek is verantwoordelijk voor 26% van het energiegebruik in de utiliteitsbouw, meer dan elke andere sector. Dat zegt niet alleen iets over het verbruik, maar ook over de grootte en het belang van deze sector. Met logistiek hebben we allemaal te maken. Het verduurzamen van gebouwen is een cruciale schakel om de sector te verduurzamen, vinden Verdoorn en Van der Beek.

Routekaart Logistiek biedt handvatten voor verduurzaming

Juist hierom is het belangrijk gebruikers en eigenaren van logistieke gebouwen handvatten te bieden en mee te nemen in de verschillende fasen van de energietransitie, vinden Verdoorn en Van der Beek. In de Routekaart Logistiek wordt naast de potentie van zonnepanelen ook de meerwaarde van isolatie beschreven. Een groot deel van het energiegebruik gaat naar het verwarmen van een logistiek gebouw. Door gebouwen beter te isoleren, wordt het energiegebruik teruggedrongen.

Van isoleren naar aardgasvrij

Vervolgens wordt in de Routekaart Logistiek stilgestaan bij het aardgasvrij maken van gebouwen. “Uiteindelijk moeten we daarnaartoe, maar met een hybride tussenstap kan soms al snel veel CO2 gereduceerd worden”, zegt Van der Beek. Over dat zelfs nieuwe logistieke gebouwen soms nog worden opgeleverd met een gasaansluiting is de routekaart helder. “Daar moeten we echt andere oplossingen voor bedenken”, stelt Van der Beek. “Bij SADC onderzoeken we gezamenlijk met andere partijen andere oplossingen maar ook aandacht voor het elektriciteitsnetwerk is hierbij cruciaal!”

Met zonnepanelen energieleverancier worden

Daarnaast wordt de potentie van zonnepanelen beschreven. Met een pakket aan gebouwgebonden maatregelen die zich in 10 jaar terugverdienen en zonnepanelen op slechts 5% van het dakoppervlak van een gebouw kan het energiegebruik al met de helft dalen. Wanneer 80% van het dakoppervlak met panelen is belegd, ontstaan zelfs energieleverende gebouwen. “Logistieke gebouwen kunnen zo de directe omgeving en de mobiliteitssector voorzien van elektriciteit”, vertelt Frans van der Beek. “Deze routekaart stelt ons in staat het verhaal over te brengen. Want natuurlijk gaat het om de businesscase, maar het is ook psychologie en sociologie; we moeten partijen inspireren en overtuigen.”

Naar concrete acties: werkgroep pleit voor regelgeving

De werkgroep die de Routekaart Logistiek ontwikkelde, pleit tot slot voor een aantal concrete acties. Een van de meest impactvolle is op het gebied van wet- en regelgeving, tot dusver een ontbrekende schakel voor logistiek vastgoed. Verdoorn: “Wij pleiten daarom voor een gelijk speelveld door middel van regelgeving en leiderschap van koplopers uit de sector. Dat zal een positieve impuls geven aan het benutten van de potentie die logistieke gebouwen hebben in de energietransitie.”

De eerste stap

Verdoorn en Van der Beek roepen eigenaren en gebruikers van logistiek vastgoed op de Routekaart Logistiek goed door te nemen. Onderdeel van deze Routekaart is een online tool waarmee energiebesparende maatregelen worden doorgerekend. Deze zogenoemde beslisboom geeft inzicht in de energiebesparing en in de investering. Kijk op www.dgbc.nl/beslisboom-logistiek lees de Routekaart Logistiek.

Lees verder

Opinie

card image

Column NHN

NHN: “Actie ondernemen om te voorkomen dat ontwikkeling van de regio stilvalt”

Opinie

Opinie

NHN: “Actie ondernemen om te voorkomen dat ontwikkeling van de regio stilvalt”

Het besluit van netwerkbeheerder Liander om geen nieuwe grote bedrijven meer aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk, vormt een bedreiging voor de economische ontwikkeling in delen van Noord-Holland. Dat zegt directeur Thijs Pennink van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord in een reactie op het besluit van Liander om het elektriciteitsnetwerk in grote delen van Noord-Holland voor de komende vier jaar op slot te zetten.

Pennink vindt dit een zorgelijke ontwikkeling die vraagt om actie. “Als regio hebben we grote ambities en blijkbaar lukt er ook veel, waardoor Liander zich nu overvallen voelt door de groeiende vraag naar elektriciteit. Dat is op zich een positief signaal en een bewijs van de kracht van Noord-Holland Noord. Maar er moet nu wel actie worden ondernomen om het probleem van netwerkcongestie op een slimme en snelle manier op te lossen.”

Rol voor Ontwikkelingsbedrijf NHN

Het verstrekkende besluit van Liander om voorlopig geen grote bedrijven meer aan te sluiten op het netwerk, zet een rem op de ontwikkeling van de regio. “Bedrijven die zich in deze regio willen vestigen, haken af. Dat zien we nu al gebeuren. Willen we voorkomen dat de ontwikkeling stilvalt, dan is meer afstemming nodig ten aanzien van de beschikbare capaciteit dringend nodig, stelt Pennink. “De capaciteit van het elektriciteitsnetwerk is kritisch aan het worden. Dat vraagt om meer coördinatie en planning door de regionale en lokale overheden. Als Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord kunnen wij hier een rol in spelen.”

Verruimen mandaat Liander

Daarbij is het volgens Pennink ook noodzakelijk om aan de slag te gaan met slimme, innovatieve oplossingen voor de opslag en distributie van elektriciteit, zoals hoogwaardige batterijtechnologie en opslag van (duurzaam opgewekte) energie in de vorm van waterstof.

Door energie op te wekken en op te slaan voor later gebruik, worden vraag en aanbod van elektriciteit in evenwicht gebracht en kan netwerkcongestie worden voorkomen. Hier wreekt zich echter dat Liander alleen mandaat heeft om op te treden als netbeheerder en zich niet mag begeven op het aanpalende terrein van energieopslag. Pennink: “Het probleem van netwerkcongestie ligt op het bordje van netbeheerder Liander. Maar als Liander daar iets aan wil doen met slimme oplossingen, dan mag dat niet. Bij deze doe ik daarom een dringend appèl aan de politiek tot het verruimen van de mogelijkheden voor Liander.”

Versnellen van energietransitie

“Overigens is regionale samenwerking ook wenselijk, zo niet noodzakelijk, om een breed gedragen (energie)transitieprogramma van de grond te krijgen”, vervolgt Pennink. Hij wijst onder meer op de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM), die binnenkort van start gaat in Noord-Holland en ondernemers gaat helpen om efficiënter gebruik te kunnen maken van landelijke regelingen en fondsen. ”Alleen samen kunnen we de kansen benutten die ROM gaat bieden voor versnelling van de energietransitie en de omslag naar een circulaire economie.”

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Liander gooit stroomnetwerk op slot voor nieuwe grootverbruikers in half Noord-Holland

Nieuws

Nieuws

Liander gooit stroomnetwerk op slot voor nieuwe grootverbruikers in half Noord-Holland

Het elektriciteitsnetwerk van Liander in een groot deel van Noord-Holland is vol. Het netwerk in dat gebied gaat daarom vanaf vandaag voor vier jaar op slot, meldt netbeheerder Liander.

Er kunnen geen nieuwe grote stroomafnemers zoals grote bedrijven meer bij. Pas in 2025 hoopt Liander het elektriciteitsnetwerk in het gebied voldoende uitgebreid te hebben voor nieuwe aanvragen.

Het besluit geldt voor Alkmaar en elf andere gemeenten om deze stad heen, van Hollands Kroon tot Castricum en van Bergen tot Medemblik. Grote bedrijven die zich hier willen vestigen, kunnen geen elektriciteit meer afnemen.

Ook bestaande bedrijven die stevig willen uitbreiden, kunnen de nieuwe delen niet meer van elektriciteit laten voorzien totdat Liander het elektriciteitsnetwerk heeft uitgebreid.

In nieuwbouwwijken bestaat onzekerheid over de aansluiting van supermarkten en scholen.

Liander is in veel gebieden al hard bezig om meer kabels de grond in te krijgen en meer elektriciteitsverdeelstations te bouwen. Dit is een proces van lange adem. Het wordt bemoeilijkt door een schrijnend personeelstekort en langdurige vergunningtrajecten. Ook liggen grondeigenaren en omwonenden vaak dwars als Liander een transformatorhuisje wil bouwen of een kabel wil aanleggen.

Liander roept de regionale overheden op om mee te werken met de plannen voor uitbreiding, zodat het ’slot’ op het elektriciteitsnetwerk er weer af kan.

Nieuwbouwwijken worden zoveel mogelijk ontzien. Liander heeft rekening gehouden met de stand van zaken rond bouwplannen voor de komende vier jaar. De lopende woningbouwplannen kunnen nog wel worden aangesloten op elektriciteit.

Gedeputeerde Edward Stigter baalt van de situatie. „Ik vind het zeer zorgwekkend dat een groot deel van Noord-Holland oranje kleurt, en rood dreigt te kleuren, op de kaart van Liander. Dit heeft grote gevolgen voor grotere bedrijven. De provincie neemt zijn verantwoordelijkheid om de effecten hiervan zo klein mogelijk te maken.”

Stigter doelt hiermee onder meer op een provinciaal inpassingsplan voor de energieinfrastructuur, waarin ruimte wordt vastgelegd voor verdeelstations, transformatorhuisjes en kabels van Liander.

De snelheid waarmee het elektriciteitsnet vastloopt, heeft hem verrast. „Maar de snelle elektrificatie van de samenleving heeft Liander zelf ook verrast”, constateert hij. Laadpalen voor elektrische auto’s en warmtepompen in huizen bijvoorbeeld, en met name de snelle elektricificatie van de industrie.

Schaarste verdelen

Liander voert in het ’oranje’ gebied nu eerst een onderzoek uit naar zogeheten congestiemanagement. Dit houdt in dat bedrijven in het gebied afspraken maken met Liander over hun stroomgebruik. Bedrijven die op bepaalde tijdstippen minder stroom afnemen, en dus minder ruimte op het net innemen dan hun contract toelaat, kunnen deze niet gebruikte ruimte beschikbaar stellen aan een ander bedrijf in de buurt. Op die manier wordt de schaarse ruimte beter benut.

Liander geeft bedrijven geld die ervoor kiezen om minder stroom af te nemen. Dit gaat middels een congestiemarkt.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

‘Zwolle is de eerste met een smart energy hub van formaat’

Nieuws

Nieuws

‘Zwolle is de eerste met een smart energy hub van formaat’

Nederland zit middenin een energietransitie. Energie uit fossiele brandstoffen maakt plaats voor energie uit hernieuwbare bronnen, zoals water, wind en zon. Oost NL helpt met kennis, netwerk en eventueel financiering ondernemers in Oost-Nederland in verschillende fases van hun bestaan sneller door te ontwikkelen naar een volgende fase, naar een volgende doorbraak. Zo is Oost NL ook betrokken bij het realiseren van de smart energy hub op bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle.

Een smart energy hub? Het is de term voor een nieuwe, superlogische oplossing. Het zit zo: veel bedrijven willen groene energie opwekken of doen dat al. Denk maar aan de daken van bedrijfspanden die vol zonnepanelen liggen. Inmiddels staan bedrijven in de rij om zelf groene energie op te wekken, alleen er is één grote ‘maar’: opgewekte energie die ze overhebben, kan op veel plekken niet aan het net worden geleverd, omdat dat ‘vol zit’. Vergelijk het met filevorming op een snelweg waar ieder plekje van het asfalt wordt bezet door een auto.

Zo is de situatie ook op het Zwolse bedrijventerrein Hessenpoort. ‘Het HSMS-station waar stroom naartoe kan, zit vol’, zegt Ilse Sijtsema, parkmanager van bedrijventerrein Hessenpoort. ‘Het station kan 90 megawatt aan energie terugnemen, maar we gaan op Hessenpoort en nabije omgeving 400 megawatt opwekken. Enkel de ‘energie-snelweg’ verbreden is niet de oplossing, het moet een flexibel systeem worden van extra netwerkcapaciteit, verschillende vormen van energieopslag en omzetting naar een andere vormen van energie. Enkel uitbreiden van de netwerkcapaciteit levert niet genoeg ruimte op voor alle bedrijven die zelf energie willen opwekken en leveren.’ Doel is dat er geen duurzame energie verloren gaat.

Oplossing

Smart energy hubs zijn in zulke situaties de oplossing. Zo ook op Hessenpoort. De verwachting is dat de eerste resultaten van de hub eind 2022, begin 2023 zichtbaar zijn. ‘We starten met een waterstofketen: productie, distributie en een compressie- en overslagpunt voor waterstof. Een ‘elektrolyser’ maakt groene waterstof van “de overtollige” opgewekte groene energie. Door de druk te verhogen van 30 naar 350 bar kan de groene waterstof worden gecomprimeerd, opgeslagen en vervoerd’, legt Marc Leeuw, projectmanager development & innovation van Oost NL, uit. ‘Waterstof is ideaal als duurzame brandstof voor zwaar transport als vrachtwagens of de binnenvaart maar ook de industrie als vervanging van aardgas.’

Het doel van de smart energy hub op Hessenpoort is tweeledig: ‘het opwekken en gebruiken van groene energie vergroent de bedrijven en omliggende gebieden van Hessenpoort en daarnaast ontlast de smart energy hub het reguliere energienet. In plaats van meer koper in de grond hebben we hiermee een veel duurzamere oplossing’, zegt Sijtsema.

Energietransitie

Het initiatief voor de smart energy hub op Hessenpoort komt van een maatschappelijk betrokken ondernemer. ‘Een investeerder die zelf veel waterstof nodig heeft in zijn bedrijf en groene ambities heeft. Deze investeerder slaat met het waterstofcompressie- en overslagpunt dus twee vliegen in een klap. Enerzijds voorziet hij zijn bedrijf van lokaal opgewekte groene waterstof, anderzijds helpt hij bedrijven en de netbeheerder met een overschot aan groene energie en draagt hij bij aan de energietransitie in Oost-Nederland’, zegt Leeuw.

Lokaal

Het is de bedoeling dat lokale ondernemers rond de hub samenwerken. ‘Heeft de één energie over en de ander juist extra energie nodig, dan kan men groene stroom of warmte bij elkaar afnemen. Wat over is, kan worden  omgezet naar groene waterstof, worden opgeslagen of worden verkocht op de energiemarkt. Op de waterstof kunnen andere lokale ondernemers dan bijvoorbeeld weer hun wagenpark laten rijden’, zegt Sijtsema. ‘Zo ontstaat een zelfvoorzienend systeem.’

In Tolhuislanden, het agrarisch gebied ten noorden van Hessenpoort, hebben bedrijven samen een coöperatie opgericht voor grootschalige groene-energieopwekking. Dat voorbeeld volgen de ondernemers van Hessenpoort, door ook een coöperatie op te richten. ‘De coöperaties kunnen in de toekomst samenwerken. Misschien kan de energie van de windmolens in het agrarisch gebied wel energie leveren aan onze hub’, schetst Sijtsema. ‘Het mooie daarvan is dat het een lokale aangelegenheid wordt, echt van de mensen en de bedrijven van hier.’

Bij de ondernemers die zijn gevestigd op Hessenpoort valt de drive om het terrein te vergroenen op. Arap-John Tigchelaar, directeur Transferro en voorzitter ondernemersvereniging Hessenpoort: ‘Ik heb de ambitie om van Hessenpoort het groenste bedrijventerrein van Nederland te maken. Daarnaast zou ik de wereld graag beter achterlaten dan dat ik hem heb gekregen.’

Subsidies, advies en netwerk

Om de hub te realiseren, heeft een consortium van betrokken partijen een REACT EU-subsidie aangevraagd. Of deze wordt toegekend, zal in juli bekend zijn. Oost NL was betrokken bij de aanvraag. ‘Voor individuele bedrijven is er tevens de SDE++-subsidie, voor bijvoorbeeld de realisatie van zonnepanelen op je dak’, zegt Leeuw.

Oost NL hielp de partijen die nodig zijn om van een ‘groen’ idee daadwerkelijk een smart energy hub te maken bij elkaar te brengen. ‘Hier in Oost-Nederland hebben we alle kennis en expertise die hiervoor nodig is. Denk aan een electrolyserfabrikant, batterijsystemenmakers en oplossingen voor warmtekracht en brandstofcellen’, zegt Leeuw. ‘Bovendien hebben we kennisinstellingen erbij betrokken, waaronder Hogeschool Saxion, Hogeschool Windesheim en Universiteit Twente. Als ontwikkelingsmaatschappij overzien wij de hele maatschappelijke ontwikkeling rondom de energietransitie en kennen we vele partijen die daarbij nodig zijn. We helpen Hessenpoort en de betrokken investeerder daar graag mee op weg.’

Prachtig voorbeeld

Uit onderzoek dat Oost NL liet doen naar de kansen rondom smart energy hubs, blijkt dat Oost-Nederland alles in huis heeft om er een succes van te maken. ‘Het ontwikkelen, integreren, testen en toepassen van energiesystemen zit in het DNA van deze regio. Alle onderdelen van de waardeketen voor decentrale energiesystemen zijn aanwezig’, zegt Leeuw. ‘De regio kent technologieontwikkelaars voor energieopslag in batterijen, vliegwielen of elektrochemische energiedragers zoals waterstof. Noodzakelijke materiaalkennis, componenten, integratiekennis en testfaciliteiten zijn eveneens aanwezig bij bedrijven en opleidings- en kennisinstituten. Met wereldspelers op sleutelgebieden: Demcon, Elestor, Nedstack, VDL energysystems.’

‘We willen een voorbeeld zijn voor andere delen van het land. We laten zien dat we het hier in de regio kunnen fixen. Hessenpoort is de eerste in de regio met een smart energy hub van formaat. Het is een prachtig voorbeeld.’

Dit artikel verscheen eerder in ZONZwolle magazine

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

BNR Nieuwsradio: 'Kabinet laat grote kansen liggen bij verduurzaming'

Nieuws

Nieuws

BNR Nieuwsradio: 'Kabinet laat grote kansen liggen bij verduurzaming'

Ons land laat grote kansen liggen op het gebied van verduurzamen. Alleen al op daken van grote bedrijven kan een groot deel van alle groene stroom worden opgewekt. Toch gebeurt dat nog nauwelijks.

Vanochtend vertelden Theo Föllings (voorzitter SKBN en werkzaam bij OostNL) en Gerlof Rienstra van Rienstra Beleidsonderzoek hierover op BNR Nieuwsradio.

Luister hier het gesprek op BNR terug

Van alle groene stroom die we in 2030 willen opwekken, kan 14 procent worden behaald door bedrijfsdaken vol te plempen met zonnepanelen. Dat blijkt uit een berekening van Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) en onderzoeksbureau Rienstra, ingezien door BNR.

Obstakels

Op dit moment wordt 12 procent van de capaciteit op bedrijfsdaken benut, zegt onderzoeker Gerlof Rienstra. En hoewel daar de laatste jaren wat groei in is gekomen, ligt er nog veel potentie. Veel distributiehallen zijn maar voor de helft bedekt met zonnepanelen, zegt Rienstra. 'Ontwikkelaars zouden wel meer willen realiseren, maar voor een hogere energielevering aan het net zijn specifieke vergunningen nodig. En die kunnen niet altijd worden afgegeven.'

Verder is niet elk dak geschikt voor zonnepanelen, legt Rienstra uit. Tot slot hebben we niet overal de juiste netwerkcapaciteit.

'De groei voor komende jaren ligt op bedrijfsdaken', zegt ook Rolf Heynen, CEO van onderzoeksbureau Dutch New Energy Research. 'Zo'n 95 procent van de SDE++-project is naar zonnepanelen op daken gegaan, dus ook financieel gezien is het de meest interessante optie.' Qua budget is 60 procent van de zonneprojecten naar de daken dak gegaan en 40 procent naar projecten op de grond.'

Theo Föllings, voorzitter van SKBN, roept het volgende kabinet op om meer ruimte te maken voor de infrastructuur van groene energie. 'Vreemd dat ze geen moeite doen juist die infrastructuur op orde te krijgen. Het is een rol van de overheid om dit op te pakken.' En daarbij wordt de potentie van bedrijventerreinen nog over het hoofd gezien, zegt Föllings.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Aanvalsplan Zon op dak: zoveel mogelijk zonnepanelen op grote daken Zuid-Holland

Nieuws

Nieuws

Aanvalsplan Zon op dak: zoveel mogelijk zonnepanelen op grote daken Zuid-Holland

Hoe kunnen we het voor eigenaren van grote daken makkelijker maken om zonnepanelen te plaatsen? Een relevante vraag waar de provincie Zuid-Holland met het aanvalsplan Zon op Dak antwoord op wil geven.

Onderdeel van dit plan is de subsidieregeling ‘Zonnig-Zuid-Holland. Daarmee wil Zuid-Holland bereiken dat er zoveel mogelijk zonnepanelen op Zuid-Hollandse grote daken komen. Gedeputeerde Berend Potjer en wethouder Liesbeth van Tongeren (Den Haag) bijten het spits af.

Gedeputeerde Berend Potjer: “Het is zonde dat er nog zoveel daken zijn die we niet gebruiken! Er is een enorme potentie om op daken zonne-energie op te wekken. We hebben in kaart gebracht wat de knelpunten zijn en pakken die aan met een breed plan om zoveel mogelijk grote daken beschikbaar te maken voor het opwekken van zonne-energie.”

Veel eigenaren van grote daken willen hun dak wel beschikbaar stellen voor zonne-energie maar hikken aan tegen de investering of de moeite die nodig is om het dak aan te passen of zonnepanelen te plaatsen. Tegelijkertijd zijn energiecoöperaties in Zuid-Holland op zoek naar daken om zonne-energie op te wekken.

“We brengen energiecoöperaties en eigenaren van daken bij elkaar”, stelt Potjer. “Met het plan slaan we meer vliegen in één klap: we wekken duurzame energie op, we maken slim gebruik van de beperkte ruimte in onze provincie én het wordt voor meer inwoners mogelijk om zelf zonne-energie op te wekken.”

Geen dak, toch zonnepanelen

Met de subsidieregeling ondersteunt de provincie eigenaren van grote daken bij de investeringen die nodig zijn om een dak constructief geschikt te maken voor zonnepanelen. Op de daken moeten minimaal 45 (minimaal 15 KWp) zonnepanelen passen. Het subsidiebedrag is afhankelijk van het vermogen aan zonnepanelen dat wordt gerealiseerd. De regeling is ook bedoeld om ervoor te zorgen dat er meer grote daken beschikbaar komen voor energiecoöperaties. Dat zijn samenwerkingsverbanden waar lokale inwoners lid van kunnen worden. Zo kunnen inwoners die zelf geen dak hebben, toch in zonnepanelen investeren en ervan profiteren. Het gaat hierbij om subsidies van €2500,- tot €5000,- voor de dakeigenaar of energiecoöperatie, afhankelijk van het vermogen aan zonnepanelen dat wordt gerealiseerd.

Ruimte op het dak benutten

Op grote daken in Zuid-Holland kunnen we heel veel duurzame energie opwekken. Denk aan daken van bedrijventerreinen, distributiecentra of sportcomplexen. Niet alle daken zijn meteen geschikt voor zonnepanelen. Soms moet de constructie bijvoorbeeld aangepast worden om de zonnepanelen te kunnen dragen. De extra investering die dan nodig is weerhoudt veel eigenaren van grote daken ervan om zonnepanelen te plaatsen.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

2,5 miljoen voor minder CO2-uitstoot Noord-Hollandse bedrijventerreinen

Nieuws

Nieuws

2,5 miljoen voor minder CO2-uitstoot Noord-Hollandse bedrijventerreinen

De provincie Noord Holland stelt 2,5 miljoen euro subsidie beschikbaar voor duurzame energiemaatregelen op bedrijventerreinen.

Gemeenten en ondernemers kunnen de subsidie besteden aan onder andere zonnecollectoren en dakisolatie. De provincie wil er met deze regeling voor zorgen dat de CO2-uitstoot op bedrijventerreinen substantieel afneemt.

Gedeputeerde Ilse Zaal: “Ondernemers zijn zich steeds meer bewust van het belang van duurzaamheidsmaatregelen en de economische voordelen ervan. De coronacrisis heeft de aandacht hiervoor naar de achtergrond gedrukt. De provincie wil de verduurzaming op gang houden en bedrijven aansporen én ondersteunen zodat zij toch besparende maatregelen gaan treffen en op een duurzame manier energie gaan opwekken. Door dit te doen valt de nodige winst te behalen als het gaat om CO2-uitstoot op de bedrijventerreinen. De 2,5 miljoen euro komt uit het economisch herstel- en duurzaamheidsfonds dat de provincie afgelopen jaar in het leven heeft geroepen.” 

Gemeenten, parkmanagementorganisaties en samenwerkingsverbanden van tenminste 3 ondernemers kunnen een subsidieaanvraag indienen voor onder andere LED-verlichting, zonnecollectoren, warmte- en koudeopslag (WKO), dakisolatie en HR isolatieglas. 

Herstelfonds 

De provincie Noord-Holland stelt 100 miljoen euro beschikbaar om de economische en maatschappelijke effecten van de uitbraak van corona te verzachten. Het economisch herstel- en duurzaamheidsfonds wordt de komende jaren ingezet voor minder CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving, steun aan de culturele en maatschappelijke sector en voor meer en goed geschoold personeel voor de technische sector. 

Geschat wordt (Bureau BCI) dat ongeveer 60% van het totale energieverbruik in de economie plaatsvindt op bedrijventerreinen. Verduurzamen door energiebesparende aanpassingen en verduurzaming van de opwek en het gebruik van energie kan daarom een substantiële vermindering van de CO2-uitstoot opleveren. De provincie zet daarom een deel van het herstelfonds in voor duurzaamheidsmaatregelen op bedrijventerreinen. 

Subsidie aanvragen 

Meer informatie over de Uitvoeringsregeling subsidie HIRB+ duurzaamheid Noord-Holland 2021 staat vanaf begin april in het subsidieloket op de website van provincie Noord-Holland. Aanvragen van een subsidie kan tot eind december 2021. Verduurzaming is in het economisch beleid van de provincie al een aandachtspunt en subsidiëring daarvan is in huidige regelingen al mogelijk, mits in het kader van een algemene herstructurering van een bedrijventerrein. 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Meest kansrijke bedrijventerreinen voor energietransitie in Noord-Holland worden in kaart gebracht

Nieuws

Nieuws

Meest kansrijke bedrijventerreinen voor energietransitie in Noord-Holland worden in kaart gebracht

Ontwikkelingsbedrijf NHN en PHB hebben gezamenlijk aan Buck Consultants International (BCI) opdracht gegeven voor een onderzoek naar de potentie van bedrijventerreinen in de energietransitie in Noord-Holland Noord (ca. 100) en de Metropoolregio Amsterdam (ca. 280). Het onderzoek moet de kansen voor de energietransitie op alle 380 bedrijventerreinen in beeld brengen op basis van beschikbare databronnen. Daarnaast worden per deelregio de meest kansrijke bedrijventerreinen in kaart gebracht, inclusief de te nemen maatregelen en in te zetten instrumenten. Deze uitkomst moet ondernemers, gemeenten en andere betrokkenen inzicht geven in de kansen om aan de slag te gaan met de energietransitie op bedrijventerreinen.

Op bedrijventerreinen wordt veel energie gebruikt voor processen, gebouwen maar ook voor transport. Waar veel wordt gebruikt kan ook veel worden bespaard. Maar op bedrijventerreinen kan ook veel energie worden opgewekt. Denk aan grote daken voor het plaatsen van zonnepanelen en eventueel ruimte voor windenergie. Ook liggen er mogelijkheden om het energienetwerk te ontlasten. Het huidige systeem van decentrale energieopwekking zal in toenemende mate worden omgevormd naar meer lokale en regionale opwekking. Op bedrijventerreinen is er over het algemeen de fysieke en milieutechnische ruimte om dit te faciliteren in de vorm van energieopslag, transformatorstations etc.

Gezien het bovenstaande kunnen bedrijventerreinen een ontwikkeling doorlopen naar belangrijke energiehubs.  Dit moet leiden tot bedrijventerreinen die zelfvoorzienend (al dan niet in interactie met de omgeving), CO2-neutraal en energiepositief zijn, maar minimaal energieneutraal. De potentie om een bijdrage te leveren aan de energietransitie zal per bedrijventerrein sterk verschillen. Deze zal samenhangen met grootte van het terrein, ouderdom van de gebouwen, het type bedrijventerrein, de ruimte op het energienet, de nabijheid van energiestations, warmtebronnen, woningen, enz. Op verschillende bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord en de MRA zijn al grote stappen gezet om energie te besparen, duurzame energie op te wekken, uit te wisselen, op te slaan etc. Deze koplopers dienen als voorbeeld in de regio.

Doel van het onderzoek is om op basis van verzamelde gegevens de potentie voor bedrijventerreinen in de energietransitie inzichtelijk te maken zodat voor het bedrijfsleven en gemeenten duidelijk is wat nodig en mogelijk is en gerichte acties kunnen worden genomen. De verzamelde data wordt besproken in sessies die met partijen in de verschillende deelregio’s georganiseerd worden. Dit moet de concrete kansen en acties inzichtelijk maken (handelingsperspectief).

Voor ondernemers biedt dit kansen om energie te besparen, verdienmodellen op te zetten en de organisatiegraad op het terrein te verbeteren. Elke gemeente heeft de opdracht en verantwoordelijkheid voor het realiseren van een belangrijk deel van de energietransitie en het reduceren van CO2 (Klimaatakkoord, Regionale Energie Strategieën). Dit betekent impliciet dat het belangrijk en kansrijk is om de potentie van elk bedrijventerrein in relatie tot de energietransitie in beeld te hebben zodat hiervoor een uitvoeringsplan kan worden uitgewerkt.

Het rapport zal naar verwachting in april 2021 beschikbaar zijn.

PHB (uitgevoerd door SADC) werkt in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam en de provincie Noord-Holland. PHB is actief op het gebied van de kwaliteitsverbetering en verduurzaming van bestaande werklocaties in de Metropoolregio Amsterdam. PHB ondersteunt initiatieven van ondernemers, ondernemersverenigingen en gemeenten met kosteloos advies en begeleiding. Doel is bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken door, onder andere, in te zetten op energietransitie.

Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (ONHN) ondersteunt ondernemers met innovatieve projecten door de krachten te bundelen. ONHN beschikt over een groot netwerk van partners uit overheid, onderwijs, kennisinstellingen en ondernemers.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Paul Bleumink en Margreet Verwaal van Buck Consultants International (BCI). Voor de uitvoering van het onderzoek is een begeleidingsgroep samengesteld die bestaat uit Menno van der Valk namens ORAM (Ondernemend Amsterdam), Edwin Oskam namens de Metropoolregio Amsterdam, Margot Recter namens de provincie Noord-Holland, Joost Kamps namens de regio Alkmaar e.o. (gemeenten), Hans Meijer namens de RES Noord-Holland Noord, Evert van de Broek namens het Economisch Forum HBA en de regio Kop van Noord-Holland, Nico Meester namens het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en Frans van der Beek namens PHB.

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

‘Nationale aanpak energieneutrale bedrijventerreinen nodig’

Nieuws

Nieuws

‘Nationale aanpak energieneutrale bedrijventerreinen nodig’

Het energiebesparingspotentieel op bedrijventerreinen is enorm. ‘Bedrijventerreinaanpak loont meer dan wijkaanpak’, kopte Stadszaken eind september al. De urgentie is groot, want uit een verkenning van het PBL blijkt dat het klimaatakkoord tot nu toe te weinig oplevert. ‘Tijd voor een nationale aanpak om bedrijventerreinen te verduurzamen’, zegt Cees-Jan Pen, lector Fontys Hogescholen en juryvoorzitter van de BT Award.

Eind vorige week publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) haar Klimaat- en Energieverkenning 2019. De boodschap was weinig optimistisch. Meerdere doelen voor 2020 worden naar verwachting niet gehaald, zoals het door de rechter opgelegde Urgendadoel (25 procent afname van broeikasgasemissies) en twee doelen van het Energieakkoord: het aandeel van 14 procent hernieuwbare energie en 100 petajoule energiebesparing.

Een dag voor de publicatie van het PBL stond directeur Bouwen en Energie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), Ferdi Licher, op het podium tijdens het BT Event op Industriepark Kleefse Waard in Arnhem. Licher was naar Arnhem gekomen om de deelnemers een uitgestoken hand te bieden. Tegelijkertijd trok hij het boetekleed aan: ‘Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat bedrijventerreinen niet worden genoemd in het Klimaatakkoord.’

Ook volgens Cees-Jan Pen is er bij de landelijke overheid te weinig aandacht voor bedrijventerreinen. En dat terwijl een meer landelijk georganiseerde aanpak veel kan opleveren. ‘Lokaal en regionaal wordt te weinig doorgepakt. Er zijn veel ambities en initiatieven, maar de samenhang ontbreekt. Op Rijksniveau is er al infrastructuur en wordt nagedacht over een groot investeringsfonds. Het is hoog tijd dat de Rijksoverheid bedrijventerreinen de aandacht geeft die zij verdienen. Ze moet ook wel om te kunnen leveren wat is afgesproken in het klimaatakkoord.’

Energieverbruik

Uit een rondgang door Stadszaken bleek eerder dat het besparingspotentieel op bedrijventerreinen enorm is. Het totale energieverbruik van bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland bedraagt in totaal bijna 700 petajoule (PJ). Dat is veel meer dan het energieverbruik van alle Nederlandse huishoudens bij elkaar. Ook zonder de zware industrie blijft er een groot potentieel voor energiebesparing over bij een meer kansrijke doelgroep. TNO heeft becijferd dat verduurzaming van 250 bedrijventerreinen een totale energiebesparing oplevert van 32 PJ. Dat is ruim 5 Mton bespaarde CO2, méér dan het sectordoel van 3,4 Mton voor de gebouwde omgeving uit het klimaatakkoord.

De jury van de BT Award, die onder voorzitterschap van Pen werd uitgereikt tijdens het BT Event, deed in een juryrapport een aantal aanbevelingen. Zo wil de zij overheden, ondernemers en investeerders oproepen gezamenlijk te komen tot een investeringsagenda om op bestaande bedrijventerreinen te zorgen voor een vruchtbare bodem en professioneel parkmanagement. ‘Dit heeft te weinig prioriteit en er zijn nauwelijks fondsen voorhanden. De overheid lijkt zich cru gezegd alleen met bedrijventerreinen bezig te houden als hier mogelijk ruimte is om woningen te bouwen. De grote energiepotentie voor de verduurzaming van bedrijventerreinen blijft zo liggen.’

Nationale aanpak

Hoe zou een nationale aanpak eruit moeten zien? Pen wijst op de zogeheten wijkaanpak. Ambitieuze bestuurders joegen burgers in sommige gevallen de schrik op het lijf met de mededeling dat hun wijk van het gas af moest. ‘Je ziet daar dat draagvlak heel belangrijk is. Dat geldt ook voor bedrijventerreinen. Daar kunnen we dus lessen uittrekken. Anderzijds geldt op bedrijventerreinen veel meer dan bij huishoudens dat je mag verwachten dat ondernemers mee-investeren in onderhoud, beheer, handhaving, verduurzaming en parkmanagementstructuur. De overheid kan dan als aanjager fungeren. Lokaal en regionaal is de aandacht voor dit onderwerp gering. Net als het Rijk lijken ook die overheden het thema bedrijventerreinen vergeten. Er is behoefte aan een vruchtbare bodem. Die is er nu nog niet.’

Lees verder

Achtergrond

card image

31-07-2019

Het kan wél: bedrijventerreinen energiepositief met collectieve aanpak

Achtergrond

Achtergrond

Het kan wél: bedrijventerreinen energiepositief met collectieve aanpak

Lessen uit pilots BE+

De stichting Bedrijventerreinen Energiepositief (BE+) wil met een lokale aanpak uiteindelijk 250 bedrijventerreinen energiepositief en CO2-neutraal te maken. Zo ver is het nog niet, maar de eerste lessen zijn er wel. Pilots laten zien wat nodig is om de energietransitie op bedrijventerreinen echt vorm te geven. Professionalisering en organisatie zijn onmisbaar. Net als ondernemers die hun nek durven uitsteken.

BE+ heeft als doel om 250 bedrijventerreinen energiepositief en CO2-neutraal te maken. De aanpak is op alle terreinen in de basis gelijk: samen met lokale partijen kijkt BE+ wat al gedaan is om met collectieve initiatieven tot verduurzaming te komen, welke kansen er nog liggen en welke aanpak daarbij hoort. De stichting voorziet de lokale partijen van de kennis en tools die ze nodig hebben om tot actie over te gaan. De organisatie is in 2017 opgericht door WM3 Energy, TNO, Oost NL en Kortman DGO, nadat het idee was ontstaan binnen de SKBN. Daarna is het een onafhankelijke stichting geworden, met in het bestuur Oost NL en TNO. Inmiddels heeft BE+ samenwerkingen opgezet met Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, Projectbureau Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB) en de Zuid-Hollandse ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter. In totaal zijn dertig bedrijventerreinen aangesloten. Nog eens vijftien terreinen hebben gebruik gemaakt van de zogenoemde Energie Potentieelscan, een van de tools die BE+ aanbiedt.

Kagerweg

Een van de deelnemers aan BE+ is de Kagerweg, een gemengd terrein met 120 ondernemers, pal aan de A9 in Beverwijk. Verduurzaming heeft hier al een aantal jaren geleden postgevat. In 2011 startten vier ondernemers op het terrein met het concept Greenbiz IJmond, met het doel om gezamenlijk de Kagerweg te verduurzamen. Zij werken sindsdien samen met de Omgevingsdienst IJmond, die onder meer adviseert en ondersteunt met communicatie en subsidietrajecten. Om energieneutraal te worden, heeft het terrein flinke ambities geformuleerd op het gebied van energiebesparing en duurzame opwek. ‘We zetten hoog in’, zegt voorzitter Jan Boudesteijn van Greenbiz IJmond. ‘Niet alleen omdat de energietransitie ons allemaal aangaat, maar ook omdat we ons terrein mooier en schoner wilden maken.’ Eerste stap voor Greenbiz was het laaghangend fruit: een goede afvalinzameling, centrale inkoop van ledverlichting en zonnepanelen, laadpalen. ‘De homogeniteit op het terrein is daardoor ontzettend verhoogd.’

In 2017 werd Greenbiz benaderd door BE+, om mee te werken aan de energiepotentieelscan. ‘Individuele bedrijven kregen daarmee de informatie in handen die ze nodig hadden om verdergaande investeringsbeslissingen te nemen’, zegt hij. 35 bedrijven die samen meer dan 70 procent van het energieverbruik aan de Kagerweg voor hun rekening nemen, doen al mee. Bij al deze bedrijven zijn een groot aantal maatregelen uitgevoerd.

De Energie Potentieelscan (EPS)

De Energie Potentieelscan (EPS) is bedoeld om vooraf zo specifiek mogelijk een inschatting te maken van relevante energiemaatregelen, welke investeringen nodig zijn en wat ze opleveren. Het gaat hierbij om de gebouwgebonden energiemaatregelen zonnepanelen, led, warmtepompen, isolatie en warmteterugwinning op de ventilatie. De scan levert een overzicht op per pand, maar ook gesommeerde informatie voor het gehele terrein. Naast de hoeveelheid bespaarde en duurzaam opgewekte energie, wordt informatie gegeven over CO2-besparing, geschatte investeringen en opbrengsten per jaar. De EPS is inmiddels toegepast op 45 bedrijventerreinen, waar de resultaten worden gebruikt door de ondernemersvereniging bij het verkrijgen van voldoende deelname aan de collectieve verduurzaming van de bedrijfslocaties. De EPS zou in potentie ook kunnen voorzien in de behoefte aan een goede monitoring van de resultaten van BE+ per bedrijventerrein en voor BE+ als geheel.

Wat op veel bedrijventerreinen lastig blijkt, lukt aan de Kagerweg wel: ondernemers worden enthousiast door de aanpak en willen graag meedoen met een collectieve verduurzaming. ‘Dat is voor een belangrijk deel te danken aan de Omgevingsdienst IJmond’, stelt Boudesteijn. ‘De OD ziet het belang van het faciliteren van eigen initiatief in plaats het afdwingen door handhaving. De mensen van de OD hebben veel tijd en energie gestoken in het benaderen en betrekken van de ondernemers op het terrein.’

‘Het verduurzamingstraject is voor ons serious business’

Fulltime parkmanagement

Greenbiz is een vereniging met daaraan gekoppeld verschillende Bv’s. De ondernemersvereniging is daarmee bijna een bedrijf geworden. Boudesteijn zelf was voorheen ondernemer op het terrein, met een eigen transport- en verhuisbedrijf. Tegenwoordig is hij fulltime bezig met Greenbiz. ‘Het verduurzamingstraject is voor ons serious business.’ Het is een aanpak waar versnipperde bedrijventerreinen veel van kunnen leren, stelt mede-oprichter van BE+ Guus Mulder, die namens TNO ook lid is van de projectgroep. ‘Bedrijventerreinen die vooroplopen hebben gemeen dat ze een hoge mate van organisatie kennen. Goed parkmanagement of een serieuze ondernemersvereniging zijn cruciaal om het draagvlak op het terrein te borgen. Al is het maar om te voorkomen dat ondernemers afgestompt raken door de vele telefoontjes van energiebedrijven die ze elke dag krijgen. Als een ondernemersvereniging helderheid schept in die wirwar van aanbieders, het voortouw neemt en ontzorgt, geeft dat vertrouwen.’

Commercieel denken

Naast de broodnodige professionaliseringsslag kunnen verenigingen ook commercieel gaan denken en zelf diensten aanbieden, zegt Mulder. ‘Collectieve energie-inkoop, het ontwikkelen van duurzame energieopwekking en individuele verduurzamingsmaatregelen voor bedrijven wil je in één hand brengen om slimme koppelingen te maken. Waarom zouden alle bedrijven die stroom opwekken die terugleveren aan het net, als ze ook energie aan elkaar kunnen verkopen?’

Die constatering leidde in Beverwijk tot een intensivering van de samenwerking van deelnemende bedrijven. De ondernemers achter Greenbiz IJmond richtten met steun vanuit het Europese programma Interreg 2 Zeeën en de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland het handelsplatform Greenbiz Energy op. Boudesteijn: ‘Er zullen altijd plussen en minnen zijn wanneer je bedrijven energiepositief probeert te maken. Er zijn ondernemers met een hoog energieverbruik maar weinig dakoppervlak en vice versa. Dat levert tekorten en overschotten op, die je wilt uitwisselen. Op deze lokale energiemarkt komen vraag en aanbod bij elkaar, maar het levert ook een financieel voordeel op: de marges die bij het terugleveren aan het net normaalgesproken terugvloeien naar de energiebedrijven, blijven nu binnen Greenbiz Energy.’

Subsidieaanvraag

Behalve de Kagerweg kunnen ook ondernemers op bedrijventerreinen in Velserbroek, IJmuiden, Heemskerk en Uitgeest aan Greenbiz Energy deelnemen. Begin dit jaar wist Greenbiz IJmond ruim twintig ondernemers uit Beverwijk, Velsen en Uitgeest met bedrijfsdaken van 2000 vierkante meter of meer te motiveren een SDE+ subsidie voor zonnepanelen aan te vragen. Het resultaat is een subsidieaanvraag voor in totaal 100.000 vierkante meter aan bedrijfsdak, goed voor 10 megawatt aan geïnstalleerd vermogen.

Deelnemers aan Greenbiz Energy kunnen via het handelsplatform hun energieverbruik monitoren. Ook krijgen ze inzicht in alle transacties en marktinformatie. Juist dat inzicht in verbruiksgegevens is een cruciale succesfactor voor het effectief uitstippelen van een strategie en duidelijke communicatie naar de bedrijven op het terrein, vertelt Mulder. ‘Met goede data kun je ondernemers een concreet verhaal voorleggen. We werken nu op veel bedrijventerreinen met inschattingen, maar om vraag en aanbod bij elkaar te brengen is heel nauwkeurige informatie nodig. Veel ondernemers hebben een slimme meter die het verbruik per kwartier of zelfs per seconde inzichtelijk kan maken. Het beschikbaar stellen van die data is nodig om uitwisseling van duurzame stroom in een smart grid mogelijk te maken.’

‘Een oplossing vanuit de netbeheerder is soms jaren weg’

Knelpunten

Behalve financiële voordelen ziet Mulder nog een andere impuls om in te zetten op de ontwikkeling van smart grids en lokale handelsplatformen. ‘Het blijkt dat ondernemers er hier en daar nu al tegenaanlopen dat ze hun aansluiting willen uitbreiden, bijvoorbeeld om zonnepanelen aan te sluiten, maar dat de netbeheerder dit niet toestaat. Dit komt door knelpunten in het elektriciteitsnet, soms op laagspanningsniveau (lokaal), soms op middenspanning (regionaal). Een oplossing vanuit de netbeheerder is soms jaren weg.’

‘Een ondernemersvereniging die professioneel genoeg is kan zelf een ESCo opzetten’

Ondernemersverenigingen die zich sterk ontwikkelen, kunnen uiteindelijk de weg vrijmaken voor de inzet van eigen ESCo’s op bedrijventerreinen, verwacht Mulder. Een ESCo (energy service company) is een bedrijf dat het energiebeheer van een pand voor langere tijd overneemt. In een prestatiecontract wordt dan afgesproken dat de ESCo verantwoordelijk is voor energiebesparende maatregelen en het onderhoud. Ondernemers hebben als voordeel dat ze geen grote upfront-investeringen in verduurzaming hoeven te doen en toch de beschikking krijgen over een efficiënt energiesysteem. ESCo’s lijken daarmee een belangrijke schakel in het duurzaam maken van bedrijventerreinen. ‘Toch ontbreekt vaak de kennis en zijn er maar heel weinig bedrijven die er ervaring mee hebben. Financiers zijn daarom huiverig om mee te werken. In mijn ogen is dat onterecht: een ondernemersvereniging die professioneel genoeg is kan zelf een ESCo opzetten.’

Wat heeft BE+ geleerd van de pilots?

In 2018 deed BE+ een evaluatie. Daaruit kwamen de volgende leerpunten naar voren:

  • Een goede organisatie op bedrijventerreinen is een belangrijke voorwaarde voor succes;
  • 70 procent draagvlak voorafgaand aan de start is niet realistisch, het is aan te bevelen om ook te starten bij minder deelnemende bedrijven;
  • De beschikbaarheid van procesgeld is erg belangrijk om de eerste stappen te kunnen doorlopen;
  • De verschillende scans zijn nog erg verschillend qua aanpak en kosten;
  • Energiepositief en CO2-neutraal gefaseerd realiseren is een einddoel, geen voorwaarde vooraf;
  • Een collectieve aanpak is een eis, maar collectieve maatregelen als een warmtenet, windmolens of biomassacentrale zijn dat niet;
  • Een transparante en onafhankelijke organisatie is van belang;
  • Kennis van en ervaring met ESCo’s ontbreekt op bedrijventerreinen. 

 

Dit artikel kom uit vakblad BT dat wordt uitgegeven door Elba\Rec.

Lees verder